Meer ouderen werken

Het aandeel ouderen dat werkt is de afgelopen tien jaar verdubbeld. Er werken nu zelfs voor het eerst verhoudingsgewijs meer ouderen (55 tot 64 jaar) dan jongeren (15 tot 24 jaar). Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek van vandaag.

Bijna de helft van alle mensen tussen 55 en 65 jaar werkt of staat ingeschreven als werkzoekende. Dat was in 1996 nog geen 30 procent. Het sterkst steeg de arbeidsparticipatie onder 55- tot 60-jarigen, vooral doordat veel meer vrouwen gingen werken. Hun aandeel op de arbeidsmarkt verdubbelde in tien jaar tot 45 procent.

De mannen in deze leeftijdsgroep werken met een participatiegraad van 77 procent evenveel als het gemiddelde van alle Nederlandse mannen. Van alle mensen van 60-65 jaar werkt een veel kleiner aandeel. Eenderde van de mannen van deze leeftijd werkt, en nog geen 14 procent van de vrouwen.

Voorgaande kabinetten-Balkenende willen dat meer ouderen langer doorwerken. Om die reden heeft het vorige kabinet onder meer de fiscale steun aan de vut geschrapt.

In alle West-Europese landen bleven meer mensen aan het werk. Maar het aandeel ouderen dat werkt steeg in Nederland sterker dan in de andere West-Europese landen. Toch behoort Nederland nog lang niet tot de top. In Europa neemt het een middenpositie in, met voor zich Portugal en Litouwen, en gevolgd door Tsjechië en Spanje.

De hoogste arbeidsparticipatie onder ouderen is te vinden in de Scandinavische landen. In Zweden werkt ruim 70 procent van de mensen door, gevolgd door Denemarken, Estland en het Verenigd Koninkrijk. Polen en Malta hebben de laagste arbeidsparticipatie.