Aandacht voor Darfur oké, toestand in Congo is erger

In ons wereldbeeld lijkt slechts plaats voor één Afrikaanse brandhaard tegelijk. Terwijl alle aandacht uitgaat naar Darfur, crepeert de bevolking van Oost-Congo, signaleert Femke van Zeijl.

In ons wereldbeeld lijkt slechts plaats voor één Afrikaanse brandhaard tegelijk. Dus terwijl aandacht uitgaat naar Darfur, crepeert de bevolking van Oost-Congo. De afgelopen maanden sloegen honderdduizenden Oost-Congolese burgers op de vlucht voor het geweld. Zij zien het verschil niet meer tussen de oorlog waarin ze tot 2004 werden mee gesleurd en de zogenaamde vrede. Maar de Congolese slachtoffers – tien tot twintig keer zoveel doden als Darfur – komen er wat betreft aandacht bekaaid vanaf.

Zo kunnen de Darfuri zich verheugen in de belangstelling van de Amerikaanse president, terwijl Bush het zelden heeft over de Congolese bevolking. In het kielzog van de Amerikanen focust ook de internationale gemeenschap op Darfur. Secretaris-generaal van de Verenigde Naties Ban-Ki Moon reisde onlangs af naar het gebied om de weg te bereiden voor een VN-troepenmacht van 26.000 manschappen, de grootste VN-macht ooit, groter dan MONUC, de 17.000 VN-soldaten in Congo. Terwijl de Veiligheidsraad genoeg krijgt van deze Congolese vredesmissie, moeten alle zeilen worden bijgezet om genoeg soldaten en materieel voor Darfur bijeen te sprokkelen. Drie keer raden op welke VN-onderneming bezuinigd gaat worden.

Ik wil het lijden in Darfur niet bagatelliseren. Maar het is niet voor niets dat de Soedanese autoriteiten nu instemmen met de komst van een – tandeloze – VN-macht. De zwarte Fur-bevolking is gevlucht naar vluchtelingenkampen en kan geen kant meer op. Inmiddels emigreren Arabieren van buitenaf naar het gebied. De etnische zuivering heeft zich allang voltrokken.

Intussen gaat het weer helemaal mis in Congo. Alle factoren die dit land in de vorige oorlog stortten, zijn nog steeds aanwezig. Nog altijd spoken er de Rwandese Hutu-milities rond die na de genocide van 1994 Congo invluchtten. Dat deze oorlogsmisdadigers in het buurland onder het bewind van president Mobutu een veilig heenkomen kregen, was de Rwandezen een doorn in het oog. Daarom steunden ze het land in 1996 teneinde de Congolese rebellenleider Laurent Kabila om Mobutu van zijn troon te stoten. Deze coalitie hield niet lang stand. Toen Kabila eenmaal aan de macht was geholpen, wilde hij de Rwandese Tutsi’s het land uitzetten.

Zo veel ondankbaarheid pikten de Rwandezen niet. In 1998 viel het kleine land Congo binnen om zelf de Hutu-milities te lijf te gaan. Dit veroorzaakte een gewelddadige kettingreactie: vele landen in de regio gingen zich militair met Congo bemoeien, al dan niet om een van de partijen te steunen. Negen Afrikaanse landen mengden zich in het conflict.

Gevolg was een onoverzichtelijke strijd tussen soldaten van vele Afrikaanse landen, milities van diverse pluimage en het Congolese leger. Miljoenen Congolezen sloegen op de vlucht. Uit onderzoek van de International Rescue Committee bleek dat er tussen 1998 en 2004 vier miljoen Congolezen stierven aan de directe en indirecte gevolgen van de oorlog.

