Leider van Leger der Verschrikkelijken

Huurlingenleider Bob Denard, gisteren bij Bordeaux gestorven, heeft in zijn leven door Afrika een spoor van dood en geweld getrokken.

Noem het ironie dat de ‘oorlogshond’ Bob Denard gisteren overleed in hetzelfde kalme dorp bij Bordeaux waar hij 78 jaar geleden geboren werd. Zijn naam zal verbonden blijven aan het continent dat hij tussendoor afschuimde: Afrika. Denard opereerde er bijna veertig jaar lang als huurling met een eigen leger (bijgenaamd ‘De Verschrikkelijken’) en was betrokken bij tal van staatsgrepen in de uithoeken van het continent.

Robert – Bob – Denard was een exces van de Franse koloniale erfenis in privévorm. Hij presenteerde zich als de gewapende arm van de duistere kant van de Franse Afrikapolitiek. Voor de mythevorming zorgde hij zelf in een autobiografie met de titel: ‘Piraat van de Republiek’.

Sommige waarnemers gaven hem gelijk: van de jaren zeventig tot negentig zou Denard met instemming van de Franse geheime dienst hebben geopereerd. Volgens anderen pleegde hij zijn coups en moorden vooral in dienst van zijn eigen (financiële) belang.

Twee keer werd hij in Frankrijk veroordeeld. In 1993 tot vijf jaar voorwaardelijk voor een mislukte staatsgreep in Benin in 1977. En deze zomer kreeg hij in hoger beroep vier jaar, waarvan drie voorwaardelijk, voor zijn laatste coup, in 1995 in de Comoren, een eilandengroep voor de kust van Oost-Afrika. Denard, intussen dement, was niet aanwezig bij zijn proces.

Tot 1952 opereerde Denard – echte naam Gilbert Bourgeaud – als beroepssoldaat in de Franse koloniën in Zuidoost-Azië en in Algerije. Daarna was hij aanvankelijk achtereenvolgens politieagent in Marokko en vertegenwoordiger in huishoudelijke apparaten in Parijs. In 1961 trok hij naar Congo om als huurling te vechten aan de zijde van de rebellen in Katanga. Daarna volgde een reeks couppogingen en militaire operaties met zijn leger der Verschrikkelijken. Ze doken onder meer op van Jemen (1963) tot Angola (1975) en Rhodesië (nu Zimbabwe, 1977).

Het hoogtepunt van zijn macht bereikte Denard in de Comoren. Nadat het eilandengroepje in 1975 onafhankelijk van Frankrijk werd, werd hij er min of meer onderkoning – beschikkend per staatsgreep. In het eerste jaar zette Denard de eerste Comorese president Ahmed Abdallah af ten gunst van opposant Ali Soilih. Drie jaar later organiseerde hij de coup andersom en bracht Ahmed Abdallah terug aan de macht.

Denard werd hoofd van de Comorese republikeinse garde, bekeerde zich tot de islam, huwde zeven vrouwen, en knoopte relaties aan met het apartheidsregime in Zuid-Afrika.

Toen Abdallah in 1989 werd vermoord, vluchtte Denard naar Zuid-Afrika. In 1999 stond hij zelf in Parijs terecht wegens de moord op Abdallah. Hij werd vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs.

Denard was toen al weer enige jaren terug in zijn geboorteland: gearresteerd door Franse soldaten na zijn laatste coup op de Comoren, in 1995. Dat de Fransen de afgezette Comorese president Djohar na de coup niet terugbrachten aan de macht, werd wel gezien als een teken dat Denard nog altijd optrad met – al dan niet stilzwijgende – instemming van Franse geheime diensten. Zijn rechtszaak maakte dit jaar en vorig jaar duidelijk dat de staatsgreep was gefinancierd door de Comorese oppositie, Corsicaanse casinobazen en een van zijn acht eigen kinderen, die sindsdien veroordeeld is wegens drugshandel.