Zestig dagen zonder eten kán

Het is Wereldvoedseldag. Bijna de helft van de mensen kampt met honger.

Wat gebeurt er eigenlijk met je als je niet eet?

Na een maand niet eten kleurt de huid vaal en wordt die droog als perkament. Foto Hollandse Hoogte Finger Hollandse Hoogte

Je hebt net gejogd. Of het is de tijd dat je altijd een kop soep neemt. Of je ziet een Snickers liggen bij de kassa. En opeens voel je een onbedwingbare behoefte aan voedsel. Je hebt honger. HONGER.

Honger is een dwingende meester. Honger laat zich net zo slecht negeren als pijn. Luister naar het krijsen van de baby om voedsel. Alsof zijn leven ervan hangt. Luister naar de collega die met grote stelligheid beweert dat ze „nu, en wel nu, een boterham moet eten”. Anders redt ze het niet. Anders krijgt ze een „hypo”. Dat is de koosnaam voor hypoglykemie, een alarmerende daling van de suikerspiegel in het bloed.

Uitslovers zijn het. Watjes. Alsof de suikerspiegel bij gezonde mensen zo makkelijk keldert. Alsof een kind zo snel van honger sterft. Hans Sauerwein, hoogleraar ‘energiestofwisseling’ aan de Universiteit van Amsterdam, kan er alleen maar om lachen. Het onbeheersbare verlangen dat jij voelt na het joggen of bij het zien van die Snickers is niet meer dan trek.

Het lichaam is nu eenmaal zo gebouwd dat het wil aanvullen wat het is kwijtgeraakt. De lege maag produceert het hormoon ghreline om aan de hersenen te laten weten dat ze nieuwe aanvoer wil. Later meldt het hormoon leptine vanuit het vetweefsel dat het lijf is verzadigd. Er zijn nog meer hormonen die honger en verzadiging signaleren. Stofwisseling in het lichaam is een verbluffend staaltje meet- en regeltechniek.

Zo’n 250 gram koolhydraten die worden omgezet in glucose. Honderd gram vet. Vijftig gram eiwit. Meer, zegt Sauerwein, heeft je lichaam per dag niet nodig. Vet levert per gram de meeste energie op: 9 kilocalorieën, meer dan twee keer zoveel als koolhydraten of eiwit. Vet slaat het lichaam makkelijk en eindeloos op. Maar vet heeft één nadeel: anders dan eiwit kan het niet in glucose worden omgezet.

Dat is lastig omdat simpele suikers in de vorm van glucose voor het grootste deel van het lichaam de favoriete brandstof zijn. Hersens, netvlies en geslachtsklieren willen niks anders. Een reserve aan glucose kan maar in beperkte hoeveelheid in de lever en het spierweefsel worden bewaard. Eiwitten die het lichaam nodig heeft om zich te herstellen en vernieuwen, kunnen niet worden opgespaard.

Wat gebeurt er als je stopt met eten?

Stel, je hebt zo hard gewerkt dat je helemaal bent vergeten te eten. Of je vast om nader te komen tot God. Je laatste voedsel heb je achttien uur geleden gehad.

Je hebt nu echt honger. Je hele lijf schreeuwt om zijn dagelijkse portie van 250 gram glycose. Zeker de helft daarvan is voor je hersens bestemd.

Je voelt je onplezierig, hoogleraar Sauerwein weet dat best. Maar fysiek is er niks aan de hand. In de loop van de evolutie hebben je voorouders leren overleven, ook als de jacht slecht was of de oogst karig. Een gezonde, weldoorvoede man of vrouw kan makkelijk zestig dagen zonder voedsel. Een mens is een geboren hongerkunstenaar.

Je bergt in je lijf algauw een noodvoorraad van 160.000 kilocalorieën. 85 procent draag je mee als vet. 14 procent zit als eiwit in je spieren. 1 procent is glucose in de vorm van opgeslagen glycogeen.

Die verdeling is niet ideaal. Vet heb je genoeg, maar je hersenen accepteren vet niet als brandstof. Glucose willen ze, maar je glucosereserve jaag je er in enkele dagen doorheen. Je reserve aan eiwitten kun je nog omzetten in glucose – ten koste van je spieren. En ook die voorraad is beperkt.

Je lichaam heeft daar een geniale list op verzonnen. Al twaalf uur nadat je voor het laatste hebt gegeten, komt er een proces op gang waarbij bepaalde vetzuren worden omgezet in een fantastische, nieuwe brandstof. Dat zijn ketonenlichamen, die door je hersenen wel worden aanvaard als vervanging van glucose. Na drie, vier dagen heeft je lichaam zich volledig ingesteld op vasten. Zowel de eiwitsynthese als de eiwitafbraak nemen af.

Die aanpassing gaat onvermijdelijk gepaard met klachten. Je hebt hoofdpijn. Je krijgt stekende ogen. Je bent ontzettend prikkelbaar.

Dat is pas het begin. Wacht maar tot je de kou niet meer uit je botten krijgt, hoeveel kleren je ook draagt. Wacht maar tot alles je te veel wordt en je niet meer vooruit te branden bent. Lusteloos hang je of lig je. Neerslachtigheid en onverschilligheid wisselen elkaar af.

Na een maand lijkt het alsof je jaren ouder bent geworden. Je krijgt overal bruine vlekken. Je huid kleurt vaal en en voelt zo droog als perkament. Dat komt doordat de aanmaak van nieuwe cellen stagneert. Allerlei aandoeningen kunnen je nu plagen, omdat je immuunsysteem niet optimaal meer werkt. Misschien hoopt zich water op in het weefsel en krijg je oedeem.

En nog steeds, zegt Hans Sauerwein, heeft het lichaam geen schade ondervonden. Hij spreekt pas van schade „als er iets kapot is”. Je hoeft alleen maar weer te gaan eten. Goed en voldoende voedsel heb je nodig. Het lichaam herstelt zich vanzelf.

Maar dat geldt niet voor ondervoede kinderen in arme landen, zegt voedingsdeskundige Saskia van der Kam van Artsen zonder Grenzen. Naar schatting 800 miljoen mensen krijgen niet voldoende kilocalorieën binnen. Nog eens twee miljard lijden verborgen honger. Ze hebben gebrek aan essentiële vitaminen en mineralen, zoals ijzer, jodium, zink, vitamine A en foliumzuur. Het gevolg bij kinderen is dat ze achterblijven in ontwikkeling, groei en weerstand. Die achterstand halen ze nooit meer helemaal in.

Een paar maanden zonder voldoende voedsel komen ze wel weer te boven. Als ze daarna genoeg te eten krijgen. Maar ze herstellen nooit volledig. Ze krijgen nooit alle voedingsstoffen die ze nodig hebben. Daarvoor is hun voedsel te eenzijdig, zegt Van der Kam.

Artsen zonder Grenzen behandelde vorig jaar 150.000 ondervoede kinderen in 22 landen. De organisatie pleit voor uitbreiding van het gebruik van Plumpy nut, een pasta op pindabasis, verpakt in folie die alle noodzakelijke eiwitten, suikers, dierlijke vetten, mineralen en vitaminen bevat. Volgens Van der Kam richt voedselhulp zich nog te veel op kilocalorieën. Terwijl voor kinderen veel belangrijker is wat er in het eten zit aan voedingsstoffen en bouwstoffen. Jaarlijks sterven zes miljoen kinderen als gevolg van honger. Honger hoeft ook voor hen niet het einde te zijn.