Dat scenario herhaalt zich op dit moment. Het optreden van het Congolese leger tegen de Hutu-milities is niet erg succesvol, en de partijen van weleer roeren zich weer. De dissidente generaal Laurent Nkunda houdt met zijn soldaten huis in Noord-Kivu. Tegen Nkunda loopt een internationaal arrestatiebevel, maar de VN-vredesmacht heeft lang gewacht om de afvallige legerleider aan te pakken, omdat ze het prille Congolese democratiseringsproces niet wilde verstoren. Voor de eerste democratische verkiezingen in ruim veertig jaar – nu ruim een jaar geleden – moest alles wijken. Resultaat is dat er nu een democratisch gekozen president aan het hoofd staat van een land waarin niemand zijn streken heeft verloren en alles weer van voren af aan kan beginnen.

Ook nu wordt de bevolking onder de voet gelopen door losgeslagen milities en soldaten die plunderen, moorden en verkrachten. Ook nu rammelen Oeganda en Rwanda met hun wapens. Ook nu zijn vrouwen dubbel slachtoffer.

Milities, militairen van het nationale leger, loslopende bandieten, het oosten van het land wemelt ervan, en ze vergrijpen zich massaal aan vrouwen en meisjes. Volgens de VN neemt dit seksuele geweld epidemische vormen aan. Sinds eind augustus is het aantal verkrachtingsslachtoffers dat zich in Noord-Kivu meldt bij vluchtelingenorganisatie UNHCR met zestig procent gestegen. Vorige maand registreerde de VN-organisatie in deze Congolese provincie 351 gevallen van verkrachting.

Massale verkrachting is een oorlogsstrategie voor de lange termijn: het rukt gemeenschappen permanent uit elkaar. Slachtoffers lopen een levenslang trauma op, mannen slaan op de vlucht of verstoten hun vrouwen, kinderen raken verknipt.

Onlangs telefoneerde ik met Justine Masika Bihamba van vrouwenorganisatie Synergie in Goma, Noord-Kivu. Ze sprak bitter van een „hypothetische vrede”. Haar organisatie heeft nu al geen opvangplekken meer voor de vele verkrachtingsslachtoffers die zich melden. Van drie tot 63 jaar oud komen ze binnen, verkracht door milities of soldaten, voor het leven getekend. Ze maakt zich zorgen over al die vrouwen die door het geweld in de heuvelachtige regio niet eens de opvang kunnen bereiken.

Het mag niet gebeuren dat het geweld in Oost-Congo net zo onopgemerkt aan ons voorbijgaat als de vorige keer. De Congolese oorlog was het bloedigste conflict sinds de Tweede Wereldoorlog, maar voordat de omvang tot het Westen doordrong, liep hij al op zijn eind.

Minister Koenders (Ontwikkelingssamenwerking, PvdA) was eind september in Congo, om kennis te maken met wat hij tactisch ‘de nieuwe, democratisch gelegitimeerde regering’ noemt. Hij bezocht een ziekenhuis in Goma waar verkrachtingsslachtoffers worden opgevangen en sprak zijn afschuw uit over de straffeloosheid waarmee de misdaden gepaard gaan. De internationale gemeenschap riep hij op Congo niet in de steek te laten.

Tijdens dat bezoek beloofde de minister 9,5 miljoen euro extra voor de opvang van vluchtelingen in Oost-Congo. Ter vergelijking: het MONUC-budget voor een jaar bedraagt ruim achthonderd miljoen. Voor de noodhulp die de VN er wil bieden is nog niet de helft van de begroting gedekt: de lidstaten laten het grotendeels afweten. Het door Koenders toegezegde geld is een druppel op de gloeiende plaat, er is veel meer internationale hulp nodig.

Onlangs was er voor de tweede keer een internationale actiedag voor Darfur, in Nederland is een mediaoffensief voor Darfur in de maak. Waar blijft de wereldwijde actie voor Congo?

Femke van Zeijl is freelance journaliste en schreef onlangs het boek ‘Een nacht in een vijzel. Vrouwen in Afrika’, met journalistieke reportages over Darfur en Congo.