Uren in de file voor eventing

Niet alleen het bezoekersaantal van de eventingwedstrijd groeit.

Ook het niveau van de Nederlandse ruiters stijgt.

Hero Brinkman (42) kijkt vergenoegd om zich heen. De nummer vier op de lijst van de Partij voor de Vrijheid (PVV) trekt er voor het eerst sinds de geboorte van zijn zes weken oude zoon een weekend op uit. „En een bezoek aan de Military leek mij het leukst denkbare uitstapje”, zegt hij vanachter de kinderwagen, terwijl zijn vrouw een lang telefoongesprek voert. Het Tweede Kamerlid reed zelf tien jaar lang eventingwedstrijden en loopt in Boekelo veel bevriende ruiters tegen het lijf. „En collega-Kamerleden”, grinnikt hij. „Annie Schreijer-Pierik (CDA), Pieter Omzigt (CDA) en Fred Teeven (VVD) heb ik ook tussen de mensenmassa ontwaard. Politiek Den Haag is hier ruimschoots vertegenwoordigd.”

Brinkman was een van de 75.000 mensen die zaterdag op het spektakelstuk van de Military afkwamen: de crosscountry. Nooit eerder in haar 37-jarige bestaan trok het Twentse paardensportevenement zo veel bezoekers. Voor de invalsweg naar Boekelo stond tegen de middag een kilometerslange file die pas enkele uren later was opgelost. „We doen in aandacht niet onder voor Marco Borsato”, lacht de trotse voorzitter van Military Boekelo, Robert Zandstra. „Dit jaar werden we zelfs in het filelijstje van de ANWB opgenomen.”

Eventing, een meerdaagse proef waarbij verschillende aspecten van de training aan bod komen – dressuur, springen en crosscountry – geniet een steeds grotere populariteit onder paardensportliefhebbers. De tijd dat dierenactivisten in Boekelo demonstreerden tegen het vermeend dieronvriendelijke karakter van het paardensportevenement lijkt voorbij. Het thema veiligheid is nog steeds actueel – zaterdag werd er weer een paard afgemaakt, nadat het tussen twee hindernissen een kootbeen had gebroken – maar voor zo veel ophef als een kwarteeuw geleden zorgt dat soort ‘incidenten’ niet meer. Sterker nog: een deel van de bezoekers voelt zich aangetrokken door het controversiële karakter van de Military. „Dat het mis kan gaan maakt Boekelo spannend”, geeft Mariska ter Harmsel uit Apeldoorn toe. „Bij elke sprong denk je: als dat maar goed gaat.”

Niet alleen in bezoekersaantallen doet eventing het goed. Volgens George de Jong, directeur van de hippische bond KNHS, kunnen Nederlandse ruiters op internationale wedstrijden steeds beter meekomen. „Vroeger was eventing een ondergeschoven kindje bij de bond. Maar de laatste jaren hebben we veel energie in de ontwikkeling van deze meervoudige discipline gestoken. Dat vertaalt zich in een hoger niveau bij de ruiters. Deden er enkele jaren geleden twee of drie Nederlanders mee in Boekelo, dit jaar staan er dertien landgenoten op de startlijst, onder wie veel jeugdige ruiters. Dat stemt mij bijzonder hoopvol.”

Waar Nederlandse dressuurruiters en springruiters de afgelopen jaren de successen aaneenregen, bleef het rond eventingruiters angstvallig stil. De laatste keer dat er een medaille op een mondiaal paardensportevenement werd gewonnen was in 1989: brons op het Europees kampioenschap in Burghley. En de laatste deelname aan de Olympische Spelen dateert van 1992. Maar sinds de ploeg vorig jaar achtste werd op de Wereldruiterspelen in Aken, is er volgens bondsdirecteur De Jong sprake van een opleving. „Door die achtste plaats kreeg de ploeg een A-status – dé manier om een sport naar een hoger plan te tillen.” De Olympische Spelen van volgend jaar in Hongkong komen volgens De Jong nog wat te vroeg voor de ploeg van bondscoach Martin Lips. „Maar bij de Wereldruiterspelen van 2010 in Kentucky moeten we een goede ploeg kunnen afvaardigen.”

Lips (52), die de ploeg sinds drie jaar onder zijn hoede heeft, acht deelname aan ‘Hongkong’ niet uitgesloten. Hoewel de Nederlandse eventingruiters zich vorige maand bij de EK in Italië niet wisten te plaatsen – van de drie ruiters haalde slechts één de finish – zijn er volgens Lips nog een paar wedstrijden waarin zij zich kunnen kwalificeren. „Daarvoor zullen we de komende maanden minimaal een keer bij de beste zes moeten eindigen én een plaats bij de beste 25 moeten behalen in het individuele klassement. Ik geef toe, dat is geen sinecure. Maar als de Nederlandse spring- en dressuurruiters het kunnen, waarom wij dan niet?”

De gerenommeerde parcoursbouwer Sue Benson toonde zich optimistisch over de Nederlandse inbreng. „Ik ben al zeven jaar verantwoordelijk voor het parcours in Boekelo. Maar nog nooit heb ik de Nederlanders zó goed zien rijden. Dat belooft veel goeds voor de toekomst.”

Voor de volledige eindstand zie www.cciboekelo.nl