Nobelprijs economie voor drie Amerikanen

De Nobelprijs voor economie is dit jaar toegekend aan drie Amerikaanse economen: Leonid Hurwicz, Eric Maskin en Roger Myerson. Dit heeft het Nobelcomité vanmiddag in Stockholm bekendgemaakt.

De economen krijgen de prijs voor hun onderzoek naar de manier waarop markten werken.

Vrije marktwerking, zoals op de aandelenmarkt, is in de praktijk zeldzaam. De economen hebben uitgewerkt wanneer de vrije markt het beste werkt voor een economische transactie en wanneer een ander mechanisme, zoals een veiling, beter werkt. Hun inzichten zijn bijvoorbeeld gebruikt voor het ontwerp van veilingen van telecomfrequenties.

De toekenning van de prijs aan deze drie economen bevestigt de Amerikaanse dominantie in de economische wetenschap. Sinds 1969 – toen de Nederlandse econoom Jan Tinbergen samen met de Noorse Ragnar Frisch de eerste Nobelprijs voor economie won – is zestig procent van de prijswinnaars geboren Amerikaan. Sinds 1980 komt bijna driekwart van de winnaars uit de VS.

De Nobelprijs voor economie is niet, zoals de andere Nobelprijzen, vastgelegd in het testament van de Zweedse industrieel Alfred Nobel, maar later door de Zweedse centrale bank geïntroduceerd. De bank levert het prijzengeld van omgerekend 1,1 miljoen euro.