Alles is insjallah

Schrijver Arnon Grunberg reist voor de tweede maal door Afghanistan met de Nederlandse troepen daar. Deel vier in een serie.

Het is de ochtend van de laatste dag van de ramadan. We staan op een terrein dat ‘Governor’s compound’ wordt genoemd. Daarachter woont de nieuwe gouverneur van Uruzgan. Dit terrein wordt beveiligd door de ANA, het Afghaanse leger.

We moeten nog flyers uitdelen op de markt van Tarin Kowt en een billboard beplakken. ‘Winning hearts and minds’ wordt dit genoemd.

Luitenant Rob leidt de patrouille en hij zegt tegen me: ,,Ik heb liever niet dat je meegaat flyeren, ik heb het vermoeden dat iemand zich zal gaan opblazen.”

Maar Majoor Gradus bij wie ik in het voertuig zat, zegt: ,,Ga maar mee, maar blijf in de buurt.”

Er wordt onderhandeld, uiteindelijk zegt luitenant Rob: ,,Je mag mee als je bij Gradus blijft.”

Majoor Gradus laat zijn grote wapen achter. ,,Het is schijnveiligheid,” zegt hij.

Zo lopen we over de staten met posters en flyers in onze handen. Ik heb niets in mijn handen, alleen een scherfvest om. Voor en achter ons lopen beveiligers die eruit zien als militairen uit een Amerikaanse film.

Elk voertuig dat ons nadert wordt tegengehouden. Ook dat lijkt me schijnveiligheid. Je kunt te voet iemand opblazen.

Nadat de posters zijn opgehangen, gaan we de markt op.

Het is er druk. Op dat moment overvalt me de angst te zullen sterven of slordig te zullen worden opgeblazen, zodat ik de rest van mijn leven in een rolstoel zal zitten.

Elke Afghaan is een potentiële ‘suicider’ – zelfs de kinderen.

Alles is een kwestie van perceptie, tot je geraakt wordt.

De kinderen nemen de flyers met graagte aan, maar ook volwassenen tonen zich geïnteresseerd.

Of dit daadwerkelijk ‘winning hearts and minds’ zal zijn, met de relatief zwaar beveiligde bewakers bij ons, vraag ik me af.

Op mij komt het over als Russisch roulette in Tarin Kowt.

Majoor Gradus wijst me op een schoenmakertje langs de kant van de weg. ,,Dat vind ik zo mooi,” zegt hij.

Terug op de compound is er de ‘debriefing.’ ,,Wat hebben jullie gezien?” vraagt Gradus.

,,De kinderen verscheurden de flyers en sommige volwassenen deden dat ook,” zegt een beveiliger.

,,Maar ze namen ze aan,” zegt Gradus. ,,Dat is het goede nieuws.”

Later fluistert hij: ,,Tegen een suicider is niet veel te doen. Als het gebeurt, had je je dag niet.”

Zo is het met literatuur ook. Als je een slecht stukje schrijft, had je je dag niet.

Alles is insjallah.