Records en titel Kiplagat

De Nederlandse hardloopster is voor de tweede keer op rij wereldkampioen.

Een opvallende prestatie na maanden zonder wedstrijd.

Dat Lornah Kiplagat gisteren in Udine voor de tweede opeenvolgende keer wereldkampioen op de weg werd, was niet verrassend. De Nederlandse langeafstandsloopster was tenslotte de grote favoriete bij de WK halve marathon. Maar dat ze haar dominantie als wegatlete onderstreepte met een verbetering van het wereldrecord (1.06.24) was onverwacht, omdat Kiplagat vanwege een kuitblessure een gemankeerde voorbereiding kende. „Ze overtrof alle verwachtingen”, sprak haar opgetogen echtgenoot en trainer Pieter Langerhorst telefonisch vanuit Italië.

In Udine voltooide Kiplagat (33) een bijzondere trilogie van drie wereldtitels binnen iets meer dan een jaar. Nadat ze in oktober vorig jaar in het Hongaarse Debrecen wereldkampioen op de 20 kilometer werd, was ze eind maart ’s werelds sterkste bij de WK veldlopen in haar geboorteland Kenia. In Udine maakte ze gisteren nog maar eens duidelijk, dat er bij elke wegwedstrijd buiten de marathon geen maat staat op Kiplagat.

Tot de dertiende kilometer had Kiplagat nog gezelschap van de Keniaanse Mary Keitany, die ze vervolgens met een felle demarrage loste. Haar versnelling was mede het gevolg van de ontdekking dat ze daarmee kans had op het wereldrecord, dat sinds 1999 met 1.06.44 op naam stond van de Zuid-Afrikaanse Elana Meyer. Tussendoor verbeterde ze ook nog haar eigen wereldrecord op de 20 kilometer van 1.03.21 in 1.02.57.

Ondanks de status van Kiplagat was de verbazing van haar coach Langerhorst over de wereldtitel groot. „Omdat ze vier maanden geen wedstrijd had gelopen en als gevolg van de blessure zeven weken geen looptraining kon doen. Ze moest in conditie blijven met aquajoggen en fietsen, bepaald geen ideale voorbereiding. Hoewel haar test vorige week bij de Singelloop in Utrecht bevredigend was, waren we benieuwd of de blessure zou opspelen als het er echt op aankwam. Dat gebeurde niet. Maar je verwacht dan niet dat ze in één wedstrijd twee wereldrecords verbetert.”

Voor Langerhorst is de overheersing van Kiplagat bij wegwedstrijden het bewijs dat ze ook de marathon moet aankunnen. De laatste jaren slaagt Kiplagat er maar niet in om de wedstrijd over 42 kilometer te winnen, meestal omdat ze boven de dertig kilometer een inzinking krijgt. „Een mentale kwestie”, oordeelde Langerhorst gisteren. „Vandaag heeft ze nog eens laten zien hoe goed ze is. Ik hoop dat ze dat kan doortrekken naar de marathon. Ze moet door een barrière; er vooraf anders tegen aankijken, met meer zelfvertrouwen.”

Hoe graag Kiplagat ook een marathon wil winnen, volgend jaar bij de Olympische Spelen in Peking laat ze die afstand aan zich voorbijgaan. „Door de smog, de hitte en de hoge luchtvochtigheid is dat geen optie”, zegt Langerhorst. „Ja, bij de WK cross in Mombasa was het ook bloedheet, maar het maakt nogal uit of je acht kilometer of meer dan 42 kilometer onder dergelijke omstandigheden moet lopen. De olympische marathon vinden wij te riskant.”

En dus wijkt Kiplagat in Peking uit naar de tien kilometer op de baan, waar ze te maken krijgt met de Chinese Xing Huina en de de Ethiopische zusjes Tiranesh en Ejegayehu Dibaba en mogelijk sterke Russinnen. Zowel bij de Olympische Spelen van 2004 als de EK 2006 in Göteborg bleek een hoog tempo geen garantie voor de overwinning en hield haar gebrekkig sprintvermogen Kiplagat buiten de medailles. Maar voor ‘Peking’ heeft ze die vrees niet, vertelt Langehorst. „Omdat ze nóg sterker is geworden en het volgend jaar warm zal zijn. Bij die omstandigheden zijn de zusjes Dibaba bang voor haar, reken maar. Die heeft ze al eens in een wedstrijd over tien kilometer verslagen in Puerto Rico.”

De wereldtitel in Udine leverde Kiplagat een winstpremie van 30.000 dollar plus een bonus van 50.000 dollar voor het wereldrecord op. Mooie bedragen, maar altijd nog de helft van het prijzengeld bij baanwedstrijden. Een schande, vindt Langerhorst. „Als je de wegatletiek serieus neemt, moet je ook het prijzengeld gelijktrekken met baanwedstrijden. Dat vind ik een principiële zaak. Als je ziet dat er op wegwedstrijd veel publiek afkomt en soms 30.000 tot 40.000 deelnemers aan de start staan, en dat vergelijkt met de geringe publieke belangstelling bij de WK baanatletiek, twee maanden geleden in Osaka, moeten er toch eens wat bellen gaan rinkelen bij de internationale atletiekfederatie. Die zit maar vast aan de baan. Maar als de wereld verandert, moet je meegaan. Leuk hoor dat felicitatietelefoontje van IAAF-voorzitter Lamine Diack uit Senegal, maar ik heb liever dat hij ervoor zorgt dat er in beloning geen onderscheid wordt gemaakt tussen baan en weg.”