Henk Badings

Arie van Beek

„Na de Tweede Wereldoorlog was Henk Badings in Nederland vooral bekend als componist van muziek voor fanfare- en harmonieorkesten. Maar vóór de oorlog werd hij door de allergrootsten gespeeld: Mengelberg met het Concertgebouworkest, de Wiener Philharmoniker, echt overal is die man gespeeld. Dat is daarna wat weggezakt – een verschijnsel dat je in heel Europa ziet; hier in Frankrijk bijvoorbeeld ook bij een man als Henri Tomasi. Van hem hoor je helemaal niets meer, terwijl hij een geweldige componist was.”

Arie van Beek, chef-dirigent van het Franse Orchestre d’Auvergne en het Rotterdamse Doelenensemble, is initiator van ‘Licht op Badings’, een driedaags festival in De Doelen en Laurenskerk rond deze wat vergeten componist. Badings werd precies honderd jaar geleden geboren in Nederlands-Indië, en stierf twintig jaar geleden in Maarheze. Hij liet meer dan duizend composities na in een wat gematigd, romantisch-expressionistisch idioom. Hij gold lange tijd als Nederlands meest succesvolle componist.

Dat hij bij publiek en vooral critici uit de gratie raakte, kwam niet in de laatste plaats door zijn opstelling tijdens de oorlog: hij sympathiseerde niet openlijk met de bezetter, maar maakte wel dankbaar gebruik van compositieopdrachten en carrièremogelijkheden die hem werden geboden. Hoewel hij later voldeed aan alle sancties die hem werden opgelegd, is het met zijn populariteit nooit helemaal goed gekomen.

Van Beek vindt de tijd rijp voor een herwaardering, en staat daarin niet alleen: dirigent David Porcelijn, bij wie Van Beek studeerde, is bezig Badings’ complete orkestwerk op te nemen. De muziek is het zonder meer waard, aldus Van Beek.

„Voor mij persoonlijk is die oorlogsgeschiedenis nooit relevant geweest. De vraag of hij daardoor minder gespeeld is, waag ik zelfs te betwijfelen: je ziet precies dezelfde terugval bij componisten zonder oorlogsverleden, zoals Alphons Diepenbrock of Willem Pijper. Volgens mij heeft Badings zich tijdens de oorlog nooit actief beziggehouden met politiek, hoewel ik er eigenlijk gewoon niets van weet. Als dat relevant was, dan zou ik ook geen Strauss en Wagner kunnen spelen. Het gaat gewoon om die noten.

„Mijn kennismaking met Badings’ muziek was eigenlijk een toevalligheid. Als chef-dirigent van het Orchestre d’Auvergne, een strijkorkest, ben ik altijd op zoek naar nieuw repertoire. Op een dag stuitte ik op de Negende symfonie van Badings, die ik absoluut niet kende. Ik heb de partituur en een oude opname opgevraagd bij uitgever Donemus, en ik vond het echt een fantastisch stuk. Ik ben het gaan spelen en het viel bijzonder in de smaak bij de musici en ook bij het publiek. Toen ging ik verder zoeken en vond nóg drie prachtige strijkersstukken.

„Badings heeft een enorm oeuvre. Een klein toplaagje is ‘érg goed’, dan een laag ‘goed’ en daaronder ligt nog een grote laag werken waar je eigenlijk niet doorheen komt. De muzikale en emotionele taal is heel herkenbaar. Vaak somber, diepgaand. Geen luchtige Franse huppeldepup – eerder Duits, het neigt vaak naar Hindemith. Een beetje zwaar op de hand hier en daar, maar toch niet gespeend van humor en virtuositeit. En, ik weet niet of ik dat wel moet zeggen, ook een beetje calvinistisch. Maar wat we dit weekend gaan spelen is allemaal heel goed. Om absoluut niet te vergeten.”

Licht op Badings, met o.a. Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Ed Spanjaard, Orchestre d’Auvergne o.l.v. Arie van Beek, en Doelenensemble o.l.v. Arie van Beek. 19/10 t/m 21/10 De Doelen, Rotterdam. Info: www.badings.nl en www.dedoelen.nl.