De aantrekkelijke antwoorden van de zuivere islam

Salafistische jongeren voelen het in hun hart als de islam wordt aangevallen. „Met de relaxte islam van hun ouders kunnen ze niet terugslaan, met een radicale versie wel.”

Zusters met vragen over de islam kunnen haar bellen. Samira (25) uit Geleen, getrouwd en drie kinderen, zal altijd proberen te helpen. Ze draagt zwarte, alles verhullende kleding, en een zwarte hoofddoek. Ze vertelt enthousiast over het geluk dat die religie haar heeft gebracht. Ze zou dat ook zoveel andere jonge moslims gunnen. Meisjes die met „glitters, franje en sieraden” door het leven gaan. Net als Samira vroeger, toen ze God nog niet had gevonden.

Steeds meer moslimjongeren in Nederlands voelen zich aangetrokken tot de radicale islam, bleek vorige week uit een rapport van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). Vooral het politieke salafisme, een ultraorthodoxe stroming die terugkeer predikt naar de zuivere islam, groeit. Deze stroming is meestal niet gewelddadig maar wel onverdraagzaam en antidemocratisch, stelt de AIVD. Het gevaar bestaat dat radicale moslims zich steeds meer van de Nederlandse samenleving zullen afkeren. Daarnaast zouden de salafisten hun invloed uitbreiden via allerlei culturele verenigingen. Relaties tussen moslims en niet-moslims zullen verder verstoord raken, vreest de AIVD.

De stroming trekt vooral tweede en derde generatie moslimjongeren, meestal in Nederland geboren, in elk geval opgegroeid. Het gaat om gemarginaliseerde jongeren die het gevoel hebben in Nederland niet écht geaccepteerd te worden maar ook weinig binding voelen met het land van hun ouders. Maar ook veel hoger opgeleide jongeren interesseren zich voor het salafisme. Zo’n 20- tot 30 duizend jongeren zijn vatbaar voor de salafistische denkbeelden, 2.500 van hen zijn activistisch. Waarom heeft juist de ultraorthodoxe islam zo’n aantrekkingskracht?

Moslimjongeren voelen zich aangevallen op hun moslimzijn, zegt Halim El Madkouri, programmanager religie en identiteitsvraagstukken van kennisinstituut Forum. „Ze hebben in Nederland weinig ruimte om hun eigen identiteit te beleven. Als de islam wordt aangevallen, voelen zij het in hun hart.” De islam van hun ouders beschouwen ze als een ‘relaxte’ islam, zegt hij, waarmee ze niet kunnen terugslaan. Met een radicale versie van de islam wel.

Samira uit Geleen werd nieuwsgierig naar de zuivere islam na een lezing van een jongerenprediker in de moskee in Geleen. Nu is haar favoriete prediker Aboe Ismaïl, van de As Soennah-moskee in Den Haag. Aboe Ismaïl preekt ook af en toe in Roermond. Hij is een van de vijftien ervaren en invloedrijke predikers die rondreizen en door het land lezingen geven. Zij hebben meestal banden met een van de vier salafistische bolwerken in Nederland (in Tilburg, Eindhoven, Den Haag en Amsterdam).

De predikers zijn mannen van dezelfde generatie als de jongeren voor wie ze preken. Ze preken in het Nederlands, de meeste moslimjongeren spreken niet of slecht Arabisch. Ze zijn vaak van Marokkaanse afkomst. Aboe Ismaïl is net als Suhaib Salam uit Tilburg, Abdul Jabbar van de Ven (een bekeerling verbonden aan stichting Al Waqf in Eindhoven) en de Belgische Suleyman Ibn Haroen bijzonder populair. Er zijn zo’n twintig jongerenpredikers reeds actief en nog zo’n twintig in opleiding. De predikers zijn, naast de vele lezingen die ze geven, zeer actief op het internet. Zo zijn de preken live te volgen via paltalk, een groepsforum waarop ook een videoverbinding mogelijk is. Op internet circuleren ‘programmaboekjes’ met aankondigingen van predikers op paltalk.

Deze predikers hebben zo’n grote invloed juist omdat ze zo actief zijn, zegt El Madkouri. De neoradicalen (term van de AIVD) zijn militanten, zegt El Madkouri, die steken altijd meer tijd en energie in ‘de zaak’ dan gematigde groepen. Volgens de AIVD zijn de ‘neo-radicalen’ goed georganiseerd en minder gefragmenteerd dan andere of eerdere stromingen binnen de islam. „Op internet komen deze mensen wereldwijd dagelijks met tientallen nieuwe sites”, zegt Al Madkouri. „Het tegenaanbod is bijzonder mager.”

De preken van Aboe Ismaïl op internet worden drie- tot vierduizend keer beluisterd. Zijn preek ‘De Dood’ over de dood van een 21-jarige ‘broeder’, werd 50.000 keer gedownload. Het is een sterk opgebouwd verhaal dat wordt afgewisseld met gezongen verzen, muziek en geluideffecten. Aboe Ismaïl legt in zijn preek uit wat de dood inhoudt en beschrijft het proces van overlijden. „Er is niets afschuwelijker dan de doodstrijd. (...) Dan pas besef je hoe belangrijk het is om volgens Allah’s wil te leven. Dan verlang je niet meer naar die gezellige disco-avond.”

