Te jong, te vroeg, te weinig techniek

Rinnooy Kan stelde onlangs in nrc.next dat leerlingen van het vmbo moeilijk kunnen doorstromen naar havo/vwo.

Maar er zijn meer kwesties die vmbo’ers parten spelen.

In het opiniestuk Zwak wordt zwakker en sterk wordt sterker (nrc.next, 5 oktober) stelt voorzitter van de Sociaal-Economische Raad Alexander Rinnooy Kan, dat ons onderwijs de achterstanden van leerlingen uit lagere sociale milieus versterkt. Als belangrijkste oorzaak noemt hij de beperkte doorstroommogelijkheden, waardoor al op 12-jarige leeftijd een bijna onoverbrugbare afstand ontstaat tussen havo/vwo en het vmbo. Daarin heeft hij groot gelijk. Maar er zijn nog andere fouten in ons onderwijssysteem. Ik zal er drie noemen.

1De gemiddelde leeftijd van een laatstejaars op het vmbo. Op het vwo zitten leerlingen van 12 tot 18 jaar. Opvoedkundig werkt dat uitstekend. Op 16-jarige leeftijd zijn jongeren op het hoogtepunt van de puberteit. Daarna veranderen zij in korte tijd in jongvolwassenen. Op havo en vwo corrigeren de vijfde- en zesdeklassers het puberale gedrag van de 16-jarigen. Het is een diep ingrijpende, informele setting op het havo en vwo, die een belangrijke ondersteuning vormt voor de school.

Voor leerlingen op het vmbo werkt dit volledig anders. Het perspectief van de eersteklassers is de bravoure van de 16-jarigen. Het laat zich gemakkelijk raden welke invloed dit heeft op de atmosfeer van de school.

Daar komt nog iets bij. De 16-jarigen verlaten school op het hoogtepunt van de puberteit, vol bravoure, maar met beperkte zelfkennis. Zij beginnen een opleiding die vaak niet voldoet aan de verwachtingen. De uitval is enorm. Door de ongelukkige keuze voor de leeftijd van 16 jaar organiseert het systeem zelf de grote uitval bij de overgang van vmbo naar mbo.

2Vmbo-leerlingen moeten te vroeg kiezen. Binnen havo en vwo biedt iedere school vier profielen aan. En terecht, want anders wordt de toekomstige studie van leerlingen versmald. Het voorbereidend beroepsonderwijs is juist niet breed. Er bestaan nog steeds huishoudscholen, technische scholen en agrarische scholen waarin de smalle opleidingsstructuur het voor leerlingen zeer moeilijk maakt om een goede keuze voor een vervolgstudie te maken. Ons onderwijssysteem dwingt leerlingen op 12-jarige leeftijd hun beroepsrichting te bepalen.

3Er is een gebrek aan opleidingen techniek. Omdat techniek de duurste opleidingen kent met indertijd de minste instroom, is hun aantal geminimaliseerd. In Den Haag is het vmbo techniekonderwijs sinds de jaren 90 van zeven naar twee scholen teruggebracht. En in het mbo is dat niet anders. Wij spreken in Nederland vaak over het mooie vak van loodgieter. Maar de scholen waar die opleiding wordt gegeven – waar staan die eigenlijk?

Jaap Westbroek is lid van de Programmaraad voor de Innovatie van het Voortgezet Onderwijs en ambassadeur van het Platform Bèta Techniek.