Nederland zit in topvier met integratiebeleid ...

Voor het eerst is het beleid rond integratie van 28 Europese landen vergeleken.

Nederland scoort goed, maar lang niet op alles.

„Integratie ligt niet alleen gevoelig, het is ook een ingewikkelde materie”, zegt Jan Niessen alsof hij de mogelijke kritiek op ‘zijn’ onderzoek alvast wil pareren. Mede onder leiding van de Nederlander Niessen, directeur van de niet-gouvernementele Migration Policy Group in Brussel, werd een grootschalige vergelijkende studie verricht naar het integratiebeleid in 25 lidstaten van de Europese Unie, plus Canada, Noorwegen en Zwitserland. (Daar Bulgarije en Roemenië pas na de start van de studie tot de EU toetraden, zijn deze landen niet meegenomen in het onderzoek.)

De Migrant Integration Policy Index (Mipex), zoals de studie heet, verschaft voor het eerst op deze schaal „objectieve en vergelijkbare” gegevens. Ook is er een lijst van landen die het goed presteren of juist nog een lange weg te gaan hebben als het gaat om de integratie van migranten.

Ondanks enkele „zwakke plekken” behoort het Nederlandse beleid tot een van de beste. Nederland eindigt als vierde, na Zweden, Portugal en België. Letland is, over de hele linie genomen, de slechtste leerling van de klas.

Voor de studie werden zes beleidsterreinen onderzocht waarlangs „de reis van een migrant naar een volledige burgerschap” voert: langdurig verblijf, toegang tot de arbeidsmarkt, familiehereniging, politieke participatie, naturalisatie en anti-discriminatie.

Nederland wordt geroemd om de bestrijding van de werkloosheid onder migranten, gelijke toegang tot vakopleidingen en pogingen om de taalachterstand bij migranten te verkleinen, de politieke participatie en bestrijding van discriminatie. Op de terreinen familiehereniging en naturalisatie hoort Nederland tot de Europese middenmoot.

De Nederlandse voorwaarden voor een permanente verblijfstitel, behoren tot de meest stringente in Europa. Partners van autochtone Nederlanders kunnen zich eerder tot Nederlander laten naturaliseren dan partners van migranten. De nieuwe Wet inburgering heeft de voorwaarden voor migranten om langdurig in Nederland te verblijven ongunstig beïnvloed, wordt in de studie gesteld.

Niessen weigert in te gaan op de kritiek die vanuit Denemarken is gekomen op zijn resultaten. Denemarken, dat zichzelf vergelijkt met Zweden, eindigt vrij laag op de ranglijst van Niessen. Hij volstaat met: „Beleid maakt verschil. Zweden heeft de afgelopen jaren een consistent beleid gevoerd en Denemarken niet.”

Opvallend is de score van Nederland als het gaat om de toegankelijkheid van de arbeidsmarkt en arbeidsrechten van migranten. Hier behaalde Nederland de laagste score van alle onderzochte landen. Soms moeten migranten voldoen aan extra voorwaarden als ze een bedrijf willen beginnen. „Zelfs na vele jaren werken hebben migranten geen gelijke toegang tot de arbeidsmarkt als EU-burgers”, licht Niessen toe.

Komt dat door hun gebrekkige kwaliteiten of ligt dat aan het beleid?

„Het ligt aan het beleid. Als je, zeg maar, met een werkcontract voor twee jaar binnen bent gekomen, mag je in Nederland gedurende die termijn niet solliciteren bij een andere baas, wat wel mag in sommige andere landen.

„En als migrant word je in Nederland uitgesloten van bepaalde overheidsdiensten.”

De scores van Nederland zijn vaak erg hoog, maar soms ook erg laag.

„We keken naar wel 140 verschillende indicatoren op zes terreinen. Het grote verschil komt vooral door het ontbreken van een consistent beleid in Nederland. Het beleid hangt van incidenten aan elkaar. Na elk incident wordt weer beleid gemaakt of aangepast. Sinds het nieuwe kabinet is de toon ook ineens anders geworden.”

Wat gebeurt er nu met deze studie?

„Ons doel is niet te komen tot een harmonisatie van beleid in de Europese Unie. Landen kijken toch voortdurend naar elkaar en vergelijken hun beleid. We hebben ze nu instrumenten gegeven om dat nog meer en nog beter te doen.”

Lees de hele studie op: www.integrationindex.eu