Gore verdient zijn prijs

De grootste verdienste van de winnaars van de Nobelprijs voor de Vrede dit jaar is dat ze over de hele wereld de overtuiging hebben doen ontstaan dat de mens een aandeel heeft in de opwarming van de aarde. De vele wetenschappers van het Intergouvernementele Panel voor Klimaatverandering (IPCC) hebben deze hypothese over het broeikaseffect van verbrandingsgassen wetenschappelijk onderbouwd. Het laatste rapport van dit panel heeft veel wetenschappers over de streep gehaald.

Al Gore op zijn beurt heeft de broeikashypothese door zijn film An inconvenient truth gepopulariseerd. Sommige beelden in die film mogen suggestief zijn en lang niet alle details kloppen. Toch is voorlichting van de wereldbevolking over de ernst van het probleem een belangrijke stap. Regeringen zijn alleen bereid nationale belangen opzij te zetten voor gezamenlijke oplossingen als burgers de noodzaak daarvan inzien.

Het broeikaseffect hoeft niet te leiden tot de ondergang van de aarde maar door de klimaatverslechtering in bepaalde gebieden kan schaarste optreden, waardoor massa’s mensen gaan migreren, met alle gevaar van gewelddadige conflicten van dien. Vandaar een prijs voor de vrede.

Met de huldiging van de voormalige Democratische vicepresident Al Gore heeft het Nobelcomité zich ook uitgesproken over de Amerikaanse politiek. De Republikeinse president Bush heeft geweigerd om in een nieuw verdrag limieten aan de uitstoot van CO2 vast te leggen. Die weigering raakt ook in de Verenigde Staten omstreden. Het is niet uitgesloten dat Gore, gesterkt door zijn nieuwe internationale status, alsnog aan de presidentsverkiezingen gaat meedoen.

De keuze voor Gore en het Panel past in een tendens van de afgelopen tien jaar. Het Noorse comité probeert minder klassieke politici te eren en zoekt meer naar publieke personen en instellingen die zich bekommeren om mentaliteitsverandering. De laatste klassieke, regerende politicus die de prijs won, was president Kim Dae-jung van Zuid-Korea in 2000.

Deze kentering ligt voor de hand. De goede oude staatsman van weleer, die daadwerkelijk politieke macht heeft, is op zijn retour. Zelfs een president van een grote mogendheid heeft maar beperkte macht, zo weten uiteenlopende staatshoofden als Bush en de Russische president Poetin inmiddels ook.

De ‘verplaatsing’ van de politiek wordt ook zichtbaar in de Nobelprijs voor de Vrede. Dat was bijvoorbeeld het geval in 2001, toen de Verenigde Naties en secretaris-generaal Kofi Annan de prijs kregen, en in 2005, toen het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA) en zijn voorman Mohamed El Baradei werden geëerd.

Deze precedenten geven overigens ook te denken. De positie van de Verenigde Naties is sindsdien eerder verzwakt dan versterkt en het IAEA is in de escalerende crisis rond Iran omstreden.

Te hopen valt dat Gore en IPCC deze precedenten ter harte nemen. Want de bewustwording over de klimaatverandering duldt weinig uitstel.