Staren naar het treintje van Sven

In Deventer werd gisteren de IJsselcup in ere hersteld.

Voor het eerst in jaren komen de toppers weer eens naar een ijsbaan ‘in de regio’.

Verheijen aan kop voor de TVM-ploeg, gevolgd door Kramer en Wennemars. Foto Bas Czerwinski 14-10-2007, DEVENTER. IJSSELCUP. TVM WINT DE RACE MET CARL VERHEIJEN, SVEN KRAMER, WOUTER OLDE HEUVEL EN ERBEN WENNEMARS. FOTO BAS CZERWINSKI Czerwinski, Bas

Ooit, bij het EK allround van 1966, ontstond onder duizenden toeschouwers op de tribunes van het beruchte IJsselstadion in Deventer de term ‘Ard en Keessie’. Dat was in de tijd dat er nog topwedstrijden werden geschaatst in de ‘provincie’. Maar wereldkampioenen laten zich op ijsbanen als die van Deventer, Larvik, Den Haag of Eskilstuna al lang niet meer zien: ijsbanen zonder overkapping en high-tech klimaatcontrole tellen al jaren niet meer mee.

Gisteren was dat voor het eerst in jaren anders. Handtekeningenjagers stonden in lange rijen voor Sven Kramer, Erben Wennemars en Ireen Wüst op ijsbaan De Scheg in Deventer – de stad waar ooit ruim 20.000 mensen de tribunes bevolkten tijdens het WK, waar de Noor Fred Anton Maier een laaglandrecord reed en waar Hilbert van der Duim in 1981 zijn duikeling maakte over ‘een vogelpoepje’.

De laatste keer dat het grote schaatscircus de oude Hanzestad aandeed was in 1984, het WK allround voor vrouwen. Het laatste mannen-WK dateert van 1973. „Doodzonde”, vindt Johan Grobbée, voorzitter van de Deventer IJsclub én van het sectiebestuur Langebaan van de schaatsbond (KNSB). „Wij vonden het jammer dat jongeren in de regio nooit meer schaatsambassadeurs als Sven Kramer en Ireen Wüst kunnen zien.”

Vandaar dat de IJsselcup nieuw leven werd ingeblazen. Ooit was de wedstrijd een begrip in de schaatswereld omdat het de opening van het seizoen markeerde, al erkende Ard Schenk bij de sluiting van het oude IJsselstadion in 1992 dat hij de oktoberwedstrijd altijd „een kwelling” vond: te vroeg in het jaar.

Gisteren vergaapte de jeugd zich na een jarenlange schaatsdroogte in Deventer weer eens aan de Nederlandse wereldtop. „Het is heel belangrijk het schaatsen te promoten”, zegt oud-wereldkampioene Renate Groenewold, die uitbundig foto’s signeert en met talloze kinderen poseert voor fotograferende ouders. „Je staat hier midden tussen de mensen, het is heel laagdrempelig. Dat kan op een groot toernooi in Thialf niet, dan ben je veel te veel met je races bezig. Hier stel je je erop in.”

Om er zeker van te zijn dat de IJsselcup voldoende jeugd zou trekken was de toegang gratis. Niet meer dan logisch, zegt Grobbée. „We zitten op dit moment in een dip met het schaatsen. Door tien ijsloze winters hebben kinderen van 14, 15 jaar oud nog nooit op een slootje geschaatst. Daardoor is er geen doorstroming meer naar de ijsclubs, dus we moeten andere methoden bedenken om kinderen aan het schaatsen te krijgen.”

TVM-coach Gerard Kemkers was verbaasd over de respons van het publiek. „De mensen zijn ongelooflijk enthousiast. Als ik zie hoe sommigen staan te staren naar het treintje van Sven Kramer, Erben Wennemars, Carl Verheijen en Wouter Olde Heuvel, dan besef je pas hoe belangrijk het is dat de wereldkampioenen hier komen rijden.”

In 2000 was de IJsse lcup na een traditie van tientallen jaren van de kalender geschrapt wegens gebrek aan belangstelling. Door de opkomst van het drukke World Cup-circuit raakten de IJsselcup en andere gewestelijke wedstrijden als de Kraantje Lek Trofee (Haarlem), de Zilveren Schaats (Groningen) en de Eindhoven Trofee uit de gratie. Bovendien gaan sinds de overkapping van Thialf, in 1986, alle grote toernooien in Nederland naar Heerenveen.

Maar in het verleden sloeg niemand de IJsselcup over, zegt Yep Kramer, vader van wereldkampioen Sven. „Wij hadden een veel korter seizoen dan tegenwoordig. Wij gingen in oktober pas het ijs op, in Inzell. Als we terugkwamen was Thialf open. Ons seizoen bestond uit een NK allround in januari, dan een EK en een WK als je je plaatste. Wedstrijden als de IJsselcup had je wel nodig om een indicatie te krijgen hoe je ervoor stond. Maar je moest de IJsselcup niet winnen, want dan piekte je te vroeg”, voegt Kramer er lachend aan toe.

De IJsselcup 2.0 is wél schaatsen in een modern jasje: vroeger waren het individuele wedstrijden op de kortere afstanden, nu staat alleen de ploegachtervolging op het programma, sinds de Spelen van Turijn (2006) een olympische discipline. „We moesten iets nieuws doen, want er zijn al zoveel wedstrijden”, zegt organisator Grobbée, die een uitvoerige lobby opzette om de schaatstop naar Deventer te krijgen. „De ploegachtervolging is spectaculair, en er zijn weinig van dit soort wedstrijden. Over de datum heb ik overlegd met de ploegen.”

Onder meer TVM, VPZ en Jong Oranje waren gisteren aanwezig. TVM kwam zelfs eerder terug van het trainingskamp in Erfurt. Kemkers: „Het team is behoorlijk wat vermoeider dan ik had ingeschat, maar we hadden beloofd in Deventer te rijden, dus doen we dat. De IJsselcup is een mooie traditie. Ik heb er goede herinneringen aan. Het waren selectiewedstrijden voor de rest van het seizoen. En het was de eerste keer dat we weer op televisie kwamen.”

Voor TVM past het bovendien in de planning, omdat de voltallige nationale achtervolgingsploeg onder Kemkers valt. „De achtervolging is belangrijk voor ons. Je moet hier echt op oefenen om beter te worden. Voor ons is dit een mooi moment om ervaring op te doen.”