‘Je wilt toch dat moslims zich ontwikkelen’

De Indiase regering wil toezicht op het onderwijs op de zogeheten koranscholen. Beter onderwijs is de sleutel voor emancipatie van de moslims. Maar sommige geestelijken vrezen machtsverlies.

Pottenkijkers, daar houdt Abdul Hameed Rahmani niet van. Dus zit zijn koranschool (madrassa) niet te wachten op geld van de Indiase overheid. Hij zeg: „Als de regering geld geeft, wil zij zich ook bemoeien met de school.” De achterdocht bij de geestelijke is groot. „De staat wil via islamitische scholen de moslims in de gaten houden.”

Nee, Rahmani ziet daarom ook helemaal niets in de oprichting van een overkoepelend orgaan voor madrassa’s – de zogeheten Central Madrassa Board (CMB). Die moet, zoals een overheidscommissie voor onderwijs aan minderheden onlangs aankondigde, helpen de kwaliteit van het onderwijs op koranscholen te verbeteren. De bedoeling is dat madrassa’s zich vrijwillig laten registreren. Op basis daarvan ontvangen ze subsidie voor het niet-religieuze curriculum van de school. Scholieren met een diploma van een geregistreerde madrassa op zak krijgen toegang tot de algemene universiteiten in India. Nu nog zijn de meeste madrassastudenten die hoger onderwijs willen volgen, aangewezen op de enkele islamitische universiteiten in het land.

Met het onderwijsniveau van de Indiase moslim is het slecht gesteld. Dat blijkt onder meer uit het eind vorig jaar gepubliceerde overheidsrapport van de Rajindar Sachar Commissie, over de sociaal-economische situatie van de moslimgemeenschap (138 miljoen mensen; 13,4 procent van de totale bevolking volgens de census van 2001). Analfabetisme onder moslims (41 procent) ligt duidelijk boven het gemiddelde van het land (35 procent). Een kwart van de groep kinderen van zes tot veertien jaar oud is nooit naar school geweest of heeft die niet afgemaakt. Moslims maken slechts 4 procent uit van de studentenpopulatie in India. Volgens de Nationale Commissie voor onderwijsinstanties van minderheden zijn er 400.000 tot 500.000 madrassa’s in India.

De oprichting van de overkoepelende CMB moet verdere marginalisering van de moslimgemeenschap een halt toe roepen. Zelf is de overheid enthousiast over de nieuwe aanpak. „Op die manier kunnen we de standaard van modern wetenschappelijke vakken op de madrassa’s verhogen. Het moet het onderwijsniveau van de Indiase moslim op een hoger plan brengen”, zegt M.S.A. Siddiqui, zelf een moslim en voorzitter van de commissie voor minderhedenonderwijs.

Uit het rapport van de commissie-Sachar blijkt dat veel ouders hun kinderen graag naar een algemene school zouden willen sturen, maar dat zo’n school vaak niet in de buurt is. In plattelandsdorpen met grote moslimsgemeenschappen zijn amper scholen, en schoolbussen om de kinderen op te halen, rijden er vaak niet. Daardoor komen de kinderen gemakkelijk terecht op de religieuze scholen. Die zijn gratis en bieden eveneens onderdak en voeding.

Abdul Hameed Rahmani is het hoofd van een van de grootste koranscholen van New Delhi. Al jarenlang bestuurt hij de school zonder een cent steun van de overheid. En dat wil hij graag zo houden. Zijn organisatie, de Abdul Kalam Azad Islamic Centre, heeft 22 scholen in het land. Die worden gefinancierd door schenkingen uit de moslimgemeenschap, in eigen land en uit het buitenland.

Rahmani houdt kantoor in Jamia Nagar, een moslimwijk in de hoofdstad. De man met witte baard zit bijna verstopt achter een bureau met torenhoge stapels religieuze boeken. Aan de muur in zijn kantoor hangt een kaart van de islamitische wereld. Hij zegt: „Als de overheid gaat meebetalen aan de scholen, betekent dat ook dat je ambtenaren als onderwijzers krijgt. En het enige wat die doen in India is staken.”

Op zijn scholen hebben scholieren behalve religieus onderwijs ook moderne vakken op het programma staan. Maar bij nader doorvragen blijkt deze combinatie alleen te gelden op het niveau van de lagere school. Op middelbaar schoolniveau ligt de nadruk op het religieuze programma. Studenten die van deze madrassa’s afkomen, kunnen zich in New Delhi alleen aanmelden bij de twee islamitische universiteiten in de stad. Tot de andere universiteiten worden ze nu niet toegelaten.

Hoewel madrassastudenten in theorie kunnen doorstuderen, blijkt die mogelijkheid in de praktijk beperkt, zegt Zeeshan Ahmed, journalist van een weekblad van de islamitische organisatie Jamaat-e-Islami in New Delhi. Ahmed, een twintiger, heeft ook een diploma van een madrassa. ,,Maar daarna heb ik schriftelijk een aantal middelbare schoolcursussen gedaan, waardoor ik alsnog naar een algemene universiteit kon.”

Hij verbaast zich dat veel islamitische scholen geen modern onderwijs geven, terwijl ze vaak barsten van het geld. „De scholen van de geestelijke Rahmani krijgen geld uit het Midden-Oosten. Waarom ze dat niet gebruiken voor de introductie van modern onderwijs op de madrassa op middelbaar schoolniveau, is onbegrijpelijk. Je wilt toch dat moslims zich ontwikkelen en niet achterblijven?”

Voorzitter Siddiqui van de commissie voor minderhedenonderwijs is het daarmee eens. Op de koranscholen moet volgens hem ook worden onderwezen in computerkunde, talen en wiskunde. Hij zegt: „Er heerst grote werkloosheid onder moslims. Als ze geen opleiding hebben en de aansluiting bij de maatschappij missen, kan dat fatale gevolgen hebben en leiden tot criminaliteit.”

Waarom bepaalde moslimorganisaties zo tegen overheidssteun zijn, begrijpt hij wel. Sommige geestelijke leiders zijn volgens Siddiqui bang hun macht te verliezen en houden hun mensen liever dom. „Wij zullen ons alleen met het niet-religieuze deel van het onderwijs bemoeien. Het Indiase model kan wat mij betreft een voorbeeld worden voor andere moslimlanden. Pakistan heeft al belangstelling getoond.”