De straat op voor het juiste verhaal

Na de dood van Bilal B. kwam stadsdeel Slotervaart in Amsterdam direct in actie.

Buurtvaders, politie en jongerenwerkers moesten de straat op. Om te praten.

Greenpeace-actie in 2006 in de Eemshaven tegen illegaal vissen door Russische schepen. Foto Karel Zwaneveld Een busje van de mobiele eenheid staat voor het politiebureau aan het August Allebéplein in Amsterdam-Slotervaart. Maandag werden daar ruiten ingegooid. Foto Tom Lievense Lievense, Tom

Het is middernacht, en Mustafa wil eindelijk naar huis. Deze hele maandag heeft de jongerenwerker door zijn wijk Slotervaart gelopen. Hij moet met het bestuur van het stadsdeel overleggen, maar vooral met jongeren praten, de sfeer proeven.

Alles om ervoor te zorgen dat het rustig blijft in de Amsterdamse wijk na de dood van de 22-jarige Bilal B., die zondag werd doodgeschoten na een woeste aanval op twee politieagenten.

Mustafa staat voor het activiteitencentrum Atlas. Een paar uur eerder organiseerde hij hier nog een discussie voor ouders uit de buurt. Achterdochtig waren ze. Waarom was Bilal doodgeschoten? Hij had alleen een mes. En waar was Bilal dan geraakt? Konden ze foto’s van de agenten zien die Bilal had aangevallen? Waren die echt gewond?

„Onwetendheid is het grootste probleem”, zegt stadsdeelvoorzitter Ahmed Marcouch. Een groot deel van de Marokkaanse gemeenschap in zijn stadsdeel spreekt en leest geen Nederlands. Zij horen het nieuws op straat. En dan moet je zorgen dat ze het juiste verhaal horen, in hun eigen taal, zegt Marcouch. Dat heeft Slotervaart geleerd bij eerdere incidenten. Zo voorkom je onrust en woede, gebaseerd op verkeerde verhalen.

Daarom kwam meteen na het incident het stadsdeel Slotervaart in actie. De identiteit van de doodgeschoten man was nog niet bekend, maar daar werd niet op gewacht. Marcouch riep ze allemaal op zijn kantoor: de buurtvaders, de jongerenwerkers, de politie, de imam, zijn ambtenaren die over veiligheid gaan en andere ‘sleutelfiguren’ uit de buurt. En uit heel Amsterdam werden agenten van Marokkaanse origine naar Slotervaart gehaald.

Alles wat er bekend was, kregen zij te horen. En met die informatie moesten zij aan het werk. De imam verwerkte het in zijn preek en gebruikte zijn geestelijke gezag om de ouders op het hart te drukken hun kinderen ’s avonds thuis te houden. De jongerenwerkers discussieerden met de jongeren. En de hele dag liepen de Marokkaanse agenten door de straten rond het August Allebéplein. Ze voegden zich soepel bij groepjes pratende mannen. Ze kletsten wat met de Marokkaanse jongeren. En stelden zich voor, in het Nederlands of Arabisch.

Maar Mustafa is teleurgesteld. Met de buurtvaders had hij afgesproken dat ze de hele nacht de wacht zouden houden. De jongens in toom houden. Maar toch ging het mis. Agenten werden uitgescholden en met stenen bekogeld. Ruiten van het politiebureau waar Bilal werd doodgeschoten, werden ingegooid en een willekeurige auto werd in brand gestoken. Toen zijn de buurtvaders maar naar huis gegaan. Het had geen zin meer. We gaan niet het werk van de politie doen, zegt Mustafa.

Hij had Bilal afgelopen weekend nog gezien, vertelt Mustafa. In de moskee, bij het Suikerfeest. Er was hem niets bijzonders opgevallen aan zijn buurtgenoot. Gewoon een praktiserende moslim. Toch had Bilal vanaf 2003 al psychische problemen, zegt stadsdeelvoorzitter Marcouch. Hij bezocht maandag de familie van de jongen. Die vertelde dat hij allerlei hulpverlening gehad had, maar veel veranderde er niet. Een tijdbom, noemde de familie hem. Bilal leed aan schizofrenie en hoorde stemmen in zijn hoofd.

Afgelopen vrijdag meldde Bilal zich vrijwillig bij de Valeriuskliniek in Amsterdam, zo maakte justitie bekend. Hij had zelfmoordneigingen, stond niet voor zichzelf in en wilde hulp. Zaterdag verliet hij de kliniek om het Suikerfeest te vieren. Daarna ging hij weer terug naar de kliniek. Zondagochtend ging hij onder begeleiding opnieuw op stap. Maar Bilal verdween, ging naar het politiebureau aan het August Allebéplein, waar hij de agenten neerstak en daarbij werd doodgeschoten.

Bij het politiebureau ligt glas op de grond. De ruiten zijn ingegooid. Een handjevol agenten staat op straat. De wapenstok hebben ze in de hand. Politiebusjes rijden rondjes door de wijk. We liepen door de buurt en werden uitgescholden voor homo’s, vertelt een buurtregisseur. Ze spraken de jongens aan, maar die hadden daar weinig behoefte aan. Veel van die jongens had hij nog nooit gezien, zegt hij. Die komen uit andere stadsdelen, zoals Osdorp. Toen de agenten wegliepen, kregen ze stenen naar hun hoofd. Even later werd het bureau door een groep van zo’n dertig jongeren belaagd.

Marcouch baalt van de vernielingen, veroorzaakt door een groep jongens die „hardnekkige overlast” veroorzaken. „Met de dood van Bilal heeft het niets te maken. Die gasten hebben voor niemand gevoel en pakken gewoon elke mogelijkheid om zich te misdragen.” Toch is hij „trots” op de wijk. Het helpt, hun strategie. Er waren veel vragen in de Marokkaanse gemeenschap, maar er werd geluisterd naar de uitleg. Grote confrontaties zijn er niet geweest, zegt hij.

Marcouch heeft het nog speciaal over de rol van de imam. Het stadsdeel maakt dankbaar gebruik van hem. Een dertiger, ongeveer een jaar geleden uit Marokko naar Slotervaart gekomen. In hem ziet het stadsdeel een medestander. Hij preekt over aansluiting met de Nederlandse maatschappij en roept ouders op hun kinderen op te voeden en waarschuwt voor radicale denkbeelden. Hij kan het zeggen. Hij heeft geestelijk gezag. En een groot bereik, zegt Marcouch. „Vijf keer per dag bereikt hij honderd tot tweehonderd mensen.”