Een sticker op ieder huis

Bij de zoektocht naar een woning is energiezuinigheid voor velen geen criterium. Dat moet veranderen, vindt de overheid. Dus krijgen huizen nu ook energielabels.

We kennen het al van de auto en de wasmachine: het gekleurde energielabel. Met ingang van 2008 moet ook elk huis een energielabel hebben. Hierdoor krijgen bewoners en potentiële kopers of huurders vooraf zicht op het energiegebruik van hun huis.

Gisteren ging een grote campagne van de overheid van start die consumenten van het nut van het energielabel voor huizen moet overtuigen. Iedere eigenaar en verhuurder moet op de hoogte zijn van de energiezuinigheid van zijn woning. Dat wordt gemeten door een deskundige en vastgelegd in een energielabel.

Het energielabel voor woningen is een gevolg van de Europese energiebesparingsrichtlijn. Het label is niet vrijblijvend, met ingang van 2008 moet elke huiseigenaar op het moment van verkoop of verhuur het label van de woning kunnen laten zien. Nu speelt de energiezuinigheid van een woning nog een beperkte rol bij de keuze voor een huis, terwijl een groot deel van de woonlasten voortkomt uit de hoeveelheid energie die we dagelijks verbruiken. Volgens budgetinstituut Nibud bedraagt in een gemiddeld huishouden de jaarlijkse energierekening zo’n 2.000 euro.

Het energielabel wordt opgesteld door een gecertificeerde energieprestatie-adviseur, die is verbonden aan een installatiebedrijf. De verdeling in energiecategorieën A (zuinigst) tot en met G (minst zuinig) wordt gemaakt door de hoeveelheid energie – gemeten in megajoule – te berekenen die wordt gebruikt per vierkante meter woonoppervlak. Heeft het huis veel tochtende kieren, dan is er per oppervlaktedeel meer energie nodig om te verwarmen.

Om vergelijking mogelijk te maken wordt bij de berekening uitgegaan van de bewoning door een standaardgezin. Het werkelijke energiegebruik kan dus hoger of lager uitvallen. Een huis met label A heeft lagere woonlasten dan een vergelijkbare woning met label D. Is de huur van een huis met een A-label hoger dan de huur van een huis met een G-label, dan kunnen de totale woonlasten toch lager uitvallen door het lagere energieverbruik.

Moet iedereen nu in de komende drie maanden een label aanvragen voor zijn huis? Nee. Huurders niet, dat is de taak van de verhuurder. Woningcorporaties hebben tot 1 januari 2009 om een energielabel te laten maken. Ook eigenaars van woningen die na 1996 zijn gebouwd hoeven geen label aan te vragen. Bij deze huizen is er al een berekening gemaakt van het energieverbruik van de woning. Nieuwbouwwoningen worden vanaf nu opgeleverd met een energielabel. En ook eigenaren van monumenten zijn niet verplicht een label aan te vragen.

Mensen die in het verleden al in de energiebesparing zijn gedoken, kunnen vrijstelling krijgen. Het zogenaamde Energie Prestatie Advies (EPA), dat sinds 2000 aangevraagd kon worden voor oude huizen, kan tegen een klein bedrag overgezet worden door een erkend installateur. Het deskundigenonderzoek moet – zo verwacht de overheid nu – straks 100 euro gaan kosten, afhankelijk van het type huis.

Wie een woning koopt, kan dus vanaf volgend jaar om een energielabel vragen. Er is nog geen instantie die gaat controleren of er daadwerkelijk een label aanwezig is: de vraag van de kopers moet de markt reguleren. Hebben de verkopers geen label, dan zijn de sancties nog beperkt. Weliswaar kan een potentiële koper naar de rechter om het label af te dwingen, maar het is de vraag wie dat zal doen. Wel kan de aanwezigheid van een label een rol gaan spelen in de keuze tussen twee vergelijkbare huizen. Want een A-status scheelt een hoop geld.

Meer informatie over labels: www.energielastenverlager.nl