Nu! Christmas pudding

Een stijve, machtige pudding, vol fruit en drank.

Laat je niet ontmoedigen door onverkrijgbare ingrediënten als niervet en ‘barley wine’.

Het is pas herfst, zult u zeggen, het is de tijd van eikelmannetjes en paddestoelen, van gekleurd blad en nog zonnig warme middagen – waarom dan nu al over Kerstmis te beginnen? Dan zeg ik: dat doe ik niet, dat zijn die Engelsen. U weet wel. Het volkje aan de andere kant van het Kanaal op hun eiland vol druïden, te laat rijdende treinen, stiff upperlips en tradities. En tot die tradities hoort Christmas pudding. En – nee! stil! – Christmas pudding moet VAN TEVOREN gemaakt worden. Ruim van tevoren. Sommige mensen maken er, als ze eraan beginnen, meteen twee, ook vast één voor volgend jaar. Dus te vroeg is het eigenlijk nooit.

Er zijn ook mensen die er wat later aan beginnen. In de mooie traditie van het uitvinden van tradities past ook de zogenaamde ‘stir-up Sunday’ de zondag voor advent, die tot ‘stir the pudding Sunday’ is geworden in allerlei huishoudens. Het hoort bij Christmas pudding dat iedereen in het huishouden een poosje erin roert. En er valt echt wel wat te roeren en te mengen. „Het mengen is wezenlijk!” waarschuwde onze lerares.

Lerares? Eh ja. Heb met een aantal vrienden een Christmas pudding- leerochtend gedaan. Een Engelse uit een familie vol tradities had het op zich genomen ons Hollandse gehaktballenkneders te laten zien hoe je zo’n pudding maakt.

Je zou zeggen: zo moeilijk is dat niet. Je mengt de ingrediënten, je stoomt de pudding en klaar is Kees.

Dat is in zekere zin waar. Maar in andere zin niet. Want ten eerste zou je de ingrediënten dan niet hebben en je meteen laten ontmoedigen door hun onverkrijgbaarheid. Neem het beroemde niervet, ‘suet’ in het Engels, dat ‘geraspt’ in de pudding moet. Engelsen kopen dat in pakjes en dan ziet het eruit als broodkruim. Die gaan echt niet naar de slager om er niervet te bestellen en zijn dan geen dagen bezig om dat zelf tot iets te krijgen wat je ‘geraspt’ zou kunnen noemen. Dus wie eraan wil beginnen moet naar een Engelse winkel. Of de slager ertoe brengen het niervet geraspt te leveren. En dan schrijft het traditionele recept dat wij volgden ook nog bier voor. En niet zomaar bier, maar ‘barley wine’ en stout. Dat laatste betekent Guinness, het eerste is amper verkrijgbaar, al was onze gastvrouw er toch in geslaagd dat aan haar slijter te ontfutselen. Maar het komt me voor (niet tegen de Engelsen zeggen) dat Duvel of De Koninck hier ook goede diensten zouden bewijzen.

Verder is er allerlei hocus pocus voor het stomen van de pudding. De pudding gaat in bakjes die in kokend water acht uur op het gas gestoomd worden. Op mijn vraag of dat niet in de oven kan, dat lijkt zoveel rustiger dan zo’n acht uur lang stomend fornuis, keek mijn gastvrouw eerst geschokt en barstte toen in lachen uit. Ja, zei ze, wie weet, als je alle tradities aan je laars zou willen lappen (wat natuurlijk geen enkele zin heeft als je Christmas pudding wilt maken) ja, dan kan dat ook. De schaaltjes worden afgesloten met keukenpapier waar overheen een soort mutsje met een hengseltje gevouwen wordt van kaasdoek. Om de vorm weer uit het water te kunnen krijgen. Iedereen kan zelf wel bedenken hoe dat eenvoudiger kan, maar nogmaals, we praten hier over tradities.

Uiteindelijk fabriceer je een heel stijve, machtige pudding, bomvol fruit en drank (veel vet gaat er eigenlijk niet in, 225 gram op een totaal gewicht van ongeveer 2,5 kilo) die je aan tafel met hete cognac overgiet en in brand steekt.

De mijne is al klaar. Oktober en november zijn goede maanden om er een te maken, volgens de traditie. Maak de pudding volgens het recept hiernaast. Voor je gaat eten, opnieuw twee uur stomen. Heet op een schaal leggen en aan tafel bij kaarslicht overgieten met brandende cognac.

Laat iedereen ohh! en ah! roepen. Dat is traditioneel.