Het is koud in de villa van Tarzan

In het Roemeense stadje Huedin staan naast lemen huisjes protserige en tochtige villa’s. Maar als over een paar jaar de nieuwe autostrada is aangelegd komt er niemand meer.

Aan weerszijden van de weg staan monsterlijke paleizen. (Foto's Tijn Sadee) Sadee, Tijn

Vrachtwagens denderen over de tweebaansweg van de Roemeense stad Cluj in Transsylvanië naar Oradea op de grens met Hongarije. In de verte lonkt het Apusenigebergte waar buitenlanders naar goud zoeken. Maar daar heb ik geen tijd voor. Ik moet naar huis.

Bijna klap ik bovenop de minibus van een Moldaviër voor me die op de rem trapt voor een overstekende paard-en-wagen. Dan sukkelen we weer verder. Om het kwartier gooit de Moldaviër een peuk uit het raam. Je moet wat, om wakker te blijven. Kettingroken is een methode. Als ik zelf na een paar uur rijden bijkans in slaap dommel schudt een steen tegen de voorruit me wakker. De ster in de ruit groeit na een paar minuten uit tot een spinnenweb dat mijn zicht belemmert.

In het stadje Huedin parkeer ik de auto om de schade op te nemen. Maar de tijd om op zoek te gaan naar een garage wordt me niet gegund. Een vrouw, gestoken in een stevige leren jas, parkeert haar fiets tegen mijn auto en legt een dik pak papier op de motorkap. Ze zamelt geld in voor een ingewikkelde operatie voor haar vader die daartoe naar een ziekenhuis in Peking moet worden overgebracht. Maar wie gaat dat betalen? Passanten zoals ik, hoopt de vrouw. Ze overhandigt me een formulier met een gedetailleerde omschrijving van haar vaders ziektebeeld. Onderaan staat het bankrekeningnummer.

„We zijn met alles blij, 500 euro is ook goed”, zegt ze, waarna ze weer op haar fiets springt.

Pas dan zie ik de protserige villa’s aan weerszijden van de weg. Naast lemen huisjes met verweerde daken staan monsterlijke, vijf verdiepingen hoge, betonnen constructies. De zigeunerpaleizen van Huedin. Van de meeste zijn alleen de buitenmuren gereed. Binnen is geen verwarming of elektriciteit. Zalmroze, groen en marmerwit zijn de kleuren die overheersen. ‘Villa Chocola’ staat op één van de gevels. Een zandpad leidt naar de wijk met de royaalste villa’s. Rondom scharrelt vee en lopen zigeunervrouwen af en aan met emmers water.

Overal staan auto’s uit Engeland, Duitsland en Nederland geparkeerd.

Uit een Mercedes met Iers nummerbord komt een vent tevoorschijn. Trots wijst hij naar zijn paleis: de ‘Villa van Tarzan’. Mercedessterren, maar dan een halve slag gedraaid, versieren het blikken dak waarin het zonlicht weerkaatst. Hij heeft het laten bouwen met „eerlijk verdiend geld uit Ierland”. Morgen rijdt hij weer terug. Zijn Ierse baas verwacht hem maandagochtend weer fris op het werk.

In de modder voor het paleis staan zijn vrouw en drie dochters. Nu ik uitgebreid foto’s van Tarzans villa heb gemaakt wordt er van mij een tegenprestatie verwacht. „Geef ze maar wat euro’s”, zegt de man waarna hij in zijn Mercedes wegrijdt, richting de dichtstbijzijnde kroeg.

Met Tarzans dochters loop ik naar mijn auto waar mijn geld is.

Daar staat ook de vrouw in leren jas weer. „En? Kan mijn vader op uw steun rekenen?”

Over een paar jaar komt niemand meer door Huedin. Dan is de nieuwe autostrada er en die gaat met een boog om het stadje heen. Wie maakt dan nog halt voor vrouwen in leren jassen en dochters in tochtige paleizen?