Wie heeft er nog een paar soldaten voor Irak?

Washington wil in Irak zoveel mogelijk vlaggen laten wapperen. Vandaar de bedelreis die een Pentagon-functionaris onlangs maakte. Een beschamend wanhoopsoffensief, vindt Roger Cohen.

Een hoge medewerkster van het Pentagon heeft deze maand een magical mystery tour gemaakt langs minder bekende Europese en Euraziatische hoofdsteden om te proberen een handjevol extra troepen voor Irak en Afghanistan los te praten.

Die reis, waaraan weinig ruchtbaarheid is gegeven, klinkt meer als een aardrijkskundeoverhoring dan als een geostrategische manoeuvre.

Het ministerie heeft Debra Cagan, onderstaatssecretaris van Defensie voor coalitiezaken, in hoog tempo langs Tirana, Skopje, Chisinau, Astana en andere roemruchte wereldsteden gevoerd.

In Chisinau – heel goed: de hoofdstad van Moldavië – vroeg Cagan om meer geniesoldaten voor Irak. Moldavië heeft daar op dit moment 11 explosievenopsporingsexperts zitten. U hoort het goed: 11.

In hartje Tirana, middelpunt van een twintigste-eeuwse exercitie in communistische waanzin, en nu een oord waar men zit te springen om Amerikaans geld, heeft Cagan de Albanezen onder druk gezet om hun 120 mensen sterke contingent in Irak uit te breiden. Albanië overweegt om nog eens 125 of 150 soldaten te sturen.

Wat Cagans bezoekjes aan de Macedonische hoofdstad Skopje en Astana, de hoofdstad van Kazachstan betreft zijn de resultaten niet duidelijk. Macedonië heeft 40 mensen in Irak, de Kazachen hebben er 27 genisten zitten.

Verder heeft Cagan onder meer Oekraïne aangedaan, dat misschien een beetje hulp in Irak zal aanbieden, en Tsjechië, dat militair materieel toezegde.

Het klinkt als een wanhoopsoffensief. Om het idee van een ‘coalitie’ geloofwaardig te houden moeten er in Irak beslist zoveel mogelijk vlaggen blijven wapperen.

De 168.000 Amerikaanse militairen vormen nu al zo’n 94 procent van de troepen in Irak. De op een na grootste coalitiepartner, Groot-Brittannië, is van zins zijn contingent volgend jaar te halveren tot 2.500 mensen.

In het licht van die aftakeling doet het eigenaardige idee om een Pentagonkopstuk twee weken door een werelddeel te laten hinkelen om landen die merendeels in benarde economische omstandigheden verkeren, over te halen om nog één of twee pelotons te sturen, al minder bizar aan. Zo staan we er na zeven jaar Bush voor: de rek is er helemaal uit.

De Verenigde Staten zijn in Irak zo geïsoleerd als een grote mogendheid maar zijn kan. Een eerste ambtstermijn waarin vrienden werden gebruskeerd en coalitions of the willing werden gesteld boven bondgenootschappen, is niet gecorrigeerd door een tweede termijn van diplomatieke rehabilitatie. Men likt nog zijn wonden.

Eén ding is duidelijk: een Amerikaanse regering die in Moldavië en Macedonië op zoek gaat naar militaire kliekjes, moet voorzichtig zijn met sabelgekletter tegen Iran.

De Verenigde Staten hebben hun handen vol aan Irak. Gates weet dat. Nicholas Burns, de Iranspecialist van Buitenlandse Zaken, weet het. Als ik hen juist aanvoel zijn voorspellingen over oorlog met Iran overtrokken, al zijn coalitieknutselaars als Cagan c.s. nóg zo op oorlog uit.

Roger Cohen is columnist. © IHT.