Britse soldaten na Irak

The Mark of Cain. Regie: Marc Munden. Met: Gerard Kearns, Matthew McNulty. In: Lumière, Maastricht. Inl. www.moviesthatmatter.nl

The Mark of Cain ging tijdens het Filmfestival Rotterdam in première en won daar de Movies that Matter Award van Amnesty International en toert nu langs de filmtheaters. Scenarioschrijver Tony Marchant documenteerde zich uitvoerig voor zijn relaas over twee Britse soldaten die uit dienst worden ontslagen nadat met de mobiele telefoon gemaakte kiekjes van Iraakse gevangen in de Britse pers voor een schandaal hebben gezorgd.

The Mark of Cain is een lowbudget anti-oorlogsfilm die in twee delen uiteen valt. Eerst is er de in semi-documentaire beelden gevatte setting van het oorlogsgebied Irak in 2003 (met Tunesië als stunt double). Belangrijker is het tweede deel van de film, waarin de soldaten terugkeren in Engeland. Het Engelse leger stuurde ze op pad om helden te worden en ontvangt ze bij thuiskomst als verdachten.

Net als Stanley Kubrick in zijn twee klassiek geworden oorlogsfilms Paths of Glory en Full Metal Jacket waaraan deze film sterk doet denken, zijn Marchant en regisseur Marc Munden vooral geïnteresseerd in de manier waarop militaire structuren onmenselijkheid in de hand werken.

Dit is een film met een boodschap die knalt uit elk shot. Een belangrijke boodschap, maar ook eentje die voor de televisie (Channel 4 produceerde mee) is afgepast. Anders dan bij Kubrick, die de kijker liet twijfelen of hij zich wel met zijn helden en anti-helden wilde identificeren, laten Marchant en Munden daar geen twijfel over bestaan. De soldaten zijn eerder slachtoffers dan daders, het Engelse leger is de echte schurk. Nog afgezien van de morele en juridische complicaties die een dergelijke simplificatie oproept, is dat uiteindelijk ook psychologisch een ontoereikende conclusie. Hadden ze maar iets beter naar hun grote voorbeeld gekeken en geleerd dat, als je dan toch een leerstuk wilt maken, je het publiek best met moeilijke vragen mag opzadelen.