Zelfs voor een zerk op het babygraf is geen geld

Wereldwijd neemt kindersterfte af. Maar in de Mississippi Delta wordt een verontrustende toename geconstateerd. Vooral onder zwarte kinderen.

Teen staat in glitterletters op het hemdje van Amanda Sherman (17). Ze woont in een vrolijk geverfd groen huisje in een trailerpark in Anguilla, een gehucht van katoenvelden en onverharde weggetjes in de Mississippi Delta, waar het in oktober nog verzengend heet is.

In de hoek van de woonkamer leunt ze rond het middaguur verveeld achterover in de stoel, handen op haar buik. Over een maand is ze uitgeteld.

In het voorjaar, vertelt ze met een schuchter lachje, liep alles een beetje uit de hand. Ze was met een paar andere meiden in het dorp. Ze kregen ruzie over een jongen. Eerst was het nog praten en schelden, daarna ineens schoppen en slaan. En net toen ze zelf een stevige sucker punch had uitgedeeld – ze genoot nog na – leek het of er een rotsblok op haar neerdaalde. Alles werd mistig.

Een dag later hoorde ze van de arts in het ziekenhuis dat haar achterhoofd meermalen met een honkbalknuppel was geraakt. Bloeduitstortingen, een hersenschudding – twee weken verplichte rust.

Trouwens, zei de dokter, weet je dat je bijna drie maanden zwanger bent?

„Uh… niet écht.”

Sindsdien krijgt ze regelmatig bezoek van Irma Johnson. Johnson is een dominant typetje. Ze werkt als de onofficiële verloskundige in de Mississippi Delta, van oudsher een gebied met veel zwarte inwoners en een slappe economie.

In de hele wereld neemt de kindersterfte af, ook in de VS. Maar in Mississippi, en vooral in de Delta, doet zich de laatste jaren een verontrustende stijging voor. Deskundigen wijten dat niet alleen aan stress, armoede en tienerzwangerschappen, maar ook aan zwaarlijvigheid en een ontoereikende ziektekostenverzekering voor kinderen.

Johnson probeert de trend te keren door alle zwangere meisjes en jonge moeders, op eigen initiatief, te bezoeken en het belang van een verantwoorde leefwijze uit te leggen. Een taai gevecht, blijkt tijdens de rondrit die ze vandaag maakt. „Ik vraag me ook wel eens af waarom ik doorga”, zegt ze als de huisbezoeken ’s middags achter de rug zijn.

Wanneer ze eerder die dag bij Amanda Sherman binnenvalt – vaak kondigt ze haar bezoek niet aan – hangt er een geur van ontbindende etensresten in het huis. De zwangere tiener woont met andere familie bij haar oma. Het is hier hele dagen donker, legt het meisje uit: gesloten gordijnen zijn de enige zonwering die ze hebben. Het tweejarige dochtertje van een nicht slaapt op de vloer. Oma trekt met haar tandeloze mond woest aan een filtersigaret, terwijl ze op televisie een realityshow bekijkt – Outrageous Cheaters!

Johnson is hier eerder geweest. „Zet dat ding even uit.” Ze komt meteen ter zake. Eet Amanda nu een beetje gezond? De tiener vertelt dat haar ontbijt allang niet meer elke dag bestaat uit chips en frisdrank. „Dat is nog maar een paar keer per week.” Wel haalt ze bijna dagelijks gefrituurde kip en patat, maar, zegt ze, altijd mét sinaasappelsap. De strijd tegen haar overgewicht is moeilijker, legt oma uit. Amanda is gewoon een meisje van grote porties. „Altijd geweest.”

Johnson heeft haar eerder geadviseerd de vader bij de geboorte en de opvoeding te betrekken. Maar die is up north gaan werken, vertelt ze, honderden kilometers verderop in Minnesota. En gaat ze naar school? Niet meer. Na de hersenschudding lag ze zó ver achter, dat ze maar thuis is gebleven. „Volgend jaar misschien weer. Of zo.”

Als Johnson even later haar auto langs de katoenvelden van de Mississippi Delta stuurt, onderweg naar de volgende afspraak, vertelt ze dat Amanda Sherman een „heel normaal geval” in haar praktijk is. „Ik zie dit soort meisjes elke dag.”

Ze heeft goede hoop dat Sherman haar kindje in leven zal weten te houden met de hulp van haar oma. Maar probleem is, legt Johnson uit, dat alles erop wijst dat het pubermeisje korte tijd later weer een baby zal krijgen. En daarna wéér een.

