Veertigplus en in protest

Ryan Jarman. Foto C. Boud Boud, C.

Hoe ouder, hoe kwaaier. Dat geldt in ieder geval voor popmuzikanten. Je zou het niet zeggen, want we zijn gewend om juist de jeugd te verbinden met rebellie. Maar die rebellie is doorgaans niet meer dan dat dat: rebels aantrappen tegen heilige huisjes, met provocerende teksten, kleren of obsceen gedrag.

Het is de popmuzikant van rond de veertig die zich bedenkt dat liedjes ook een inhoudelijke boodschap mogen hebben. Voormalige hedonisten als George Michael, Damon Albarn en Jarvis Cocker schrijven dan ineens tirades tegen oorlog, armoede, kapitalisme, klimaatproblemen, huiselijk geweld of Amerika.

Vorig jaar schreef Cocker (van Pulp) het nummer (The Cunts Are Still) Running The World. En nu is er de cd The World Is Yours van Ian Brown (44, ooit van de band Stone Roses), met protestsongs tegen alles – van de oorlog in Irak en honger in Afrika, tot de identificatieplicht in Engeland.

Want, zegt Ian Brown, ik heb geen zin om over twintig jaar wakker te worden in een politiestaat, en dan te denken „Shit, ik had mijn mond moeten opendoen.”

Op de vraag of een rockliedje wel het juiste medium is voor dit soort materie, antwoordde Brown dat het genoeg is als een nummer een vonk doet overslaan. Als voorbeeld noemde hij Nelson Mandela van The Specials, uit 1984. Brown had tot dan toe nooit van Mandela gehoord.

Maar de jonge Britse generatie heeft andere dingen aan zijn hoofd. Zo begon zanger Ryan Jarman van The Cribs onlangs een campagne tegen wat hij noemt ‘zogenaamde indie bands’, zoals The Kooks en Razorlight.

Volgens Jarman zijn het wolven in schaapskleren; de muzikanten laten zich de waardering van de indie kids aanleunen om vervolgens zo snel mogelijk de jetset binnen te stappen. Daar was Jarman boos over.

Maar boos was hij ook toen hij onlangs bij een optreden van zijn vriendin Kate Nash in de zaal stond. Een jongen in het publiek riep „Get your muff out” (wat zoiets betekent als „Trek je broek uit”) tegen Nash, waarop Jarman een glas bier kocht en het de jongen naar zijn hoofd slingerde.

Jarman zei daar later over: „Het ging nu om Kate, maar ik zou het voor een andere vrouwelijke muzikant ook doen. Mensen lijken het normaal te vinden dat een vrouw op het toneel zo wordt behandeld. Ik word er razend om. Het is hetzelfde als racisme.”

Op zijn veertigste schrijft hij er vast een liedje over.