Door Balkenende begrijpt burger niets meer van EU

Met zijn verdediging van het nieuwe Europese verdrag heeft premier Balkenende nieuw voer gegeven voor wantrouwen tegenover politici, meent Ben van der Velden.

Opeenvolgende kabinetten onder leiding van premier Balkenende hebben het functioneren van de Europese Unie (EU) voor burgers onbegrijpelijk gemaakt. De veelbesproken kloof tussen burger en Europese politiek is sinds het referendum van 2005 over het Europees Grondwettelijk Verdrag welbewust vergroot. Door consequent dwaasheden over Europese verdragsteksten te verkondigen, heeft Balkenende ook zijn eigen geloofwaardigheid ondergraven.

Eerst besteedde hij nauwelijks energie aan de verdediging van het Grondwettelijk Verdrag. Hij ontkende alleen wel dat deze overeenkomst tot een Europese ‘superstaat’ zou leiden. Toen hij in 2005 het referendum over dit verdrag verloor, zei hij plotseling dat hij ging vechten voor zodanige verdragswijzigingen dat het gevaar van een Europese superstaat van de baan zou zijn. Plotseling had hij het volk begrepen.

Het absurde is dat met het Grondwettelijk Verdrag van toen de positie van de lidstaten juist werd versterkt ten koste van de supranationale Europese Commissie. Die Europese superstaat verdween eerder uit het zicht dan dat deze dichterbij kwam.

Nu ligt er een nieuw ontwerpverdrag op tafel, waarover de Europese regeringsleiders volgende week definitief overeenstemming willen bereiken. Dit verdrag lijkt niet op het in 2005 afgewezen Grondwettelijk Verdrag, vindt Balkenende. Hij ziet dan ook geen reden opnieuw een referendum te organiseren. Hij baseert zich daarbij op een advies van de Raad van State, die vindt dat een verdrag waarin geen sprake meer is van een Europese vlag of volkslied, geen grondwettelijk karakter heeft.

Juristen hebben in deze krant geschreven dat het oude Grondwettelijk Verdrag en het nieuwe verdrag bijna als twee druppels water op elkaar lijken. Ze noemden de veranderingen alleen maar cosmetisch. Die juristen staan niet alleen. Valéry Giscard d’Estaing, de Franse ex-president die een hoofdrol speelde bij het schrijven van het verworpen Grondwettelijk Verdrag, ziet het niet anders.

Een commissie van het Britse Lagerhuis, met parlementariërs van de conservatieve oppositie én de regerende Labour Party, vindt ook dat het nieuwe verdrag in wezen gelijk is aan het Grondwettelijk Verdrag. De Britse regering bestrijdt deze redenering met als argument dat het opt-outs heeft bedongen, waardoor verdragsafspraken over grondrechten, belastingen, buitenlands beleid en justitie voor Groot-Brittannië niet gelden.

Met andere woorden: zonder die opt-outs, die Nederland niet heeft, was er wel sprake van een verdrag dat in wezen niet anders is dan het vorige. Balkenende lijkt op de soldaat van wie de moeder bij een parade zei: ze lopen allemaal uit de pas, behalve onze Jan.

De Nederlandse regering gebruikt overigens nog meer argumenten. Zoals: het Handvest van Grondrechten staat niet meer in het verdrag, maar is een aanhangsel geworden. Is dat een wezenlijke verandering ten opzichte van het oude verdrag? De grondrechten blijven – gelukkig – juridisch bindend, dat is onveranderd.

De rol van de nationale parlementen is versterkt, zegt Balkenende. Dat was in het oude verdrag eveneens het geval en de aanvullingen zijn minimaal. Europa mag zich niet bemoeien met publieksvoorzieningen als de Nederlandse woningcorporaties, noteert de premier als overwinning die de Nederlandse onderhandelaars over het nieuwe verdrag hebben bereikt. Toch blijft het onwaarschijnlijk dat de Europese Commissie ervan zal afzien om zich te bemoeien met commerciële activiteiten van de corporaties.

Alles wat Nederland binnen heeft gesleept, kunnen we verliezen als we het nieuwe verdrag afwijzen en nog een keer gaan onderhandelen, dreigt Balkenende. Maar valt er iets te verliezen als in wezen hetzelfde verdrag op tafel ligt als in 2005? Bovendien, bestaat er eigenlijk wel een Europees verdrag dat geen grondwettelijk karakter heeft? Het Europees Hof van Justitie toetst of wetgeving in overeenstemming is met de Europese verdragen. Daarmee functioneert het in feite als een constitutioneel hof.

Nederland heeft de afgelopen jaren in Europa veel verloren. Dat proces is al vóór Balkenende begonnen, in de tijd van de moord op Pim Fortuyn in 2002. Ineens was Nederland niet meer de betrouwbare, want redelijk voorspelbare partner. Bovendien werd de positie van Nederland aangetast door de uitbreiding van de Europese Unie, waardoor de toch al onmogelijke stelling dat het geen klein land is, definitief vergeten kon worden. Nederlandse diplomaten signaleren sindsdien dat de belangstelling voor Nederlandse standpunten afnam, tenzij het om technische zaken als het Europees landbouwbeleid ging.

Zeker, Balkenende heeft de Nederlandse reputatie als betrouwbare partner de laatste tijd weer wat opgekrikt. Hij deed dat door zijn collega’s te verzekeren dat een nieuw verdrag niet door een Nederlands referendum in gevaar zou worden gebracht. Maar die winst is schijn. Balkenende kan zich er niet op beroepen dat hij de Nederlandse bevolking heeft overtuigd van het belang van het Europese verdrag. Door een superstaat te ontkennen en aan te vallen, door een oud verdrag nieuw te noemen, door een verdrag dat altijd grondwettelijk is als niet grondwettelijk te bestempelen, door met vreselijke gevolgen te dreigen voor wie zijn weg verspert, heeft hij het tegendeel bereikt.

Balkenende heeft nieuw voer gegeven voor wantrouwen tegenover politici. Dat is uiteindelijk slecht voor wie in Europa als een stabiele partner te boek wil staan.

Ben van der Velden is oud-correspondent van NRC Handelsblad in Brussel.