Gestolen kunst duikt op bij veilinghuis Christie’s

Het Stedelijk Museum en het Amsterdams Historisch Museum eisen elf gestolen schilderijen terug van veilinghuis Christie’s in Amsterdam. De schilderijen werden in 1972 gestolen uit een depot van de voormalige dienst gemeentemusea Amsterdam. Het gaat volgens Christie’s om werken van ‘kleinere meesters’ als August Allebé, Petrus Molein en Frans Josef Luckx. Drie van de schilderijen zijn afkomstig uit het Stedelijk, acht uit het Amsterdams Historisch Museum.

De werken doken op in de veilingcatalogus van negentiende-eeuwse kunst. De schilderijen zouden worden geveild op 17 oktober en 19 december. Maar nadat tips binnenkwamen over de herkomst ervan heeft Christie’s de schilderijen teruggetrokken. De elf schilderijen waren bij Christie’s aangeboden door een executeur-testamentair die optrad namens de nabestaanden van een particuliere verzamelaar. Volgens een gezamenlijke verklaring van de beide musea en het veilinghuis is het „evident” dat de werken eigendom zijn van de gemeente Amsterdam.

Christie’s betreurt het dat er gestolen kunst is opgedoken in het veilinghuis, maar zegt overtuigd te zijn van de goede trouw van de inbrenger. Een woordvoerder van Christie’s verwacht dat de schilderijen snel kunnen worden overgedragen aan de musea. „Er bestaat verder geen strijd over.”

Bij de inbraak in januari 1972 werden 49 schilderijen gestolen. Zestien werden er korte tijd later weer teruggevonden. De waarde van de buit werd destijds geschat op zestigduizend gulden.