Linkse politiek met ‘juridische vlam’

Als advocaat beweegt Britta Böhler zich tussen politiek en media. Voor haar talrijke cliënten, van Hofstadgroep tot Hirsi Ali, verdedigt ze het individu tegenover de staat. „Geen terroristische organisatie heeft zoveel leed veroorzaakt als staten.”

Ze is de politiek advocaat van Nederland. Britta Böhler was de afgelopen tien jaar betrokken bij alle geruchtmakende politiek getinte zaken. Van Volkert van der G. tot prinses Margarita, van Samir A. tot de Koerdische leider Abdullah Öcalan, van Clickfondsverdachten en Srebrenicaslachtoffers, van de Hofstadgroep tot Ayaan Hirsi Ali – allemaal vonden ze hun weg naar het kantoor van Britta Böhler aan de Keizersgracht in Amsterdam.

Vorige week raakte de 47-jarige advocaat in opspraak na het verspreiden van vertrouwelijke stukken aan Tweede Kamerleden over de beveiliging van haar cliënt Ayaan Hirsi Ali. De Kamerleden debatteerden over de beveiliging van het voormalig VVD-Kamerlid omdat het kabinet had besloten om per 1 oktober niet meer te betalen voor de beveiliging van Hirsi Ali in de Verenigde Staten. Via de griffie verstrekte Böhler, op verzoek van haar cliënt, twee brieven en twee vertrouwelijke gespreksverslagen om de parlementariërs te informeren. De documenten tonen aan dat Hirsi Ali er bij haar vertrek naar de VS in 2006 volledig vanuit ging dat de beveiliging door Nederland door zou gaan.

Het hielp niet. Integendeel. Het debat ging niet over de inhoud van de stukken, maar over de vraag of het onwettig of gevaarlijk was dat Böhler de stukken openbaar had gemaakt. „Een typisch voorbeeld van shoot the messenger”, vindt GroenLinks-fractieleider Femke Halsema. De Tweede Kamer verwierp een motie van haar fractie waarin minister Ernst Hirsch Ballin (Justitie, CDA) werd gevraagd de kosten nog een tijd te dragen, tot Hirsi Ali zelf fondsen heeft geworven. „Zeer teleurstellend”, was het oordeel van Böhler en ze beraadt zich op juridische stappen tegen de Nederlandse staat.

De deken van de Amsterdamse Orde van Advocaten, Hans van Veggel, vindt niet dat Böhler de belangen van haar cliënt heeft geschaad. Hij heeft met Böhler gesproken en hem is niet gebleken „dat Böhler bij het nemen van haar verantwoordelijkheid een onjuiste afweging zou hebben gemaakt”.

Britta Böhler groeide op in de provinciestad Freiburg in het Duitse Zwarte Woud. Haar vader was financieel directeur van een uitgeverij, haar moeder werkte bij de overheid. Haar ouders waren burgerlijk links – SPD. In hun jonge jaren bekogelden ze een keer de conservatieve Beierse politicus Franz Josef Strauss met tomaten omdat hij de Bondsrepubliek wilde herbewapenen.

„Het is moeilijk als je ouders al links zijn”, zei Böhler in 1999 in de Volkskrant. „Wat moet je dan? Rechts worden kon ik niet, dus haalde ik ze links in.” Dat betekent: vóór de Palestijnen, tégen Israel, en de Rote Armee Fraktion had haar sympathie. „Ulrike Meinhof en Gudrun Ensslin beschouwde ik als heroes. Het waren voor mij mensen die niet zomaar bommen gooiden, maar dat deden vanuit een duidelijk intellectuele achtergrond.” De politieke keuze van deze vrouwen, uit gegoede milieus, intrigeerde de veertienjarige Böhler. Niet hun manier van actievoeren. „Je moet hun daden afkeuren, maar hun motieven in hun waarde laten”, vindt Böhler, de Duitse schrijver Heinrich Böll citerend.

Na haar gymnasiumopleiding studeerde Böhler rechten en politieke wetenschappen aan de Albert-Ludwigs-Universität in Freiburg. Geen principiële keuze, maar met deze studies kon je alle kanten op. Ze droomde van een baan in de diplomatie of als intendant van een balletgezelschap.