Telkens zal het risico op een slechte afloop groeien. Want Amanda, legt ze uit, hoort bij die typische groep zwarte moeders die kinderen krijgen uit gebrek aan eigendunk. „Ze willen baby’s omdat ze liefde zoeken. Ze zeggen het vaak letterlijk: ik heb iemand nodig die van me houdt.”

Johnson doet dit werk – haar mobiele telefoon staat 24 uur per dag aan – al vijftien jaar vanuit het Christian Center in Cary, het type christelijk-sociale instelling waarmee de Amerikaanse bible belt overladen is. Op abortus als methode om de kindersterfte tegen te gaan, rust hier een taboe, en zeker bij het Christian Center. Adoptie mag, seksuele onthouding wordt aanbevolen.

Maar uiteindelijk kunnen armoede en kindersterfte alleen bestreden worden, redeneert het centrum, als mensen leven naar de geest van de bijbel. „Wij willen mensen bekeren”, zegt Johnsons collega Lydia Berry zonder gêne.

Ook sceptici kunnen er niet omheen dat het succes van het Christian Center spectaculair is vergeleken bij seculiere overheidsinstellingen in aangrenzende provincies. Het centrum draait op alleen private giften (onder meer van de Van Leer Foundation uit Nederland).

Sinds Johnson in de jaren negentig begon met haar spontane huisbezoeken, daalt de kindersterfte in haar gebied drastisch, terwijl in omringende provincies de sterftecijfers bleven en, sinds enkele jaren, weer scherp stijgen. Ook de seculiere New York Times analyseerde eerder dit jaar, dat de successen van het Christian Center opmerkelijk afwijken van een droevig stemmende trend.

Het redden van kinderlevens is ook de levensmissie van Lydia Berry, een collega van Johnson, sinds zij zelf als 15-jarige een kind kreeg. Ze leefde een verkeerd leven, zegt ze, en ontworstelde er zich aan.

Nu neemt ze de bezoeker mee naar de zwakbegaafde Helen Jones (31) en haar zoontje Johnny (1). Lege muren, geen stoelen in huis, luiers slingeren over de vloer, de televisie staat – ’s ochtends tien uur – op een soap.

Helen Jones legt uit dat ze het een jaar geleden niet voor mogelijk hield dat ze haar kind zelf zou kunnen opvoeden. Maar dankzij het Christian Center is het voorlopig gelukt. „Het kan dus, hè?”, zegt Berry. „Misschien blijft het zo”, sombert Jones.

Ook Irma Johnson is niet gerust over de nabije toekomst. Vooral de maatregelen van de regering-Bush om de ziekteverzekering voor minder bedeelden – Medicaid (ouders) en S-CHIP (kinderen) – slechter toegankelijk te maken, trekt diepe sporen, zegt Johnson. Mensen zonder vervoer moeten vaak zó lang reizen om voor de programma’s in te schrijven, dat ze het niet op kunnen brengen. En de kans op kindersterfte is vele malen groter als ouders geen verzekering hebben. „Heel zorgelijk”, zegt Johnson.

Over de omvang van S-CHIP hebben het Congres en president een conflict, dat volgende week wordt beslecht.

De realiteit van de Mississippi Delta is intussen te zien op Sanders Garden Memorial in het dorpje Hollandale, een kerkhof op een half uur van Cary. Een opzichter vertelt dat je hier het grote aantal begraven kinderen kunt herkennen aan de tientallen metalen paaltjes.

Formeel blijven de paaltjes – met getypt naambordje – staan totdat een grafzerk is afgeleverd. Maar hier, naast een trailerwijk die lokaal bekend staat als ‘No Name’, kunnen de meeste ouders geen zerk betalen. De paaltjes-met-bordje zijn zo uitgegroeid tot het stille bewijs van het groeiende aantal gestorven baby’s.

De opzichter knikt. Aan de andere kant komen twee vrouwen hand in hand het park inlopen. Moeders die hier elke dag komen. Ze gaan uit elkaar, knielen elk bij hun eigen paaltje, slaan een kruis, prevelen, staan weer op. Een ritueel van tien minuten.

Ze lopen onze kant op. Geduldig horen ze het verzoek aan. Maar nee. „God heeft mijn zoon genomen, omdat hij hem nodig had”, zegt een van de moeders. „Ik kan daar beter niet over praten – uit respect voor God.”

Rectificatie / Gerectificeerd

Kindersterfte

In het kader bij Kindersterfte in arme zuiden VS stijgt (13 oktober, pagina 4) staat dat bijna een op de vijf zwarte baby’s in Mississippi in het eerste levensjaar de dood vindt. Dat moet zijn: een op de vijftig zwarte baby’s. Wel stijgt sinds 2005 de kindersterfte in Mississippi, terwijl wereldwijd sprake is van een daling.