Lightrail dendert door Leids college

In Leiden wil de oppositie het college naar huis sturen. Aanleiding is een ruzie over het tracé van de RijnGouwelijn: dwars door de stad of eromheen.

Leiden verkeert in een bestuurlijke crisis. Vorige week stapten de twee SP-wethouders op uit onvrede over het standpunt van de rest van het college over het lightrailproject RijnGouwelijn tussen Gouda en de kust. Een ‘rompcollege’ van PvdA, GroenLinks en ChristenUnie bleef aan. Maar de oppositie is van plan om vanavond ook het restant van het college naar huis te sturen.

De basis onder het Leidse college van burgemeester en wethouders is al wankel sinds de gemeenteraadsverkiezingen van maart vorig jaar. Twee partijen in het nieuwe college (PvdA en GroenLinks) waren een voorstander van een tracé van de lightrailverbinding RijnGouwelijn (RGL) door de Breestraat, de twee andere partijen (SP en ChristenUnie) waren tegen. Dit probleem werd opgelost door de bevolking via een referendum te laten beslissen over dit voor de stad zo ingrijpende plan.

En Leiden sprak zich uit. Bijna 70 procent van de opgekomen Leidenaren stemde op 7 maart tegen de RGL. Dit ‘nee’ bleek echter weinig waard, want niet de gemeente, maar de provincie is verantwoordelijk voor het openbaar vervoer. De tijdelijke Zuid-Hollandse gedeputeerde voor verkeer en vervoer Govert Veldhuijzen (CDA) – hij vervangt de zieke Asje van Dijk (CDA) – noemt het Leidse referendum daarom een „gigantische vergissing”.

De provincie bleek niet van plan om de RGL dan maar om het centrum heen te leggen. Deze zomer liet de provincie bovendien weten niets te zien in een alternatief plan van de gemeente. De gemeente zou vrije busbanen willen aanleggen over de Hooigracht-Langegracht. Die zouden bij genoeg reizigers dan in een later stadium ‘vertramd’ kunnen worden – dat wil zeggen: opgenomen in het lightrailtraject. Maar daar ziet de provincie niets in, zegt Veldhuijzen. „We moeten naar een fijnmazig systeem toe”, vindt hij. Volgens de provincie is een lightrailverbinding zonder overstappen tussen Gouda en de kust de beste manier om het openbaar vervoer in de regio te verbeteren.

De provincie kijkt volgens gedeputeerde Veldhuijzen naar het „bovenregionale belang”. Dat was ook de boodschap van Ron Hillebrand, fractievoorzitter van de PvdA in Zuid-Holland, afgelopen vrijdag tijdens een debat over de RGL in het Leidse zorgcentrum Lorentzhof. Hij somde een lange lijst met gemeenten op die een direct of zijdelings belang hebben bij de RGL. Al die belangen moeten tegen elkaar worden afgewogen. Hillebrand: „Voor de provincie maakt het niet uit of de mening van gemeenten tot stand is gekomen door een referendum of door de gemeenteraad.”

Vorige maand liet de provincie weten ook zonder medewerking van Leiden de RGL volgens het „bestaande plan [tracé over de Breestraat red.] te realiseren”. Het zou daarvoor zelfs het niet vaak toegepaste wettelijke instrument van de ‘doorzettingsmacht’ gebruiken. Daarmee kan de provincie de gemeente dwingen mee te werken. Met de nieuwe Wet op de Ruimtelijke Ordening, per 1 juli volgend jaar, wordt die procedure voor de provincie eenvoudiger.

De provincie is „niet blind voor wat er in Leiden gebeurt”, zegt Veldhuijzen. Daarom bood het Leiden de kans om vóór het definitieve besluit van de provincie over de RGL (morgen) met een „acceptabel” alternatief tracé te komen. Dat houdt in: een ononderbroken lightrailverbinding door het centrum van de stad.

De Leidse verkeerswethouder John Steegh (GroenLinks) noemt het „vervelend” dat de gemeente niet alles heeft te zeggen over wat er op het eigen grondgebied gebeurt. „Maar het staat in de wet, en ik ben nu eenmaal wethouder”, zegt hij. Het Leidse college kwam aan de wens van de provincie tegemoet en presenteerde een tracé over de Hooigracht-Langegracht. Voor de provincie was dit plan „bespreekbaar”.

Maar dat zinde de Leidse SP niet. Die partij legt de referendumuitslag van een half jaar geleden uit als een ‘nee’ tegen elke vorm van lightrail door de stad. Toen bleek dat de andere coalitiepartijen wél met de provincie wilden praten, stapten de twee SP-wethouders op. De rest van het college bleef zitten. Vorige week woensdag stuurde dit ‘rompcollege’ een brief aan Gedeputeerde Staten, waarin werd bevestigd dat Leiden mee wil werken aan een doorgaande lightrailverbinding over de Hooigracht-Langegracht.

De drie grote oppositiepartijen in Leiden, VVD, CDA en inmiddels ook de SP, vinden dat het college deze brief nooit had mogen versturen. „In dit land nemen minderheidsbesturen over het algemeen geen controversiële besluiten. Dat heeft het college nu wel gedaan”, zegt CDA-fractievoorzitter Jan-Jaap de Haan. Hij vindt dat niet alleen de brief van tafel moet, maar ook het college. De oppositiepartijen vormen met de uit het college gestapte SP een meerderheid, en kunnen het college dus ook wegsturen.

De Haan pleit voor een „nieuw begin”. Hij vindt dat alleen nieuwe coalitieonderhandelingen tot een helder Leids standpunt over de RGL kunnen leiden. Het CDA wil daarom ook niet de plaats van de SP in het Leidse college innemen. „Wij zijn niet het reservewiel dat deze rode auto thuisbrengt.”

De Haan vreest niet dat de provincie bij een gebrek aan een Leids alternatief plan het oorspronkelijke tracé over de Breestraat zal doorvoeren. „Over een maand zit er een nieuw college en dan heeft de provincie weer een gesprekspartner. Zo lang kunnen ze wel wachten.”

Dat zal waarschijnlijk morgen duidelijk worden wanneer Provinciale Staten over het definitieve ontwerp van de RGL beslissen.

Leiden stelt alternatief tracé RijnGouweLijn voor