Haagse waakhond blaft weinig naar Brussel

Het Binnenhof reageert nauwelijks op plannen van de Europese Commissie.

En sowieso niet als Den Haag het er mee eens is.

Luchthaven Schiphol hoort bij de ‘kritieke infrastructuur’ van Nederland. Dat is geen Brusselse zaak, vindt het Binnenhof. Foto Sake Elzinga Luchthaven Schiphol (vanuit de verkeerstoren) is onderdeel van Europa’s kritieke (kwetsbare) infrastructuur – één van de vier onderwerpen waarbij het Nederlandse parlement reageerde op een voorstel van de Europese Commissie. Foto Sake Elzinga Nederland - Amsterdam -Schiphol - 03-08-2001 Panoramagezicht op schiphol vanuit de verkeerstoren. Foto: Sake Elzinga Elzinga, Sake

Als slechts 0,074 procent van de Europeanen per jaar scheidt van een buitenlandse partner, zijn er dan speciale Europese regels nodig voor internationale echtscheidingen? En waarom moet ‘Brussel’ zich opeens mengen in de strijd tegen passief roken?

Dit zijn maar twee van de in totaal 133 commentaren die de Europese Commissie de afgelopen twaalf maanden kreeg opgestuurd door nationale parlementen, als reactie op voorstellen voor nieuwe EU-wetgeving. De kritische noot over echtscheiding is afkomstig van de Nederlandse Eerste en Tweede Kamer, terwijl de Franse senaat zich opwond over Brusselse antirookplannen. Nationale parlementen maken zich druk over de meest uiteenlopende zaken, zo blijkt uit de lijst met onderwerpen die varieert van honden- en kattenbont tot posterijen, kritieke (kwetsbare) infrastructuur en het Europees Technologie Instituut.

De verzameling reacties is het resultaat van een persoonlijke oproep die Commissievoorzitter Barroso vorig jaar deed aan de 27 nationale parlementen van de Unie. Barroso nodigde parlementariërs uit te „reageren” op Commissievoorstellen, die hij beloofde voortaan direct naar de parlementen toe te sturen.

Volksvertegenwoordigingen worden daarbij geacht te letten op het principe van ‘subsidiariteit’ – wat inhoudt dat problemen bij voorkeur op nationaal niveau moeten worden opgelost – en dat van ‘evenredigheid’ – wat betekent dat EU-regelgeving niet excessief mag zijn.

Wie de balans opmaakt van een jaar ‘proefdraaien’ met het systeem – dat functioneert sinds september 2006 – krijgt de indruk dat het Nederlandse parlement niet tot de meest actieve waakhonden van de Unie behoort.

Brussel ontving uit Den Haag slechts vier reacties – een aantal dat bijvoorbeeld pover afsteekt bij de hoeveelheid commentaren uit Parijs (38), Berlijn (17) en Londen (15).

De Haagse bescheidenheid sprong ook in het oog van de Europese Commissie, die het Binnenhof vroeg om tekst en uitleg. Daar bleek dat er bij Nederlandse parlementariërs wel interesse bestaat voor Brusselse regelgeving. De zogeheten Tijdelijke Commissie Subsidiariteitstoets, waarin de Eerste en Tweede Kamer samenwerken, heeft meer dan dertig Commissievoorstellen geselecteerd voor bestudering. Maar de Eerste en Tweede Kamer hebben afgesproken alléén op een Commissievoorstel te reageren wanneer ze vinden dat Brussel ‘fout’ zit en zich niet houdt aan het subsidiariteitsprincipe – terwijl andere parlementen ook positieve reacties opsturen.

„Het Nederlandse parlement ziet dit systeem zo: als je negatief bent over een voorstel, dan informeer je de Commissie”, vertelt een hoge Commissie-ambtenaar. „De overgrote meerderheid van de 133 reacties is echter positief.”

De Commissie zou het dan ook „waarderen” om ook eens een positief geluid uit Den Haag te horen, aldus de ambtenaar. Het CDA-Tweede Kamerlid Jan Jacob van Dijk, voorzitter van de subsidiariteitscommissie, reageert echter afwijzend. „Ik ben opgevoed met de neiging: als je niets hoort, is het goed. Ik vind het niet zo heel sterk van de Europese Commissie dat ze nu bij ons bevestiging zoekt in wat ze wél goed doet.”

De vicepresident van de Raad van State, Herman Tjeenk Willink, hekelde onlangs nog de lakse houding die er volgens hem in Den Haag bestaat als het gaat om controle op plannen uit Brussel. Ook pleitte hij voor een onderzoek naar het succes van de Tijdelijke Commissie Subsidiariteitstoets.

De kwestie ligt gevoelig in zowel Den Haag als Brussel, omdat juist Nederland dit jaar een harde politieke strijd voerde voor meer macht van nationale parlementen in het nieuwe EU-verdrag. Premier Balkenende claimde deze zomer een belangrijke politieke overwinning in de vorm van de ‘oranjekaartprocedure’, die een meerderheid van parlementen in staat stelt een Commissievoorstel naar de prullenbak te verwijzen.

De twee Commissievoorstellen die tot nu toe de meeste reacties van nationale parlementen opriepen – over internationale echtscheiding en over de postmarkt – haalden echter de drempel voor de oranjekaartprocedure bij lange na niet.

Bekijk de onderwerpen van de Tijdelijke Commissie Subsidiariteit via nrc.nl/europa