Ze bleef, als enig kind, tot haar drieëntwintigste thuis wonen. Begin jaren tachtig keerde ze de politiek de rug toe. Gedesillusioneerd. Door het pragmatische beleid van de Duitse bondskanselier Helmut Schmidt kreeg ze een afkeer van de politiek. Aan de politiek viel toch niets te veranderen, iedereen was even slecht – of ze nou links of rechts zijn. „Links beleid leidt niet tot een politiek nirwana.”

Britta Böhler werd een yup: carrière maken, geld verdienen, ballet. Ze volgde de opleiding tot advocaat. In 1998 werkte ze een half jaar als wetenschappelijk medewerker aan de University of Virginia en deed ze veldonderzoek voor haar proefschrift over de twintigste-eeuwse Gerhart Husserl. De Duitse – joodse – rechtsfilosoof was in 1993 naar de Verenigde Staten geëmigreerd op de vlucht voor de Nazi’s.

„Met een clubje Europeanen namen we deel aan sociale activiteiten op de universiteit”, zegt advocaat, en Böhlers kantoorgenoot, Victor Koppe. „Zo heb ik Britta leren kennen. De laatste week voor mijn graduation sloeg de vonk over.” Hun huwelijk was de reden waarom Böhler overstapte van een prestigieus advocatenkantoor in Frankfurt naar Loeff Claeys Verbeke in Amsterdam. Ze ging aan de slag bij de fiscale afdeling en viel volgens haar baas Leo Spigt op als een groot talent, ze maakte zich de Nederlandse taal snel eigen, werkte zeer gedisciplineerd, precies en toegewijd. Strafrechtzaken bleken haar meer te boeien dan fiscale. Er dienden zich mooie rechtszaken aan – de verdediging van de familie Van der Valk en de eerste Nederlandse zaak van handel in aandelen met voorkennis – maar de twijfel groeide.

Twee reizen naar Zuid-Afrika brachten het antwoord. In plaats van Leo Spigt, die geen tijd had, ging ze in 1994 als waarnemer naar de eerste vrije verkiezingen. Een jaar later ging ze weer, het advocatenkantoor had haar een tijdje vrijgemaakt – ze ging werken voor de stichting Advocaten voor Advocaten. Ze overwoog om zich er te vestigen, maar koos toch voor Nederland. „In Zuid-Afrika kwam ik tot het inzicht dat ik advocaat wilde worden die maatschappelijk relevante zaken zou gaan doen.”

Terug in Nederland werd ze actief bij Greenpeace. Ze ging niet in op het aanbod om partner te worden bij Loeff en maakte de overstap naar het Amsterdamse advocatenkantoor van Phon van den Biesen en Ties Prakken. Een kantoor van linkse signatuur dat optrad voor Rara-verdachten, milieuactivisten en krakers. Het leverde hoogleraar (straf)procesrecht Ties Prakken de bijnaam ‘krakersmoeder’ op. „Wij waren een kantoor met een politiek-sociaal profiel. Om het hoofd boven water te houden, moesten we het terrein verbreden. Zakelijker worden”, vertelt Ties Prakken. „Britta had naam gemaakt bij een commercieel kantoor, maar haar passie lag bij activiteiten zoals ze die in Zuid-Afrika deed. Ze deugde voor ons kantoor.”

Het kantoor Böhler Franken Koppe Wijngaarden – de telefoniste kort dit af tot Böhler advocaten – transformeerde onder de leiding van Böhler tot een strakke, goed geleide organisatie. De cliëntèle is een mix van commercie en idealisme. Het kantoor verhuisde – op instigatie van Böhler – van de Nieuwe Herengracht naar een chique pand aan de Amsterdamse Keizersgracht. Britta Böhler houdt kantoor aan de achterkant, in een kleine, beetje rommelige, kamer. Victor Koppe en Stijn Franken, twee van de vier naamgevers, bezetten de statige kamers aan de voorkant. „Wat betreft kantoorpolitiek was het tactisch dat Britta die kamers aan Stijn en Victor gunde”, zegt een medewerker. „Competentiestrijd heb je altijd en sommige partners vinden dat Britta wel heel vaak de publiciteit haalt.”