De groei van het salafisme is volgens Aboe Ismaïl het gevolg van de Nederlandse invloeden op de opvoeding van moslimjongeren. „Je wordt grootgebracht met het idee dat je kritisch moet denken. Als je als jongere met vragen zit, of kritisch bent over het geloof, vind je in de meeste moskeeën weinig gehoor. De imam daar zegt ‘zo zit het, punt uit’. Natuurlijk gaan jongeren dan op zoek. Wij leggen veel meer uit, komen altijd met bewijzen. Als we een antwoord geven, vertellen we ook op welke onderdelen van de koran en de soennah (leven van Mohammed, red.) dat gebaseerd is. En er is altijd ruimte voor discussie. We zijn wat dat betreft helemaal niet radicaal zoals de AIVD wil doen geloven. We zijn juist heel gematigd. Soms word ik zelf ook aan het denken gezet over mijn geloof doordat een leerling een goede opmerking maakt.”

Volgens een onderzoeker van de AIVD, die meewerkte aan het rapport maar zijn identiteit niet mag prijsgeven, is het salafisme aantrekkelijk omdat het pasklare antwoorden biedt. Op de websites krijgen jongeren antwoord op alle vragen. Van ‘mag je je wenkbrauwen epileren’ tot ‘wie gaat er naar de hel’, hoe je als moslim moet gedragen in het bijzijn van de andere sekse en hoe je moet omgaan met ongelovigen. Meer gematigde stromingen zijn genuanceerder, komen met complexere antwoorden. De AIVD-onderzoeker: „Het wereldbeeld van de salafisten is simpeler. Dat doet het goed bij jongeren.”

Dat blijkt uit de populariteit van de wekelijkse lessen in de salafistische geloofsleer die in jongerencentra en moskeeën worden gehouden. Suhayb Salam uit Tilburg – zoon van imam Ahmed Salam, die weigerde minister Verdonk een hand te geven – heeft reeds in vijf steden (Utrecht, Tilburg, Amsterdam, Ede en Den Haag) een opleidingsinstituut opgezet; het Instituut voor Opvoeding en Educatie. Rotterdam volgt binnenkort. In sommige steden is het aantal lessen uitgebreid vanwege de grote belangstelling van jongeren voor deze lessen. De cursussen worden overwegend gegeven door Salam zelf.

„Als je in een land leeft”, zegt Samira uit Geleen, „moet je je houden aan de wetten en regels van dat land. Dat is logisch. Zo is het met de wereld van God ook. God is barmhartig en vergevingsgezind maar je moet je wel aan zijn regels houden. Als je dat doet, is er hopelijk in het hiernamaals een mooi plekje.” Samira volgt de regels zo nauwgezet mogelijk en voelt zich gelukkiger dan ooit. „Ik ben absoluut een beter mens geworden, zegt ze. Rustiger, liever, fijner om mee om te gaan.”

Samira’s echtgenoot (28) spreekt regelmatig – vaak Marokkaanse – rondhangende jongeren aan op straat en vraagt of ze zin hebben om gezamenlijk het avondgebed. Sommigen doen dat ook en vaak, zegt Samira, vinden ze het best interessant.

De AIVD heeft de indruk dat de achterban van de predikers vaak minder streng is in de leer dan de predikers zelf. De predikers, stelt de dienst, „zien in dat veel jongeren de terugkeer naar de zuivere islam niet onmiddellijk beschouwen als oplossing voor de problemen waar ze onder gebukt gaan”. El Madkouri vindt het vooral positief dat de achterban geweld lijkt af te zweren en dat de predikers daarin meegaan. Belangrijk is, denkt hij, dat jongeren die ervoor kiezen orthodox te worden, die ruimte krijgen. „Dat is ongevaarlijk, zolang we ze niet ridiculiseren.”

De Haagse prediker Aboe Ismaïl bestrijdt dat politieke salafisten – al noemt hij zichzelf liever een aanhanger van de zuivere islam – gewelddadig zijn en streven naar invloed in allerlei verenigingen. „Onze preken gaan over normale zaken die met het geloof te maken hebben, waar jongeren tegenaan lopen. Ze gaan ook niet over maatschappelijke kwesties. Daar houden we ons niet bezig. De AIVD maakt ons veel groter dan we zijn. Ons enige doel is mensen te leiden naar het paradijs.”

Salafistisch netwerk in Nederland

Dit overzicht is samengesteld op basis van openbare bronnen, waaronder rapportages en jaarverslagen van de AIVD, discussies en aankondigingen op diverse internetfora, registers van de Kamer van Koophandel, de archieven van NRC Handelsblad, de Volkskrant, Trouw en Algemeen Dagblad, boeken over salafisme in Nederland en mededelingen op salafistische websites. Gezien de snelle ontwikkelingen binnen het salafistische netwerk kan dit overzicht niet als volledig worden beschouwd, maar eerder als een betrouwbare indicatie.