We hebben alle zwakke plekken overtuigd

Toevallig hadden we het er laatst nog over aan tafel, over de kraakbeweging, en we probeerden uit te leggen hoe dat was en hoe dat ging aan een meisje van 18 dat er weinig van wist. We wisten het zelf nog wel, zo’n beetje, maar niet meer helemaal precies. Sinds gisteren is het geheugen weer flink opgefrist. Op de digitale zender Geschiedenis TV is deze week elke dag De stad is van ons, te zien, gesprekken met mensen uit de kraakbeweging doorspekt met beelden uit die tijd. Fascinerend. De gesprekken zijn allemaal zo’n beetje in 1996 gevoerd en iedereen kijkt dus terug, bijvoorbeeld op spectaculaire gebeurtenissen zoals de bezetting van ‘De Groote Keijser’, een rij leegstaande panden aan de Keizersgracht die geleidelijk aan in een bunker veranderden.

Tijdens die gesprekken springt al gauw een zekere Theo eruit, een van degenen die later de leiding over de kraakbeweging naar zich toetrok. Je ziet het drama komen als er verteld wordt over het ontruimingsbevel tegen De Groote Keijser. Tot dan toe werd er vrij ontspannen gewoond, er zijn wat beddenspiralen tegen de raamkozijnen geschroefd voor als er een knokploeg van de Ogem, de eigenaar van het pand, zou komen, er werd ’s nachts heel spannend gewaakt met biertjes en sigaretten en eindeloze gesprekken: kraken was gewoon heel leuk.

Dan komt er een ontruimingsbevel van de rechter. De krakers besluiten niet te vertrekken en zoeken versterking bij andere krakers in de stad. Op een dag, vertelt er eentje, wordt er aangebeld en daar komt iemand binnen die zegt: „Ik ben Theo van der Giessen”, en die heeft nog een paar mensen bij zich en die beginnen de Groote Keijser te versterken, heel professioneel, met ijzeren platen en lasapparatuur. Theo komt zelf weer aan het woord en dan hoor je het al: „We zijn door het pand gelopen, we hebben alle zwakke plekken, niet alleen qua barricade maar ook bijvoorbeeld bewoners, de zogenaamde bewoners die daar nog zaten, ongewenste logés, te kennen gegeven, eigenlijk overtuigd, dat ze weg moesten. Degenen die wat minder goed te overtuigen waren die hebben we een tijdslimiet gegeven en die hebben we gezegd, we komen dan terug met een grotere ploeg om jullie er gewoon uit te zetten.”

En dan gaat het zoals het met alle vrije, gezellige bewegingen gaat: het gezellige en vrije is er gauw af en maakt plaats voor een dictatuur van een paar mensen met idealen, die over iedereen heenlopen en niet terugschrikken voor intimidatie, vernieling en zelfs marteling. Angstaanjagend.

En wat lijkt het ver en lang geleden om het kruispunt van de Vondelstraat met de Constantijn Huygensstraat helemaal opengebroken te zien en gebarricadeerd, met vuren en later tanks die gewoon over alles en iedereen heen rijden – het was echt oorlog.

De fanatiekste types hebben ook in 1996 geen greintje spijt of relativeringsvermogen. Ze zouden het zo weer doen, inclusief hun eigen vervaarlijke politiestaat-gedrag. Theo: „Die stroomstok is zó irrelevant.”

Wat een andere wereld. Net trouwens als die waarin de Slowaakse familie van Andy Warhol, Warhola zeggen zij, leeft. Dat was ook een fantastische documentaire, Een echte Andy Warholzondagavond in Het uur van de wolf (herhaling aanstaande vrijdagmiddag op Nederland 2). Oude tantes in heel armelijke woninkjes, die vertellen dat Andy eens tekeningen van hemzelf opstuurde. Daar vonden ze niet veel aan. Ze vouwden er trompetjes van voor de kinderen, legden de rest op zolder en na een overstroming gooiden ze ze maar weg. Toch zijn ze nu apetrots dat ze familie zijn.

Ze praten heel onbevangen en zeggen de krankzinnigste dingen. Zoals wanneer het gaat over of Andy Warhol homoseksueel was. Dat was-ie niet. „Hij was gewoon ’n goeie vent.” „Er zijn nog nooit homo’s geweest in Miková.” „Ik geloof het niet en ik ben ertegen.”

Discussieer mee op nrc/beeldenstorm.nl