Een klassieke witte clown

In The Heartbreak Kid speelt Ben Stiller een tobbende jongen met bindingsangst.

Het is zijn tweede film met regie van de broers Farrelly in het genre nerd-komedie.

Je had de rat pack en de brat pack en nu heb je de frat pack (de ‘broederschap’). Het zijn de romantische helden van tegenwoordig: Jack Black, Luke en Owen Wilson, Steve Carell, Vince Vaughn, Will Ferell en niet te vergeten Ben Stiller. Ze zijn onhandig met meisjes, hebben het lichaam van een uitgegroeide puber en de bijbehorende hormonale en banale oprispingen en ze maken er furore mee. Ze zijn bepaald geen achterneven van Cary Grant, maar ze zijn de sekssymbolen van vandaag de dag. En in de films waarin ze spelen zie je ze daarmee tobben. „Ze vindt me aardig, ze vindt me niet leuk. Ze valt op me, ze is niet verliefd op me. Ze is de ware, ze is toch niet het meisje van m’n dromen.” Dat zijn de bloemblaadjes die deze klunsidolen aftellen. Zoals nu weer. In The Heartbreak Kid speelt Ben Stiller zo’n jongensman met bindingsangst met wie we in de bioscoop graag dwepen. Als hij na jaren daten eindelijk de ware lijkt te hebben gevonden, breekt hij voornamelijk zijn eigen hart. Het is zijn tweede samenwerking met de regisseurs Bobby en Peter Farrelly, nadat ze in 1998 met There’s Something about Mary het genre van de nerd-komedie definieerden.

Ben Stiller is het soort komiek dat vooral goed is in het neerzetten van personages waar je in het dagelijkse leven van moet gruwen: sukkels, underdogs, geobsedeerde idioten. Dat je nog voor het einde van de film dan toch enorm veel sympathie voor hem hebt opgevat komt omdat hij nog niet half zo gestoord of creepy is als de karakters die hem omringen.

Als Stiller, zoals in Along Came Polly, tijdens een partijtje basketbal geplet wordt tegen de buik van een harige aap, wil je hem zijn schetensymfonie wel vergeven. Het blijkt altijd nog erger te kunnen. Dat is een enorme troost voor de schlemielen onder ons. De overige 1 procent blijft een enorme hekel aan hem houden. Je kunt nu eenmaal niet alles hebben.

Benjamin Stiller werd op 30 november 1965 in New York geboren als jongste zoon van het joods-Ierse acteursechtpaar Jerry Stiller (George Constanza’s vader in Seinfeld) en Anne Meara, dat in de jaren zestig tot en met tachtig als duo in diverse televisieshows en films optrad. In veel films van hun zoon hebben ze even een knipogend gastoptreden.

Ben zelf speelde zijn eerste grote rol in 1986 in Steven Spielbergs Empire of the Sun en regisseerde in de jaren daarna verschillende komische televisieprogramma’s waarvoor hij al snel zijn eigen komieken verzamelde. Jim Carrey bijvoorbeeld, die de hoofdrol kreeg in Stillers eerste grote film, The Cable Guy, in 1996. Maar Carrey was al bijna te beschaafd voor het vriendenclubje met wie hij daarna liever films ging maken: de broertjes Owen en Luke Wilson en hún favoriete regisseur Wes Anderson. Samen deden ze bijvoorbeeld The Royal Tenenbaums (2001), een uitmuntende apologie voor het soort disfunctionele wonderkinderen, zoals zijzelf waarschijnlijk zijn, vol joodse zelfspot.

Ook Adam Sandler en Jack Black behoren tot zijn favorieten. Een kliek komieken met onhandige lichamen, elastieken mimiek en een hilarisch besef dat ze hun puppyvet en pubermotoriek nooit helemaal zullen ontgroeien. Het is die extreme lichamelijkheid die ze zo langzamerhand ook als romantische helden, seksymbolen bijna, geschikt maakt. Stillers zwalkende pas en te lange zwaaiende armen voegen zich elegant naar die van eeuwige meisjes als Drew Barrymore (binnenkort in Danny DeVito’s Duplex), Jenna Elfman (in Edward Nortons regiedebuut Keeping the Faith) of Robert De Niro’s dochter (in Meet the Parents). In Zoolander (2001) wist Stiller ook dat imago alvast te ondermijnen, als supermodel, zonder een enkele spier of een greintje verstand. Van Starsky & Hutch maakte hij met maatje Owen Wilson vooral een klunzig duo. Niks supercops. Meer van die types voor wier voeten een lijk kan neervallen zonder dat ze er erg in hebben.

Zo achter elkaar vormen al die films een wonderlijke genealogie van de moderne man. Ongemakkelijk met het bestaan, de lasten weglachend met zelfspot van het meest destructieve soort. In het geval van Ben Stiller is dat van existentieel belang. Nog maar een paar jaar geleden onthulde de komiek dat hij leed aan manische depressiviteit. Een klassieke witte clown is hij, vermomd als een nerdy held, zijn lach en zijn traan vloeien naadloos in elkaar over.

The Heartbreak Kid draait vanaf donderdag in 63 bioscopen.