Het theater moet helden laten zien

Ik ben Rachel Corrie is een controversiële monoloog.

Over de vredesactiviste die door het Israëlische leger werd gedood.

Op het moment dat die bulldozer over haar heen reed, was Rachel Corrie misschien wel gelukkiger dan ik ooit geweest ben, omdat ze wist waarvoor ze stond”, zegt theatermaakster Laura van Dolron: „Aanvankelijk was ze een meisje in wie ik mezelf kan herkennen: een twijfelende, genuanceerde idealiste. Maar zodra ze in de Gazastrook aankomt, midden in de stoompan van ellende, gaat ze zwart-witter denken. In zo’n gevaarlijke situatie kan ze niet meer van een afstand naar zichzelf kijken – zoals ik dat tot vervelens toe doe. Ze moet noodgedwongen dicht bij zichzelf blijven.”

Laura van Dolron (1976) vertaalt en vertolkt bij het Noord Nederlands Toneel de aangrijpende monoloog Ik ben Rachel Corrie, over de 23-jarige Amerikaanse vredesactiviste die op 16 maart 2003 in een Palestijns vluchtelingenkamp in Rafah door een bulldozer van het Israëlische leger werd overreden, toen zij de sloop van een Palestijnse huis wilde verhinderen. Volgens ooggetuigen stond Corrie in het volle zicht, en reden de militairen moedwillig over haar heen. Volgens een militaire rechtbank was het een ongeluk, de daders werden vrijgesproken. Ongeval of moord, het is genoeg om van Corrie een martelaar te maken voor de Palestijnse zaak.

Een week na haar dood publiceert de Britse krant The Guardian fragmenten uit Corrie’s e-mails en dagboeken. Journaliste Katherine Viner en acteur Alan Rickman (onder meer bekend als schurk in Die Hard en Sneep in de Harry Potter films) stellen vervolgens uit die geschriften een monoloog samen, die in 2005 en 2006 in Londen en op het Edinburgh Fringe Festival speelt. Het loopt storm, publiek en pers zijn zeer onder de indruk. Mede door het mengsel van geestig bakvissengebabbel en ernstige uitspraken over een betere wereld, en natuurlijk door haar ontijdige, politieke geladen dood, wordt het jonge meisje vergeleken met Anne Frank.

In de Verenigde Staten en elders leidt My name is Rachel Corrie tot verhitte controverse. Verschillende theaters durven het stuk niet op te voeren onder druk van pro-Israël lobbyisten. Deze ‘censuur’ leidt weer tot veel verontwaardiging bij anderen. Samensteller Viner zegt in de Los Angeles Times: „Hier is het bewijs dat het politieke klimaat op beangstigende wijze het openbare debat en de artistieke vrijheid inperkt.”

In Nederland leidt de kwestie Rachel Corrie vooralsnog niet tot veel ophef. Enkele maanden na haar dood weigert het Nieuw Israëlitisch Weekblad een advertentie van Een Ander Joods Geluid, omdat de kritische lobbyclub hierin de dood van Rachel Corrie als moord bestempelt.

Ik ben Rachel Corrie begint onschuldig, met de schets van een Amerikaans meisjesleven: Rachel is het drukke meisje met de fantasie, de grote mond, het grote vuur. Het meisje dat wil wegbreken uit haar beschermde wereld, die zo nep lijkt vergeleken met de échte wereld, waar écht wordt geleden. Dan volgt het verlies van onschuld in de Israëlische burgeroorlog: „Het is toch niet extreem om alles te laten vallen en ons leven te wijden aan een einde van het geweld in het Midden-Oosten”, vraagt ze retorisch.

Van Dolron: „Het brengen van dit toneelstuk zou ik niet als een politieke daad willen beschrijven. Ik wil ook niet primair de Israëlische onderdrukking van de Palestijnen aan de kaak stellen. Ik weet zelfs niet eens zeker of de dood van Corrie wel een ‘moord’ was. Eerder denk ik dat de chauffeur erop gokte dat ze wel op tijd weg zou springen. Waar het mij om gaat is een meisje te tonen, die de daad bij het woord voegde. Ik hoop wel de toeschouwers ertoe te bewegen datgene waarin zij geloven – wat dan ook – in praktijk te brengen. In het theater zie je vaak miezerige personages die falen. Terwijl het theater juist helden moet laten zien, helden als Corrie, aan wie het publiek zich kan optrekken.”

Corrie eindigt met een betoog tegen de onderdrukking der Palestijnen. De aanvankelijke scepsis van de toeschouwer over het naïef ideële toerisme van de Amerikaanse smelt snel weg onder dit vurig betoog. Al snel houd je van dit meisje, en wil je dat ze niet dood gaat. En als dat toch gebeurt, wil je met verhit gemoed de straat op, en strijden tegen het onrecht.

Van Dolron: „In mijn andere stukken laat ik de vele kanten van een probleem zien. Nuanceren kan ik heel goed, dat kunnen wij hier allemaal heel goed, Maar nuances kun je ook gebruiken als goed excuus om niet je nek uit te hoeven steken. Natuurlijk was het ook een zucht naar avontuur van zo’n Amerikaans suburb-meisje. Maar ze had als hobby ook kunnen gaan paardrijden, of een bushokje in elkaar trappen. Ze stak haar nek uit, daar gaat het om. Dat het ook gaat over de persoonlijke, geestelijke vervulling van een verveeld westers meisje, doet daar niets aan af.”

Vlak voordat ze sterft stuurt Rachel Corrie haar ouders een laatste e-mail, waarin ze weer erg als Anne Frank klinkt: „Laat het me alsjeblieft weten als jullie enig idee hebben wat ik met de rest van mijn leven zou kunnen doen. Als je wilt, kun je me een mail sturen alsof ik in een vakantiekamp op Hawaï zit, voor een cursus weven. Wat het leven hier draaglijker maakt, is soms weg te kunnen fantaseren, dat ik in een Hollywoodfilm zit, of in een sitcom met Michael J. Fox. Veel liefs, pappie. Rachel.”

11 okt t/m 3 nov. Machinefabriek Groningen. Info. www.nnt.nl.