Krant en tv als wapen

De media in Iran zijn politieke werktuigen.

De huidige, zeer conservatieve regering heeft huisgehouden onder de liberale pers.

„President Ahmadinejad verzamelde in 2005 met een maand propaganda op tv 17 miljoen kiezers”. Foto AFP TO GO WITH AFP STORY by PIERRE CELERIER - FILES - A picture taken 24 April 2006 shows Iranian President Mahmud Ahmadinejad during a press conference in Tehran. One year ago, on 03 August 2005, Ahmadinejad took his office as Iran's President. AFP PHOTO/BEHROUZ MEHRI AFP

Beneden in het gebouw van de Iraanse krant Hammihan in Teheran zit een eenzame portier, op de tweede verdieping zit een receptioniste, en hoofdredacteur Mohammad Atrianfar heeft er een kamer. Maar verder is het leeg, want Hammihan (Perzisch voor landgenoot) is opnieuw een verschijningsverbod opgelegd. In mei mocht de hervormingsgezinde krant na een sluiting van zeven jaar weer uitkomen. Nog geen anderhalve maand later volgde een nieuw verbod. „We hadden 100.000 lezers, intellectuelen werden ons publiek en we kregen invloed. Dat was de belangrijkste reden dat we weer werden verboden”, zegt Atrianfar.

Het huidige hardconservatieve regime van president Ahmadinejad is geen vriend van de vrije pers. De minister van Islamitische Leiding zei na zijn aantreden voorzichtig te zullen zijn met krantensluitingen. „We wisten natuurlijk wel dat hij een grapje maakte”, zegt Atrianfar zuur.

Want de media zijn een belangrijk werktuig in Iran. Hojatoleslam Mohsen Kadivar, een liberale geestelijke die het Iraanse systeem met de Opperste Leider ziet als voortzetting van de vroegere monarchale dictatuur in een religieus jasje, onderstreept het belang van de pers, zeker nu over vijf maanden parlementsverkiezingen worden gehouden. „In Iran is 15 procent van de bevolking klassiek conservatief en wil 15 procent echte hervormingen. De 70 procent daartussenin kan de toekomst veranderen”, zegt hij. „De media kunnen veel effect hebben. Kijk maar hoe Ahmadinejad in de aanloop naar de presidentsverkiezingen in 2005 met een maand propaganda op de televisie 17 miljoen kiezers kon verzamelen.”

Op de vergadertafel in de kamer van hoofdredacteur Hossein Shariatmadari van de ultraconservatieve krant Kayhan liggen zo’n veertig verse kranten. Hoeveel daarvan zijn er nog hervormingsgezind? Shariatmadari gaat de titels langs: „23”. Een andere journalist zegt later: „Hij noemt elke krant hervormingsgezind die niet precies even conservatief is als de zijne.”

In het grote Kayhangebouw zijn de oude, Duitse drukpersen en de redacties wel aan het werk. Shariatmadari, een invloedrijke stem aan de allerconservatiefste kant van het regime, bagatelliseert de krantensluitingen. „Ze hebben de regels en wetten overtreden”, zegt hij. „Sharq heeft immorele artikelen gepubliceerd. Het is ab-so-luut niet zo”, intoneert hij, „dat de islamitische revolutie de stem van een tegenstander niet kan velen.”

Een van de weinige echt hervormingsgezinde kranten die nog over zijn, is Etemaad (Vertrouwen). In de kamer van managing director Elyas Hazrati hangt naast het verplichte duo Khomeiny en Khamenei, respectievelijk de oprichter van de islamitische republiek en diens opvolger als Leider, ook de hervormingsgezinde ex-president Khatami.

Veel hoofdredacteuren in Iran doen geheimzinnig over hun oplage met het oog op de concurrentie, maar komen uiteindelijk wel met een getal. Ruim 220.000 eist Shariatmadari op voor zijn krant. „Hij overdrijft”, zegt Hazrati, die voor Etemaad 100.000 exemplaren claimt. De grootste kranten zijn Hamshahri en Jam-e-Jam met allebei een oplage van rond de 400.000. „Maar dat zijn geen politieke kranten”, zegt Hazrati. „Hamshahri wordt voornamelijk om de advertenties gekocht.”

De media in Iran zijn politieke wapens, zowel de staatsomroep – die onder controle staat van de Leider – als de meeste kranten. „Ons probleem is dat de mensen tegenwoordig alleen kranten kopen als we met harde koppen komen”, vertelt Hazrati. „Tegelijkertijd zitten de rechterlijke macht, de persraad en het ministerie van Islamitische Leiding op je lip en is de economische situatie lastig. Het vereist veel wijsheid om wel gekocht en niet verboden te worden.”

Volgens Atrianfar van het verboden Hammihan vertegenwoordigen de paar hervormingsgezinde kranten niet meer dan 10 procent van de totale oplage en zijn ze niet erg effectief, ook Etemaad niet. „Daarmee is bijna alle propagandaruimte in handen van de regering.”

Hervormer Isa Saharkhiz, uitgever van verboden bladen en al een jaar in afwachting van tenuitvoeringlegging van zijn gevangenisstraf van vier jaar wegens ‘leugens en laster’, moest onder president Khatami kwaliteit en kwantiteit van de pers bewaken en uitbreiden. In Khatami’s tijd, zegt hij, was er nog sprake van een gevecht tussen de regering en de rechterlijke macht over de pers. „Als de rechterlijke macht één krant verbood, gaf de regering twee, drie vergunningen uit voor nieuwe publicaties. Nu is het de regering zelf die de pers belaagt. De vergunningen die nog voor nieuwe bladen worden verleend zijn bedoeld voor heel specifieke uitgaven – een blad voor boeren in de stad Bam.”

Volgens Saharkhiz leiden de verboden tot vermindering van de belangstelling voor kranten. „In Khatami’s tijd was de dagelijkse oplage 3,4 miljoen, waarvan politieke bladen het grootste deel voor hun rekening namen. Nu is de oplage verminderd tot onder de 2 miljoen, hoofdzakelijk voor rekening van sportbladen.”