Winst Citigroup laat te wensen over

Citigroup-topman Chuck Prince heeft de cijfers over het derde kwartaal afgeschilderd als een aberratie. Dat impliceert dat het kolossale bedrag van 6,4 miljard dollar (4,5 miljard euro) aan kredietkosten en afschrijvingen slechts een tijdelijke, zij het omvangrijke, vertraging vertegenwoordigt op weg naar de vervulling van het winstpotentieel van de Amerikaanse megabank. Het probleem is echter dat Citigroup, zelfs als je rekening houdt met de gevolgen van de marktturbulentie van deze zomer, nog steeds moeite lijkt te hebben om aan te tonen dat zijn conglomeraatsmodel werkt.

Om te beginnen moest Citigroup zich verlaten op de verkoop van een belang in het Braziliaanse creditcardbedrijf Redecard ter verantwoording van bijna een vijfde van zijn toch al magere winst. Deze inkomsten zouden eigenlijk moeten worden geboekt als eenmalige baten, want het belang maakte geen deel uit van Citigroups private-equityportefeuille. Maar net als met het Mexicaanse telecombedrijf Avantel vorig jaar boekte de bank de opbrengst van de verkoop als onderdeel van de kernwinst. Een aanzienlijk lager belastingtarief nam nog eens 10 procent van de kwartaalwinst voor zijn rekening.

Bovendien lijken de kosten nog steeds aan de hoge kant, ondanks de bezuinigingsoperatie die eerder dit jaar werd doorgevoerd. De kosten van het vermogensbeheer maakten een sprong van 38 procent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar, die van de transactiediensten klommen met 28 procent en die van de divisie voor internationale consumentendiensten met 31 procent. Het goede nieuws is dat de omzet van al deze divisies nog sneller groeide. Maar dat heeft zich niet vertaald in een snellere winststijging over de hele linie. Hoewel de divisie voor transactiediensten dat bijvoorbeeld nog wel voor elkaar kreeg, steeg de winst van de divisie voor vermogensbeheer slechts half zo snel als de omzet.

In feite lijkt het erop dat Citigroup in zijn geheel er niet in is geslaagd zijn operationele winst op te vijzelen, zelfs niet als de verliezen op de kredietmarkten buiten beschouwing worden gelaten. Als je die wegstreept, evenals de baten van de Redecard-verkoop en de belastingverlaging, zou de bank ongeveer 1,05 dollar per aandeel hebben verdiend, aldus Deutsche Bank – net zoveel als vorig jaar. De omzet steeg daarentegen met bijna 3 procent.

Dat is weliswaar geen groot verschil, en de analyse is niet helemaal waterdicht. Maar het verklaart wel voor een deel waarom de aandeelhouders de koers van Citigroup met 3,5 procent hebben laten dalen na de bekendmaking van de winstcijfers – tweemaal zoveel als bij de concurrenten Bank of America en JPMorgan.

Het derde kwartaal was ongewoon moeilijk. Maar zelfs als je daar rekening mee houdt, blijven de vruchten van de enorme schaalgrootte van Citigroup nog immer hardnekkig ongrijpbaar. Het is aan Prince om daar verandering in te brengen, in plaats van incidentele calamiteiten weg te redeneren.

Antony Currie