Verslapen

Er is niets zo lekker als overdag in bed liggen terwijl buiten de wind waait. Je hoort het gieren, tocht laat de vitrage deinen en jij draait je intussen om onder het dekbed. De wereld zoekt het maar even uit, jij bent er niet.

Ryan Babel is dol op slapen. De aanvaller van het Nederlands elftal ligt ’s middags in het hotel, aan de vooravond van het EK-kwalificatieduel. Het weer is bar en boos. Windstoten, regen. Wat is er dan heerlijker dan soezen in een Roemeens bed?

Babel moet eigenlijk alleen in de zon spelen. Dat sterke lijf in fladderend zomertenue, bal aan de voet, dreigen, heupschot, doelpunt. Lach op het gezicht met zweetparels, de onderkaak iets naar achteren geschoven, verlegen blik in de ogen. Dat is Babel.

Babel is niet onze god van de wind.

Als alle spelers en begeleiders in het hotel aan tafel zitten voor de maaltijd, blijft één plek onbezet. Alweer, want eerder is Babel ook al te laat opgestaan. De regel bij Oranje is: de laatkomer moet een mop vertellen.

De laatste van het huidige Oranje van wie je een goede mop verwacht, is Ryan Babel. Welke mop zal het geweest zijn? Aan godslastering doet hij niet, Sam en Moos hebben voor hem nooit bestaan. Het moet een pijnlijke stilte zijn geweest in de eetzaal.

Als hij voor de tweede keer te laat komt, geeft Van Basten hem een disciplinaire straf. Babel staat niet in de basiself van Oranje, hij moet plaatsnemen op de reservebank. Tijdens de wedstrijd zit Babel onder een natgeregende blauwe deken.

Hij ziet hoe Ruud van Nistelrooy na de pauze met een witte col onder zijn shirt speelt. Babel wil zich het liefst aanschurken tegen een andere reserve en nog even doorpitten. Bij elke windvlaag denkt hij terug aan dat vorstelijke bed in het hotel. Lag hij daar nog maar.

In de tweede helft moet Ryan Babel warmlopen. De kreukels van de lakens zitten nog op zijn wang. Hij vraagt aan de grensrechter hoe laat het ontbijt wordt geserveerd.

Ik zou de bondscoach willen adviseren Babel de volgende keer te laten slapen. Hij is nog jong, hij heeft het nodig. Duw het dekbed tegen zijn neus, geef hem een kusje en loop op kousenvoeten de slaapkamer uit. Verstoor zijn jongensdromen niet. Laat hem nog even liggen, als een goede wijn.

Maar nee, de half slapende Babel moet zijn trainingspak uitdoen. Zelf denkt hij dat hij zich van zijn kamerjas ontdoet en nu in zijn pyjama aan de zijlijn klaarstaat. Hij krijgt een duwtje en slaapwandelt het veld in.

Wind en regen houden hem nog net bij de les. Aan het einde van de wedstrijd loopt hij rillend van de kou naar de cornervlag. Er zijn nog een paar minuten te spelen. Het is belangrijk dat hij de corner goed neemt.

Babel legt de bal neer. Hij geeuwt, krabt op zijn rug een beetje jeuk weg. Hij neemt een aanloop en schiet. De bal vliegt omhoog, over de verdedigers, over de aanvallers heen en valt aan de overkant van het veld dood neer tegen de reclameborden.

Uitbal voor Roemenië.

Babel denkt aan zijn eigen hoofd dat hij onder een kussen wil stoppen. Een dekbed erover zodat hij niets meer hoort. Het is voor hem de beste manier om deze zaterdag zo snel mogelijk te vergeten.