Lang leve het luieren en het lanterfanten

Bas Haring: Voor een echt succesvol leven. Nijgh & Van Ditmar, 173 blz., € 17,50

We kunnen niet anders – dat is Bas Harings verklaring voor ons streven naar een succesvol leven. Het echtpaar dat een woekerrente afsluit voor een nieuwe ijskast, de sporter die zijn leven inruilt voor medailles, de werknemer die zijn gezondheid op het spel zet voor een promotie – ze zijn slachtoffers van een ‘machinerie’ in ons hoofd, aldus de filosoof in zijn boekje Voor een echt succesvol leven. Een typisch Haringboekje, dus wie hem kent van zijn tv-programma Stof, of van zijn boek Kaas en de evolutietheorie, zal zijn eenvoudige, met verhelderende voorbeelden doorspekte verteltrant meteen herkennen.

Anders dan de titel doet vermoeden breekt Haring een lans voor het onsuccesvolle leven, voor het luieren en lanterfanten, voor die mensen wier leven geen enkel noemenswaardig spoor achterlaat. Zij leven geen slechter leven dan de mensen die krom liggen om de top te bereiken, vindt Haring.

Maar dat brengt hem wel in een lastige positie: ‘Ik schrijf boekjes. Verschijn op tv en op college. Ik zet van alles in gang’, geeft hij toe. Niet bepaald de ideale pleitbezorger voor een onsuccesvol leven.

Hoe komt het dat we succes nastreven? En is die drang goed voor ons? Nee, zegt Haring, die drang is niet altijd goed voor ons, denk maar aan de werknemers die op weg naar de top een hartinfarct krijgen. Maar we ontkomen er ook niet aan: er is een ‘machinerie’ aan de gang die ons aanspoort een succesvol leven te leiden. Dat verborgen systeem zit in elkaar als een soort evolutietheorie van ideeën.

Maar Haring geeft een wat magere verklaring voor de populariteit van het idee dat we succesvol willen zijn. Als we naar een landschap kijken valt de top van een berg het meeste op, zegt Haring. De winnaar van een sportwedstrijd valt ook meer op dan de nummer zes. En hoe meer aandacht er gaat naar hen die iets hebben bereikt, hoe meer navolging het idee krijgt om een net zo geslaagd leven te leiden. We willen allen opvallen, we kunnen niet anders.

Is dat alles? Is het niet zo dat – om dicht bij de evolutietheorie te blijven – mensen wier leven succesvol is meer kans hebben zich voort te planten? En als we niet anders kunnen, hoe zit het dan met die mensen die ervoor kiezen tegen het heersende denkpatroon in voor hun gezin of zieke moeder te zorgen, die het succesvolle leven laten voor wat het is, en volkomen gelukkig zijn? Zijn zij de uitzonderingen op de regel?

Reinier Kist