A-Rod eindelijk een echte Yankee

Vorig jaar blunderde hij vaak opzichtig, maar dit seizoen liet Alex Rodriguez (32) zien waarom hij een fenomeen is in de Amerikaanse Major League en de best betaalde honkballer ter wereld. Misschien wel omdat hij eindelijk heeft leren relativeren.

Alex Rodriguez, de man van 252 miljoen dollar, zit op een materiaalwagen in de catacomben van het honkbalstadion. Het is eind september en het reguliere honkbalseizoen zit er bijna op; Rodriguez (32) oogt ontspannen. Hij heeft zojuist zijn 54ste homerun geslagen voor zijn team de New York Yankees en is toegejuicht door het publiek. „MVP, MVP”, riepen de supporters terwijl Rodriguez een rondje langs de honken rende. De verwachting is dat hij in november tot ‘Most Valuable Player’ – beste honkballer van de Amerikaanse competitie – wordt gekozen. De statistieken spreken boekdelen: 54 homeruns, 156 honkslagen waaruit teamgenoten punten scoorden, 143 keer zelf gescoord. Geen andere speler komt daar bij in de buurt.

Net zo belangrijk als de statistieken is het feit dat ‘A-Rod’, zoals zijn bijnaam luidt, in zijn vierde seizoen bij de Yankees eindelijk door zijn teamgenoten is geaccepteerd. Een slepende, jarenlange ruzie met aanvoerder en teamicoon Derek Jeter is bijgelegd. Een intiem avondje met een stripper in Canada – breed uitgemeten in de roddelpers van New York – heeft zijn prestige onder honkballers geen kwaad gedaan. Sindsdien is echtgenote Cynthia tijdens uitwedstrijden van de partij, om haar overspelige man in de gaten te houden. Maar nu, in de gang van het honkbalstadion, is zij nergens te bekennen. Zittend op het karretje geeft Rodriguez een informele persconferentie.

De nieuwe Rodriguez, zegt hij over zichzelf, werd geboren in een wedstrijd aan het begin van de competitie. Wat gebeurde? Een tegenstander sloeg een pop-up, een hoge bal, recht op hem af. Een makkie, eenvoudig te vangen. Maar nee, hij beoordeelde de bal fout, en miste hem: honkslag voor de tegenpartij. Het publiek jouwde hem uit, hij kromp ineen: niet wéér. Vanuit zijn ooghoeken keek hij naar zijn teamgenoten: ze lachten. Leedvermaak? Nee, ze lachten hem niet uit maar tóe. Rodriguez deed mee, hij lachte ook. Om zichzelf, vanwege de beginnersfout. Een loden last viel van zijn schouders: de man met het salaris van ruim 25 miljoen dollar per jaar kon zichzelf relativeren. Voor het eerst in zijn leven.

De schrijver Richard Ben Cramer luistert toe, terwijl Rodriguez zijn verhaal doet. Ben Cramer (57) schrijft een boek over Rodriguez. Dat zit zo. Vorig seizoen bakte Rodriguez er niets van. Hij stapelde fout op fout, werd gemeden door zijn teamgenoten en neergesabeld door de pers. Cramer kon het niet langer aanzien. „Ik vroeg mij af”, zegt hij, „hoe het mogelijk is dat de man die als de beste honkballer van Amerika gold erin was geslaagd zo’n karikatuur van zichzelf te worden. Hij worstelde op een vreselijke manier met zijn zelfvertrouwen. Ik benaderde hem met de vraag of hij bereid was om mij zijn levensverhaal te vertellen. Tot mijn verbazing stemde hij meteen toe.”

Het klikte. Sindsdien volgt Cramer, een gevierd schrijver over politiek en sport (een biografie over Joe DiMaggio) Rodriguez van wedstrijd naar wedstrijd. Cramer: „Zeven jaar geleden tekende hij zijn contract van 252 miljoen. Daarmee werd hij de best betaalde honkballer uit de geschiedenis. Aanvankelijk speelde hij voor de Texas Rangers. Na drie jaar namen de Yankees zijn contract over. Wie naar New York gaat begint opnieuw, ook al ben je nog zo goed. Niet dat Rodriguez faalde: hij sloeg elk seizoen ruim dertig homeruns. Maar hij voelde zich zó niet op zijn gemak bij de Yankees, dat hij de domste fouten maakte. De pers zag dat hij leed en schreef hem het graf in. Zijn tijd bij de Yankees dreigde een drama te worden.”

Dat was op zich vreemd, want Rodriguez wist wat hem in New York te wachten stond. Hij werd er geboren, een kind van immigranten uit de Dominicaanse Republiek. Lang woonde hij er overigens niet, want zijn ouders wilden zoals meer immigranten terug naar hun vaderland. Toen ze het daar financieel niet redden, besloten ze opnieuw de oversteek naar Amerika te wagen. Berooid kwamen ze in Miami aan, waar Alex Rodriguez opgroeide, mentaal laverend tussen de traditionele Latino cultuur van zijn ouders en de belofte van een nieuw leven in Amerika.

