Hulp voor ‘fragiele landen’

Nederland geeft jaarlijks bijna 5 miljard euro ontwikkelingshulp.

Minister Koenders wil investeren kwestbare landen.

Een andere minister voor Ontwikkelingsamenwerking, een ander beleid. Vandaag presenteert minister Bert Koenders (PvdA) in Den Haag zijn plannen voor de besteding van de bijna vijf miljard euro die Nederland jaarlijks aan hulp besteed. Een bedrag dat elk jaar toeneemt omdat het een vast percentage – 0,8 procent – van het nationaal inkomen is.

Totaal op de schop gaat het beleid niet. Daarvoor is Nederland te gebonden aan langlopende internationale afspraken. Maar tijdens een werkbezoek aan het Afrikaanse Congo kondigde Koenders onlangs wel alvast nieuwe accenten aan. En dan gaat het vooral om extra aandacht voor de zogeheten ‘fragiele staten’, waarvan Congo er één van is. „Dat zijn er helaas een heleboel in de wereld”, aldus Koenders. „Daar zitten de miljard armste mensen ter wereld, die vaak in conflictgebieden wonen. Ze worden op hun manier deel van de wereldeconomie. Niet via kapitaal of investeringen maar door middel van mensensmokkel, illegale immigratie, wapenhandel of piraterij.”

Hulp aan dit soort landen vereist volgens Koenders „een andere manier van ontwikkelingssamenwerking”, want er zal flexibeler moeten worden ingespeeld op snel veranderende situaties. Dat betekent in zijn ogen ook een weer meer politieke wijze van ontwikkelingssamenwerking. „Als we gaan discussiëren over het stabiliseren van het leger in bepaalde landen of aan conflictbemiddeling gaan doen, is dat best een risico. En is dat niet de ouderwetse agenda van Ontwikkelingssamenwerking.”

Onder de voorgangers van Koenders is de lijst met landen die Nederlandse steun krijgen al flink uitgedund. Beter een beperkt aantal landen intensieve aandacht dan een heleboel landen ad hoc steun, luidde het devies. Op dit moment heeft Nederland met 36 landen een zogeheten „structurele hulprelatie”. Daarnaast wordt sinds enige jaren hulp geboden aan vier landen die met conflicten te maken hebben of deze net achter zich hebben gelaten. Het gaat om Sudan, Burundi, Congo en Kosovo.

In de op Prinsjesdag gepresenteerde begroting kondigde Koenders al aan dat de landenlijst in drie categorieën zal worden ingedeeld: stabiele ontwikkelingslanden (bijvoorbeeld Tanzania), fragiele staten (bijvoorbeeld Congo) en landen waarmee Nederland een veel bredere relatie heeft dan alleen ontwikkelingssamenwerking (bijvoorbeeld Vietnam). Die laatste groep bestaat uit landen die volgens Koenders „eigenlijk langzaam maar zeker geen ontwikkelingshulp meer nodig hebben.”

Het debat zal de komende tijd naar verwachting gedeeltelijk gaan over de gekozen groepsindeling. Daarbij gaat het dan vooral om de landen die de hulpfase aan het ontgroeien zijn. Bij deze ‘middeninkomenslanden’ spelen andere hulpcriteria een belangrijker rol bij de toedeling van middelen. Koenders: „Dan heb je het over zaken als mensenrechten, verdelingsvraagstukken, en het beleid ten aanzien van klimaat en energie.”

Politiek het meest gevoelig kan het fragiele-statenbeleid worden met behalve Congo ook landen als Afghanistan en Kosovo. Hier kan de Nederlandse 3D-politiek ten uitvoer worden gebracht, wat staat voor: Diplomacy, Defense en Development. De gedachte hierbij is dat landen zich niet kunnen ontwikkelen als er niet tevens iets ondernomen wordt op het terrein van veiligheid en vorming van een rechtsstaat. Maar het mechanisme werkt ook andersom, zoals Koenders eerder dit jaar in de Volkskrant schreef: „De 3D-benadering betekent dat veiligheid nooit via militaire middelen kan worden bereikt maar alleen duurzaam wordt als de vrede wordt uitonderhandeld en ook daadwerkelijk tot opbouw leidt.”

Dit is exact de discussie die speelt rond de verlenging van de Nederlandse militaire missie in Afghanistan. Van meet af aan is door Nederland gesteld dat het hier gaat om een opbouwmissie en niet om een vechtmissie. Maar de Nederlandse militairen zijn door de toegenomen gewelddadigheden toch maar in beperkte mate toegekomen aan opbouwen.

Er zijn echter meer ‘Afghanistanachtige’ landen zal vandaag uit de nota van Koenders blijken. Landen waarbij hulp en militaire aanwezigheid hand in hand gaan. Niet voor niets had hij op zijn oriëntatiereis door Congo ook een aantal Nederlandse militairen bij zich.