Zes jaar lang had Böhler de dagelijkse leiding van het kantoor. Gründlich en pünktlich, dat is haar stijl”, zegt haar voormalige echtgenoot Victor Koppe. Hij heeft, met Michiel Pestman, nu de dagelijkse leiding. „BFKW beweegt zich als geen ander advocatenkantoor in Nederland zo nadrukkelijk op het raakvlak van politiek en recht, daar waar de macht van de staat botst met het recht van het individu”, aldus de website van het kantoor. Er werken nu zeventien advocaten, gespecialiseerd in drie rechtsgebieden: strafrecht, vreemdelingenrecht en internationaal recht & mensenrechten.

„De essentie van ons werk is niet het willen bewijzen van onschuld, want in de regel heeft 98 procent van de verdachten het gedaan en 97 procent zegt dat ook”, legt Böhler uit. „We voelen een maatschappelijke verantwoordelijkheid in het werk dat wij doen. We procederen in 99 procent van de gevallen tegen de staat, omdat we kiezen voor de bescherming van het individu. In het belang van de ‘nationale veiligheid’ treft de overheid anti-terrorismemaatregelen die in verregaande mate de privacy schenden. Maar de ‘nationale veiligheid’ bestaat uit de veiligheid van individuen. Geen enkele terroristische organisatie heeft zoveel leed veroorzaakt als misdadige staten en dictaturen. De holocaust is een voorbeeld daarvan, zoiets verschrikkelijks kan alleen een staatsapparaat veroorzaken.”

De rechtstaat wordt volgens Böhler sinds ‘11 september’ uitgehold en iedereen lijkt zijn schouders op te halen – bang voor terreur. In 2004 schreef ze daarom het boek Crisis in de rechtstaat. Een alarmbel voor de publieke opinie. Böhler plaatst haar ervaringen in het perspectief van de Verlichting en de Nederlandse politieke geschiedenis. En komt tot de conclusie dat het recht op een eerlijk strafproces wordt bedreigd. De notie van de rechtstaat – als morele waarde, historische verworvenheid en teken van beschaving – is uit het publieke besef aan het verdwijnen. En dat is de schuld van de politieke klasse, die er niet meer over wil of durft te praten.

In het najaar van 2006 ontstond het idee om zelf politiek actief te worden. Sinds ongeveer vijf jaar vragen Tweede Kamerleden, met uitzondering van de christelijke, haar om advies over nieuwe (anti-terrorisme)-wetgeving. Böhler: „Ik werd door GroenLinks benaderd met de vraag of ik senator zou willen worden. Dat sprak mij aan, omdat ik dan ook advocaat kon blijven.” Bij het nemen van een beslissing keek ze naar het stemgedrag van de politieke partijen op de rechtsgebieden die voor haar belangrijk zijn, zoals privacywetgeving en anti-terrorismewetgeving. „De enige partij die altijd vond wat ik ook vond, was GroenLinks. ”

Het contact met GroenLinks-leider Femke Halsema werd intensief nadat Böhler in mei 2006 de advocaat van VVD-politica Ayaan Hirsi Ali werd. Minister Rita Verdonk (Vreemdelingenzaken, VVD) zei dat Hirsi Ali nooit het Nederlanderschap had verkregen omdat ze tijdens het naturalisatieproces zou hebben gelogen over haar naam. In de politieke rel die daarop volgde, manifesteerde Halsema zich als felste politieke pleitbezorger van Hirsi Ali.

In dezelfde periode sprak Böhler met de kandidatencommissie die voor GroenLinks op zoek was naar senatoren. Op deze commissie maakte Böhler in twee gesprekken „een overweldigende indruk”, zegt commissievoorzitter Helma Ton. „Ze heeft de commissie overtuigd van haar politiek engagement en haar bewuste keuze voor de Eerste Kamer om zich te ontwikkelen van een begaafd jurist met een politieke vleug tot een allround politica met een juridische vlam”, aldus het commissierapport.

Op 12 juni werd ze in de senaat gekozen. Het betekende dat ze haar Duitse paspoort moest inleveren. Böhler: „Ik vond dat een zware beslissing. Het voelt vreemd om niet dezelfde nationaliteit te hebben als je ouders.”