Paspoort en loyaliteit

De wijze waarop de minister Hirsch Ballin (CDA) van Justitie zich begeeft op het terrein van identiteit en integratie is zó omzichtig dat het omgekeerde effect wordt bereikt. In zijn brief aan de Tweede Kamer regelt Hirsch Ballin „een aantal nationaliteitsrechtelijke kwesties”, deelt zijn ministerie neutraal mee. In werkelijkheid neemt de minister stelling tegen het gesloten wereldbeeld van de PVV van Wilders. Hirsch Ballin trekt verder in de brief een wetsvoorstel in van zijn ambtsvoorganger Verdonk (VVD) inzake het verbod op dubbele nationaliteit. Hij kondigt een koerswijziging aan van het kabinet. „Het kabinet staat een andere benadering van meervoudige nationaliteit voor.”

De koele toon van deze brief is een weldaad in het huidige klimaat rond dit thema.

De brief komt op het moment dat de opwinding van de afgelopen weken over de toespraak van prinses Máxima nauwelijks achter de rug is. Inhoudelijk is er een rechtstreeks verband met het onlangs gepresenteerde rapport ‘Identificatie met Nederland’ van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), ter gelegenheid waarvan Máxima haar gewraakte toespraak hield.

Met name het feit dat burgers soms over meerdere paspoorten beschikken en dus over een meervoudige nationaliteit, ligt gevoelig sinds Wilders in de Kamer de loyaliteit van deze burgers in twijfel heeft getrokken.

De brief van Hirsch Ballin is een antwoord op deze kwestie. Als meervoudige nationaliteit moet worden ingeperkt, stelt de minister, dan is dat hooguit om praktische en juridische redenen. En dus niet vanwege „vermeende disloyaliteit”. Hij waarschuwt terecht dat het debat over meervoudige nationaliteit, waarbij loyaliteit, integratie en identiteit „als scheidslijn worden opgeworpen” kan uitlopen op „diskwalificatie van burgers”.

Rabiate voorstellen van de PVV om mensen in het kader van bestraffing de Nederlandse nationaliteit te ontnemen, dan wel om het Europees Verdrag inzake nationaliteit op te zeggen of aan te passen, worden in de prullenbak gedeponeerd. Net als de onbezonnen motie van deze fractie die de wettelijk bepaling wilde in voeren dat leden van het kabinet de Nederlandse nationaliteit moeten hebben. Dat laatste volgt namelijk al uit de aard van hun functie. Hirsch Ballin kondigt aan dat hij met een wetsvoorstel zal komen dat de dubbele nationaliteiten regelt, dat echter zo genuanceerd zal zijn dat de wet hooguit van symbolische betekenis zal zijn. Immigranten van de tweede generatie worden ertoe aangespoord een „positieve keuze” te maken voor het Nederlanderschap. Maar niet als zij daarvan nadeel ondervinden. Voor de zekerheid schrijft de minister dat het hem niet gaat om een maatregel die de integratie moet bevorderen, maar om een maatregel die recht wil doen aan de onderlinge verhouding tussen burger en overheid. En dat is inderdaad waar het in laatste instantie om gaat.