De profeten van vandaag en morgen

Vorige week waren de grootste Rotterdammers aller tijden bekend. 1. Bep van Klaveren. 2. Erasmus. 3. Pim Fortuyn. Via internet als zodanig uitgeroepen. Je zou d’r als humanist maar tussen staan.

Ik betrapte mezelf even op de ongepaste gedachte dat ook het Nobel-comité mogelijk van sms-boodschappen gebruik heeft gemaakt om een geschikte kandidaat voor de Vrede te vinden. Wie had in 2007 de prijs in godsnaam verdiend? Nergens een Martin Luther King, een Sacharov of een Mandela te bekennen. Ze hadden eventueel aan Condoleezza Rice kunnen denken, die al weer naar Tel Aviv onderweg schijnt om namens George Bush een vredesconferentie voor het Midden- Oosten voor te bereiden. Maar heeft ze dat sinds 2001 niet al veertien keer geprobeerd? Nooit wat geworden.

Zo zou Al Gore er uiteindelijk uitgerold kunnen zijn – de Bep van Klaveren van het Milieu.

Le Prix Nobel de la Paix aux prophètes d’écologie, opende Le Monde vrijdag haar editie.

Mooie kop. Ze nam in één klap bijna al m’n wantrouwen weg tegen de poeha waarmee we van An inconvenient truth moeten geloven dat Nederland tot ver voorbij Amersfoort zal worden weggespoeld als we niet nog meteen deze winter alle beschikbare warme lappen voor de gordijnen hangen om binnen bij de spaarkachel onder de spaarlamp de spaarzegels te gaan inplakken voor een spaarzame oude dag.

De profeten van de ecologie!

Niet dat je de soort in antieke mythen, de Thora, het Nieuwe Testament en de koran allemaal blind en voor de volle honderd procent kon vertrouwen, maar er is altijd iets van een grote hellenistisch-joods-christelijk-islamitisch-cartesiaanse beschaving mee verbonden geweest. En dat je nu in de traditie van Abraham, Mozes, Elia, Alexander, Jezus, Mohammed, Erasmus en Pim Fortuyn ook de profeet Al Gore kunt aanhalen om te laten merken dat je je klassieken kent, schenkt toch een zekere bevrediging.

Zouden we, nu we het toch over religie hebben, Ehsan Jami en Afshin Ellian al profeten durven noemen?

Aan de eerste heeft de preutse Partij van de Arbeid gevraagd zijn raadszetel in Leidschendam op te geven, omdat hij in een fatsoenlijk land niet samen met Geert Wilders had mogen vinden dat Hitler en Mohammed van hetzelfde laken een pak waren. Maar Jami schijnt gewoon te blijven zitten, zoals Verdonk bleef zitten, en Yildirim bleef zitten en Lazrak bleef zitten. Dat heb ik niet van hemzelf (want hij moest nog nadenken, en had het druk met de promotie van zijn boek), maar het werd op de radio verzekerd door Afshin Ellian, die je dus in zekere zin Jami’s verkondiger, of zeg maar gerust zijn profeet mag noemen.

Dat wordt per dag toch steeds meer mijn lievelingsnederlander van Iraanse afkomst, die Afshin.

Zaterdag had hij in NRC Handelsblad een column die om te beginnen recht leek te willen doen aan veiligheidsambtenaar Tjibbe Joustra (die eerder door Jami en zijn vriend Geert onheus was bejegend), maar waarin vervolgens een haast acrobatische redeneerdraai werd toegepast.

‘Joustra’, schreef Ellian, ‘onderschat de krachten die de herislamisering losmaakt in een individu, omdat Joustra, zoals veel andere Europeanen, nergens in gelooft. De ongelovige Europeaan kan niet of nauwelijks begrijpen dat er geherislamiseerde, diepgelovige jihadisten zijn’.

Om daar vlak achteraan te schrijven dat Amerikanen vaak jaloers zijn op Nederlandse inlichtingendiensten, omdat die ‘dankzij het scherpe debatklimaat uitstekend zicht hebben op de radicaliseringsbeweging’.

Amerikanen, die duizendmaal geloviger zijn dan wij, benijden ons dus omdat wij Europeanen nergens in geloven. Maar desalniettemin is Ellian eigenlijk van mening dat onze veiligheidsambtenaren beter allemaal weer herkerstend kunnen worden.

Jami zie ik nog wel eens groot worden. Maar Afshin, de schat, mag blij zijn als hij het verder schopt dan profeet.

Jan Blokker