Boer Yin Suo klaagt want hij is alles toch al kwijt

Klagen is een oud recht in China. Maar wie veel klaagt, draagt niet bij aan een harmonieuze samenleving. Protest in de marge van het zeventiende partijcongres.

Voor een overheidsgebouw van grijs beton in de wijk Xiannongtan in het zuidwesten van Peking staan tientallen mensen langs de weg te kijken hoe politiemannen in burger op de vuist gaan met een groep schreeuwende mensen. Het zijn mensen die gebruik willen maken van een eeuwenoud Chinees recht, namelijk het recht om zich formeel te beklagen over misdragingen van lokale bestuurders of overheidsinstanties. Niet toevallig nu zijn ze van heinde en ver naar Xiannongtan gekomen om hun recht te halen. Want in het centrum van de hoofdstad, bij het Plein van de Hemelse Vrede, zijn de kopstukken van de communistische partij bijeen voor hun zeventiende partijcongres.

Maar juist met het oog op dat partijcongres is ook de controle op protesten sterk opgeschroefd, weet de eigenaar van een eetstalletje om de hoek van het bureau waar de klagers hun petities kunnen indienen. „Ik houd niet van de communistische partij. De leiders doen wat ze willen en denken alleen maar aan geld. Kijk maar uit, journalisten worden ook opgepakt”, waarschuwt hij, terwijl hij een lepel beslag op een gloeiende plaat in zijn karretje gooit. Op de binnenplaats naast het klachtenbureau wemelt het van de politie in uniform en burger; in het bureau zelf zie je overal veiligheidspersoneel.

Boer Yin Suo is uit de provincie Shanxi gekomen om zijn beklag te doen over corruptie van de lokale partijsecretarissen Hu en Cheng, die in zijn gemeente Lin Fen zo’n 1.500 mensen van hun land hebben gezet en meer dan 20 miljoen euro hebben verdiend aan de verkoop van appartementen die zij op de geconfisqueerde grond hebben neergezet.

„Begin dit jaar heeft het volkscongres (China’s niet-democratische gekozen parlement) een eigendomswet aangenomen. Dus wij staan volledig in ons recht”, zegt boer Yin Suo. „Maar waar kunnen we ons gelijk halen? Bij de provinciale overheid weten ze dat Liu en Cheng misdadigers zijn maar omdat er meer mensen binnen de plaatselijke communistische partij bij het schandaal zijn betrokken, dekken ze elkaar.”

Yin wil nu een petitie aanbieden die is ondertekend door twintig leden van de plaatselijke communistische partij en 260 gezinnen uit Lin Fen. Maar zelfs in Peking wordt hij door Liu en Cheng gedwarsboomd. Want in Xiannongtan loopt niet alleen politie in burger uit Peking rond, ook provinciebesturen hebben agenten naar de hoofdstad gestuurd om de klagers in de gaten te houden. Daarbij komt dat vorige maand in het zuiden van Peking een krottenwijk werd afgebroken, waar al eeuwenlang gedupeerden uit het hele land naar toe trokken en er soms maanden lang verbleven om in Peking hun recht te halen. De provinciale politieagenten willen dat de klagers van nu hun acties beëindigen en naar huis gaan. De sloop hun tijdelijke onderkomen in de wijk Fengtai leek daartoe een probaat middel.

Protesten van klagers als Yin Suo passen niet in het beeld van een harmonieuze samenleving, dat president en partijleider Hu Jintao voor ogen staat. Dat beginsel van een harmonieuze en duurzame ontwikkeling wordt later deze deze week waarschijnlijk formeel bijgeschreven in het richtinggevende partijstatuut.

Niet alleen indieners van petities hebben te maken met strenger optreden. Angst voor oproer heeft in de aanloop tot het congres geleid tot een inperking van de vrije meningsuiting in het algemeen. Dissidenten, intellectuelen, activisten, ngo’s en klagende burgers met worden strenger gecontroleerd dan ooit. De regering heeft dit jaar 1,3 miljard euro extra geïnvesteerd in het versterken van de politie en de afgelopen maanden is een groot aantal websites en blogs van het internet gehaald.

Maar al die maatregelen weerhouden tienduizenden slachtoffers van diefstal, corruptie, bedrijfsongelukken, wanbetalingen,verkrachtingen en moorden er niet van om elke dag naar klachtencentra als Xiannongtang komen om hun verhaal te doen. Juist nu de partijleiders bijeen zijn in de Grote Hal van het Volk hopen ze op een luisterend oor.

Maar die hoop lijkt ijdel. Onderzoek van de Chinese Academie voor Sociale Studies wees dit jaar uit dat slechts drie op de tienduizend klachten die de centrale overheid bereiken, worden gehonoreerd. Ook kwam naar voren dat 71 procent van de 560 ondervraagden was mishandeld of geïntimideerd door de lokale autoriteiten.

„Ik ben alles kwijt. Ik heb dus niets te verliezen,” zegt Yin Suo. „De lokale overheid heeft me al voor gek verklaard. Ik wil dat het klachtenbureau nu naar me luistert want als de lokale politie me hier oppakt, is de kans groot dat ze me in Shanxi opsluiten in een psychiatrische inrichting.”