Een podium zonder uitgang

Vanavond begint Marcus Miller zijn Europese tournee in Utrecht.

De lessen van Miles Davis hebben een stempel op zijn loopbaan gedrukt.

De dagen dat de Amerikaanse jazzbassist Marcus Miller (48) niet aan het woord is over zijn hoogtijdagen met de grote jazztrompettist Miles Davis zijn spaarzaam. Zijn ontzag voor zijn leermeester is merkbaar groot en zijn anekdotes heeft hij paraat. Davis leerde hem bijvoorbeeld de kunst van het fraseren, te praten in muzikale zinnen. „Veel muzikanten spelen gewoon de noten. Miles speelde alsof hij sprak.”

In de jaren 80 toerde de in New York geboren Miller met Davis, toen de trompettist zich steeds meer ging toeleggen op een popachtige jazzstijl. En het was Miller die tekende voor de volledige productie van Davis’ laatste belangwekkende platen, waaronder Tutu. De lessen van Davis drukten een stempel op Miller’s loopbaan. Hij maakte daarna naam als multi-instrumentalist, stond als producer/muzikant artiesten als David Sanborn, Luther Vandross, Al Jarreau en Chaka Kahn bij en maakte tal van solo-albums.

Tegenwoordig wordt Miller’s muziek – een mengeling van funk, jazzrock en r&b – een beetje voor lief genomen. Onterecht. Zijn vloeiende basspel lijkt weliswaar luchtig, maar wanneer hij zijn nadrukkelijke publiekpleasers even vergeet, overtuigt hij met sterk getimede, stuwende baspatronen. Opvallend is zijn onvermoeibare drive en krijgslustige spel op de elektrische bas. Bij elk concert springen de vonken eraf. Altijd vaart zijn lenige stijl tussen funk en jazz op een diepe, volvette groove. En of hij nu een melodie pakt, of kiest voor een begeleiding in de diepste regionen van de muziek, de noten vallen als regendruppels in een emmer – van die romige plóks.

Vanavond begint Marcus Miller zijn Europese tournee in Utrecht. Morgen en daarna volgen concerten in Tilburg, Amsterdam, Groningen en Zoetermeer. Hij treedt graag op in Europa. „Er is een dieper begrip van de muziek. Mensen kennen de geschiedenis van oude jazznummers, weten waar het vandaan kwam.” Ons land geniet voorkeur. Miller is één van de prominentste musici op het North Sea Jazz Festival. Dit jaar was hij tevens host van de eerste North Sea Jazzcruise in Scandinavië, wat hem uitstekend beviel. „Het was uniek, zoveel muziekliefhebbers zorgeloos op één boot. De intieme sfeer bood mij de mogelijkheid om nieuwe dingen uit te proberen die ik niet bij een regulier concert doe. Alle musici waren enthousiast en willen weer.”

Jammen en improviseren, dat is waar het muzikantenschap om draait, vindt Miller. „Eenmaal op het podium, weet ik de uitgang niet meer te vinden.” Al verstaan veel jonge musici naar zijn idee de kunst niet. „Bespottelijk. Dan horen ze graag van te voren wat er verwacht wordt. Ze voelen zich ongemakkelijk en verontschuldigen zich bij voorbaat al.”

Miller is het type musicus dat nooit voor zichzelf speelt. Altijd voor en mét anderen. Free, het gevarieerde nieuwe album, geeft daar weer blijk van. In de oude Deniece Williams song Free neemt het Britse zangtalent Corinne Bailey Rae smaakvol de vocalen voor haar rekening. „Corinne draagt bij aan het ontspannen gevoel van het nummer”, zegt Miller. „Ik ontdekte haar op de radio en vond haar stem prachtig en uitzonderlijk. Je hoort tegenwoordig zoveel van hetzelfde. Ik stopte mijn auto en belde mijn manager: vindt haar voor mij. Ze bleek een fan te zijn van mijn muziek en wilde graag samenwerken.”

Met blueszanger/gitarist Keb’Mo’ schreef Miller de song Milky Way, die uitgaat van de gedachte dat de mensheid vanaf een andere planeet op aarde is gezet om te zien hoe we ons zouden redden. „Het thema sprak me aan. Mijn musici beschouwen mij om mijn kwaliteitseisen dikwijls als muzikant van een andere planeet.” Met gevierde, veelzijdige saxofonist David Sanborn, te horen in het opzwepende What is Hip?, maakte hij al veel platen. „Sanborn’s saxofoon trekt meteen je aandacht. Ik heb veel met hem opgetreden in shows van Chaka Kahn. Het voornamelijk zwarte publiek had nooit van Sanborn gehoord. Maar dat blanke mannetje blies ze omver en liet ze sprakeloos achter.”

Zoals altijd bedient Miller zich weer van een ruime selectie covers. Die geven zijn roots aan, stelt hij. Hij bewerkte onder meer Nat King Cole’s When I Fall in Love en Stevie Wonder’s Higher Ground. „De jazzgeneratie voor mij speelde veel songs van componisten als Gershwin en Ellington. Voor mij is de muziek van Stevie Wonder van een zelfde soort niveau. De nummers zijn makkelijk te bewerken en vele kanten op te sturen. Zijn songs zijn qua structuur goed op te maken voor een jazzinterpretatie. Zo wordt zijn catalogus van steeds grotere waarde om te herinterpreteren.”

Voor eigen composities zoekt Miller het dikwijls dicht bij huis. Een van zijn theorieën is dat de basis van de meeste melodieën ligt in liedjes die we hebben geleerd als kind. „Onze basis ligt in misschien zeven of acht bekende wijsjes. Het gaat om de eerste drie noten of hoe een melodielijn is opgebouwd. Nieuwe melodieën die ons aantrekken zijn variaties op die oude kindherinneringen. Alles is terug te herleiden.”

Concerten: vanavond: Tivoli Utrecht, morgen: Tilburg, woensdag: Paradiso A’dam, donderdag: Oosterpoort Groningen, vrijdag: De Boerderij Zoetermeer. Meer info: www.marcusmiller.com