Volwasseneneducatie moet rijkssubsidie krijgen

SER-voorzitter Rinnooy Kan slaat met zijn `De fictie van de gelijke kansen` de spijker op de kop (NRC Handelsblad, 4 oktober). Het Nederlandse onderwijssysteem biedt inderdaad geen gelijke kansen aan iedereen. Vooral leerlingen uit de lagere milieus zijn daarvan het slachtoffer. Rinnooy Kan wijt dit aan het bewust afbouwen van herkansingsroutes.

Ik vind het jammer dat hij niet ook verwijst naar de afbraak van de volwasseneneducatie, de dag- en avondscholen mavo/havo/vwo, het Voortgezet Algemeen Volwassenenonderwijs (VAVO). Dit onderwijs werd vooral gevolgd door drop-outs uit het jongerenonderwijs en mensen die niet eerder de kans hadden om dit type onderwijs te volgen. Het VAVO bood dus die bepleite herkansingsroute. In de jaren tachtig zaten er ruim 120.000 leerlingen op 85 scholen.

Door de rijkssubsidie was dit onderwijs betaalbaar. In alle steden vanaf 100.000 inwoners bestonden scholen en in de kleinere steden nevenvestigingen. Maar sinds de invoering van de Wet Educatie Beroepsonderwijs in 1996 daalde het aantal leerlingen; in 2005 waren het er nog 15.000. Doordat de financiering onder de gemeenten kwam te vallen, werd het lesgeld voor velen onbetaalbaar. Onderwijscolumnist Leo Prick concludeerde in zijn column van 23 april 2005: ”De beperkingen van doorstroommogelijkheden, avondopleidingen en opleidingsduur vind ik de slechtste ontwikkeling die ons onderwijs de laatste jaren te zien heeft gegeven.”

Wanneer de minister van Onderwijs serieus zou overwegen dit herkansingsonderwijs weer onder rijksfinanciering te brengen, is al veel herwonnen.