Ik was wel kandidaat, ja

Ze is blond en slank en draagt een zwarte broek met daarop een strak zwart coltruitje met korte mouwen. Inge Stoffels (42) uit Amstelveen is verpleegkundige op de intensive care van het Antonie van Leeuwenhoek Ziekenhuis. Dat is een ziekenhuis gespecialiseerd in de behandeling van kankerpatiënten. In de zomer van 2000 ontdekte Inge Stoffels zélf een knobbeltje in haar linkerborst. Ze werd geopereerd, kreeg chemotherapie en slikt nu nog dagelijks medicijnen om te voorkomen dat de kanker weer terug komt.

Vanaf mijn vijftiende slikte ik de pil, ik was vierendertig toen ik mijn eerste kind kreeg, gaf maar drie maanden borstvoeding, heb altijd alles gegeten wat ik wilde, ben best een sociale alcoholgebruikster en bewegen doe ik niet heel fanatiek. Dus ja, als ik het lijstje risicofactoren voor borstkanker bekijk, dan ben ik wel een kandidaat. Niet dat je dús kanker krijgt, maar elke factor geeft je een paar procent meer kans.

Als ik naar mijn moeder kijk, die leefde heel anders dan de dertigers van nu. De pil heeft ze maar even geslikt, veel jonger kinderen, gezond eten, een regelmatig leven en één keer in de maand op zondag een wijntje. Maar ik heb mijn oude leventje gewoon weer opgepakt, na de operatie. Ik ben niks anders gaan doen.

Ik voelde het in de zomer van 2000. Een klein doperwtje aan de zijkant van mijn linkerborst. Ik weet niet meer waar ik was of hoe ik erachter kwam. Ik weet wel dat ik het ineens ook door mijn kleren heen voelde.

Toen ik twintig was, had ik ook al eens een knobbeltje. Dat bleek toen een fybro-adenoom, een goedaardig gezwelletje. Het is niet weggehaald, het ging vanzelf weg. Ik dacht: dit zal wel weer hetzelfde zijn.

Ik ben wel dezelfde dag, of de dag erna naar de huisarts gegaan. Die stuurde me door naar het ziekenhuis in Amstelveen. Ik werkte toen zelf nog in het VU ziekenhuis. Ik kreeg een echo en een mammografie. Het was goedaardig, zeiden ze.

In december ging ik werken in het Antonie van Leeuwenhoek Ziekenhuis. Mijn nieuwe collega’s zeiden dat ik het knobbeltje toch nog eens moest laten onderzoeken. Ik voelde me min of meer verplicht. Het is mijn redding geweest. Er werd een punctie gedaan en het was tóch kwaadaardig. Borstkanker. Zo raar. Ik voelde me niet ziek.

Binnen drie weken werd ik geopereerd, in mijn eigen ziekenhuis. Ik heb mijn hele borst eraf laten halen. Ik vond dat niet zo’n punt. Ik heb altijd kleine borsten gehad. De tumor was twee centimeter, ze snijden altijd ruim weg, dus er blijft weinig over. Het leek me ook onhandig, zo’n klein stukje borst overhouden. Ik zou toch aan de prothese moeten.

Later ben ik nog naar een plastisch chirurg gegaan, om te praten over een eventuele borstreconstructie. Dan wordt de borst gevuld met eigen weefsel. Toch een operatie van een uur of zes, zeven. Een tepel kan ook. Daar nemen ze een stukje huid voor uit de lies, dat kan dan worden getatoeëerd. Ik kies daar niet voor. De kans op complicaties is groot. En dan, weer zo’n zware operatie.

Ze hebben het netjes gedaan. Er loopt nu een streepje vanaf mijn borstbeen tot iets onder mijn oksel. Er zat één uitzaaiing in mijn lymfeklieren, dus die zijn ook weggehaald. Toen ik wakker werd uit de narcose was mijn operatiehesje een beetje opengevallen. Mijn man zag het meteen. Het is voor ons nooit een probleem geweest. Mijn arm deed het meeste pijn, de lymfebanen in mijn arm droogden.

De chemokuur duurde vier maanden. Van de eerste kuur was ik niet zo ziek. Dat kwam daarna. Een week ziek, twee weken wat beter en dan weer aan het infuus. We zijn bij mijn schoonmoeder ingetrokken, omdat ons huis werd verbouwd. Zij verzorgde ons dochtertje van anderhalf in de week dat ik ziek was.

Ik ben een jaar thuis geweest. Dat ik kaal werd, vond ik heel erg. Gelukkig bleven mijn wimpers en wenkbrauwen. M’n okselhaar, schaamhaar en het haar op m’n benen was wel weg. Ideaal. Toen ik uitgekuurd was, kreeg ik donkere krullen. Ik word Katja Schuurman, dacht ik. Zonder de borsten, maar wel met het haar. Na twee keer knippen was het weer steil.

Nu slik ik nog elke dag een hormonaal preparaat. Daardoor kom je vervroegd in de overgang. Mijn chirurg zei me dat ik, als ik die pillen tien jaar slik, daarna net zoveel kans heb als elke andere vrouw om weer borstkanker te krijgen.

Vorig jaar heb ik mijn eierstokken laten verwijderen. Dat wilde ik zelf. De wetenschap is er nog niet uit of het een standaardbehandeling moet zijn. Maar ik wil niet straks, als ik met de pillen kan stoppen, weer menstrueren en daarna wéér in de overgang komen. Mijn chirurg zei: als ik jou was, zou ik het ook doen.

Een tweede kind is nooit een optie geweest. Door de chemo en nu de hormoonkuur. Toen ik jong was, zei ik altijd: ik zou graag op mijn vierendertigste één blond meisje willen. Dat heb ik gekregen. Eva is nu acht.

Opgetekend door Rinskje Koelewijn