Vredesprijs voor historicus Friedländer

Met een indrukwekkend, zeer persoonlijk dankwoord nam de Israëlisch-Amerikaanse historicus Saul Friedländer gisteren in Frankfurt de Vredesprijs van de Duitse boekhandel in ontvangst.

De prijs, die sedert 1950 jaarlijks op de laatste dag van de Frankfurter Buchmesse wordt uitgereikt ging naar Friedlander voor zijn magnum opus Das Dritte Reich und die Juden 1933 bis 1945. De Nederlandse vertaling verscheen onlangs bij Nieuw Amsterdam. De prijs bestaat uit 25.000 euro

De plechtigheid vond gewoontegetrouw plaats in de Paulskerk. Onder de aanwezigen bevonden zich behalve de Duitse president ook eerdere prijswinnaars als de historicus Fritz Stern en de filosoof Jürgen Habermas.

In zijn laudatio prees de literatuurwetenschapper Wolfgang Frühwald de historicus. Friedländer heeft zich gehoed voor ‘emotionalisering’, zei hij, en hij is erin geslaagd om de historische documenten, de brief, het dagboek, de verordening en het protocol voor zich te laten spreken. Hij heeft op deze wijze de ‘tyrannieke bureaucratische orde’ en de vertwijfeling van hen die daar aan onderworpen werden weten te verenigen.

Friedländer zelf begon zijn dankwoord met de vaststelling dat de eer die hem te beurt viel voor een aanzienlijk deel te maken had met het thema van zijn werk. ,,Ik sta hier dan ook met enige schroom’’, zei hij. ,,Voor mij persoonlijk is deze geschiedenis geen abstractie’’, waarna hij aan de hand van deels ongepubliceerde rapporten en brieven vertelde over het laatste jaar van zijn ouders in 1942.

Saul Friedländer werd in 1932 als Pavel Friedländer in een liberaal joods milieu geboren in Praag. Na de Duitse annexatie van Bohemen vluchtten vader, moeder en Pavel naar Frankrijk. Zij vestigden zich in Parijs; toen de Duitsers ook hier binnenvielen trok het gezin naar Vichy.

De toon van de brieven veranderde toen de joden ook in Vichy-Frankrijk werden opgepakt. Via een vriendin wisten Pavels ouders hem onder te brengen in een klooster. Ook uit de brieven hierover citeerde Friedländer. ,,Als wij te gronde gaan”, zo schreef zijn moeder, ,,dan hebben wij het grote geluk te weten dat ons lieve kind gered is.”

Vader en moeder Friedländer vluchtten naar Zwitserland maar werden daar door een paar kinderen aangegeven. Het laatste levensbericht is een briefje dat vader uit de trein naar het oosten gooit en dat op wonderbaarlijke wijze bewaard is gebleven. Aan het eind van 1942 was het echtpaar Friedländer in Auschwitz vermoord.

Met dit ingetogen familieverhaal hield Friedländer de Paulskerk in de ban. ,,Deze individuele stemmen schokken ons nog altijd na meer dan zestig jaar’, zei hij ten slotte, ,,door de argeloosheid van de slachtoffers, die niets van hun noodlot vermoedden. Ze ontroeren ons door hun volkomen hulpeloosheid, onschuld, eenzaamheid en vertwijfeling.”

Een interview met Friedländer en de recensie van zijn boek staan op www.nrc.nl/boeken