Cramer: „Rodriguez is een Latino in de Amerikaanse honkbalcompetitie. Niets bijzonders, daar zijn er veel meer van. Wél bijzonder is dat hij vloeiend Engels en Spaans spreekt. In mentaal opzicht is hij zelfs volledig veramerikaniseerd. Dat blijkt uit drie dingen. De Amerikaanse cultuur, vooral de tv-cultuur, vormt zijn referentiekader. Hij heeft het idee dat hij alles uit het leven kan halen wat hij wil. En, het belangrijkste, hij heeft een zeer Amerikaans besef van geld. Hij wil het niet alleen verdienen maar er ook wat mee doen. De meeste topsporters weten niet wat ze met hun rijkdom moeten. Ze kopen klassieke auto’s of een kast van een huis. Alex doesn’t throw his money around, he wants to use it. Hij is ook succesvol als ondernemer.”

Rodriguez, geboren in 1975, gold op de middelbare school al als een uitzonderlijk talent. In 1993 werd hij voor een half miljoen dollar ingelijfd door de Seattle Mariners. Een jaar later, op zijn achttiende, debuteerde hij in de Major Leagues. Hij was daarmee vier jaar jonger dan de gemiddelde debutant in de hoogste honkbalcompetitie. In 1995 brak hij definitief door als veldspeler (korte stop) en homerunslagman. Daarna ging het vooral in financieel opzicht snel: in 1997 werd zijn salaris verhoogd tot ruim één miljoen, in 2000 tot ruim vier miljoen dollar per jaar. In 2001 tekende hij bij de Texas Rangers een tienjarig contract voor 252 miljoen dollar.

Cramer: „Daardoor veranderde alles. Ineens was hij bigger than the game. Hij behoorde, met basketballer Michael Jordan en golfer Tiger Woods, tot de uitzonderlijk rijke en universeel bekende sportmannen. Als je zo goed bent en zo veel verdient als Rodriguez wil iedereen kennis met je maken. Hij rekent Bill Gates en Bill Clinton tot zijn kennissen, is bevriend met de rapper Jay-Z. Rodriguez stond voor de vraag: hoe geef ik mijn in materieel opzicht grenzeloze leven inhoud en structuur? Dat heeft hij goed gedaan. Zodra het honkbalseizoen is afgelopen wisselt hij zijn uniform in voor een zakenpak van Armani, en loopt hij het makelaarskantoor Newport Properties in. Zíjn kantoor.”

Honkbal blijft voorlopig zijn core business. In het laatste duel van de Yankees in dit seizoen, vorige week in het verloren vierde duel in de eerste ronde van de play-offs tegen Cleveland, stond Rodriguez als eerste op het veld. Drie uur voor aanvang oefende hij zijn slag. Cramer: „Dat fascineert mij aan hem, en is tevens de belangrijkste overeenkomst met DiMaggio. Beiden gaan als slagmannen volledig op in hun werk. Ze zijn op een monomane manier met hun sport bezig, kunnen zich afsluiten van de buitenwereld. Als het minder gaat met Alex maakt hij als veldspeler fouten; als slagman presteert hij altijd.”

Nu het seizoen voor de Yankees is afgelopen, wordt er druk gespeculeerd over de toekomst van Rodriguez. Zijn contract loopt nog drie jaar, maar zijn makelaar Scott Boras zou er op aandringen dat hij gebruikmaakt van een clausule en zichzelf als ‘free agent’ aanbiedt aan de hoogste bieder. Boras zou Rodriguez vervolgens opnieuw voor tien jaar willen binden aan een club, nu voor 300 miljoen dollar.

Geen uitzonderlijk bedrag, meent Boras, als je bedenkt dat A-Rod een van de weinige spelers is van ‘I.P.N.-waarde’: iconic, performance, network. Hij is gewild als reclameobject, hij presteert, en hij trekt tv-kijkers. Als Rodriguez zo veel homeruns blijft slaan als afgelopen seizoen, breekt hij bovendien over vijf of zes seizoenen het record van Barry Bonds. Ook dat genereert veel inkomsten.

En daarna? Cramer vertelt de volgende anekdote. „Op een avond zei ik tegen echtgenote Cynthia dat Alex meer op een politicus dan op een honkballer lijkt. Na afloop van de wedstrijd van die avond belde Alex: hij wilde met me eten. Aan tafel zei hij: ‘Klopt het, wat Cynthia tegen me zei? Begrijp me goed, ik heb een hekel aan politici. Maar op wie van de huidige presidentskandidaten lijk ik het meest?’”