Personeel Unilever blijft in staking

De stakingen bij het levensmiddelenbedrijf Unilever (Omo, Ola, Dove, Andrélon) worden voor onbepaalde tijd voortgezet. Elke dag ligt er één van de zes fabrieken van het concern in Nederland stil.

Gisteren werd het werk de hele dag neergelegd in Loosdrecht, waar maaltijden van Conimex en soep van Knorr worden geproduceerd. Vandaag werkt er bijna niemand in de vestiging in Vlaardingen, waar schoonmaakmiddel Cif wordt gemaakt. „Het is de bedoeling dat de acties onvoorspelbaar worden”, heeft bestuurder Lucas Vermaat van FNV Bondgenoten gisteren laten weten.

Unilever kondigde vorige week de sluiting aan van de fabrieken in Delft, Vlaardingen en Loosdrecht, terwijl de vakbonden in de vastgelopen cao-onderhandelingen juist baangaranties voor het Nederlandse Unilever-personeel eisten. Afgelopen woensdagavond begon een staking in alle fabrieken. In de loop van vrijdag werd het werk hervat.

Unilever wil de drie fabrieken eind volgend jaar sluiten, omdat de productiekosten er te hoog zouden zijn. Zo draait de fabriek in Vlaardingen op 43 procent van haar capaciteit. De beslissing, waardoor 470 medewerkers hun baan verliezen, is onderdeel van een wereldwijd reorganisatieplan. Dat kost de komende drie jaar 20.000 mensen hun baan, ruim 10 procent van het mondiale Unilever-personeel. De productie wordt vrijwel geheel overgeheveld naar andere (Oost-)Europese landen.

De bonden ageren al langer tegen het beleid van Unilever. „Onze leden zien dat als afbraakbeleid”, aldus Vermaat. „Het is alleen gericht op hoge en kortetermijnrendementen. De continuïteit van Unilever in Nederland op de middellange en lange termijn wordt door voortdurende reorganisaties bedreigd.”