Architect van de versobering

Kisho Kurokawa ontwierp onder meer de uitbreiding van het Van Gogh Museum. Hij was een meester van de nobele eenvoud en de perfecte vorm.

Kurokawa voor de vleugel van het Van Gogh Museum, 1999 Foto AP ** FILE ** Japanese architect Kisho Kurokawa stands in front of the new wing of the Van Gogh Museum which he designed in this June 22, 1999 file photo, in Amsterdam, The Netherlands. Kurokawa, an internationally acclaimed architect, known for designs that merge traditional architecture styles and philosophy, has died at a Tokyo hospital, according to media reports Friday, Oct. 12, 2007. He was 73. (AP Photos/Serge Ligtenberg, File) Associated Press

In Nederland is de vrijdag aan een hartaanval overleden Japanse Kisho Kurokawa vooral bekend van zijn uitbreiding van het Van Gogh Museum in Amsterdam. Kurokawa’s gebouw, een grote koekdoos met de deksel op een kier op de grasvlakte van het Museumplein, was een antwoord op het oorspronkelijke museumgebouw van Gerrit Rietveld. Kurokawa beschouwde Rievelds rechthoekige, postume werk als een late uiting van het oude ‘tijdperk van de machine’. Zijn ellipsvormige uitbreiding uit 1998, gefinancierd door een rijke Japanse Van Gogh-liefhebber, paste volgens hem beter bij het huidige ‘tijdperk van het leven’.

De nobele eenvoud van het Van Gogh-paviljoen is kenmerkend voor het late werk van Kurokawa. Terwijl veel van zijn collega’s in de jaren negentig van de twintigste eeuw, met dank aan de computer, hun heil zochten in toenemende complexiteit, onderging Kurokawa’s werk juist een versobering en gaf hij steeds meer de voorkeur aan eenvoudige vormen als cilinders, kegels en kubussen.

Met hun perfecte vormen lijken Kurokawa’s late gebouwen te contrasteren met zijn vroege werk dat in het teken stond van het metabolisme, de Japanse architectuurstroming met flexibiliteit en tijdelijkheid als kernbegrippen. Met zijn Nakagin capsule-appartemententoren in Tokyo, die oogt als een slordige opeenstapeling van gigantische wasmachines, zorgde Kurokawa in 1972 voor de sprekendste uitdrukking van het metabolisme.

Na de capsuletoren die Kurokawa in en buiten Japan bekend maakte, volgde zo’n honderd opdrachten voor steeds grotere gebouwen, zoals de Pacific-toren uit 1992 in La Défense in Parijs, het voetbalstadion in het Japanse Oita uit 2002 en vliegvelden als dat van Kuala Lumpur in 1998. Kurokawa’s bureau ontwierp vooral veel musea, met als bekroning het Nationale Kunstcentrum in Tokyo.

Kurokawa zelf zag geen tegenstelling tussen zijn vroege en late werk. Hij bleef zijn hele leven aanhanger van het metabolisme, beweerde hij, al noemde hij dit later ‘symbiose’. In zijn laatste jaren probeerde hij zijn ‘theorie van het leven’ ook toe te passen in de politiek. Vergeefs probeerde hij dit jaar gouverneur van Tokio te worden. Ook werd hij dit jaar niet gekozen in het Hogerhuis van Japan. Daarnaast bleef Kurokawa als architect werken aan verschillende projecten, waaronder het ontwerp van Astana, de nieuwe hoofdstad van Kazachstan.