‘Britse immigratie pakt goed uit’

De honderdduizenden immigranten die de afgelopen jaren naar Groot-Brittannië kwamen, hebben per saldo een positief effect gehad op de Britse economie. Dit blijkt uit een rapport van de regering, dat gisteren is gepubliceerd.

Het is voor het eerste dat de Britse regering de balans opmaakt over de gevolgen van de komst van de migranten, die vooral uit Oost-Europa afkomstig zijn. Groot-Brittannië was, afgezien van Zweden en Ierland, het enige land in de Europese Unie dat in 2004 zijn deuren vrijwel geheel open stelde voor werknemers uit nieuwe lidstaten. Vooral honderdduizenden Polen maakten daarvan gebruik.

Volgens het rapport zijn de migranten dikwijls beter geschoold dan hun Britse collega’s, zijn ze bereid harder te werken en minder vaak afwezig door ziekte. Een verrassende bevinding is dat de migranten gemiddeld ook 60 pond (nu 86 euro) per week meer verdienen dan hun Britse collega’s in soortgelijke banen. Werkgevers noemen de migranten meestal ook meer betrouwbaar. De migranten als geheel dragen zo’n zes miljard pond per jaar extra bij aan de groei van de Britse economie.

Tegelijkertijd komt uit een andere studie in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken naar voren dat de immigratie tot krapte op de woningmarkt heeft geleid en tot druk op de medische voorzieningen. Ook is de misdaad toegenomen.

Liam Byrne, staatssecretaris voor Immigratiezaken, zei in reactie op de twee rapporten dat het land „een nieuw evenwicht” moet zien te vinden en de economische voordelen zorgvuldig moet afwegen tegen de sociale overlast.

Uit de cijfers blijkt dat het aantal arbeidsmigranten is gegroeid tot vier miljoen op een totale beroepsbevolking van 37 miljoen mensen.