Voer voor gecertificeerde Rothologen

De nieuwe Philip Roth is uit! Hoewel: in de VS verschenen de eerste recensies, maar in Nederland lag Exit Ghost nog niet in de boekwinkels. Ik speurde het internet af naar nadere berichten over de roman – en onderging een kleine schok. Exit Ghost werd door nogal wat critici in de VS gekraakt. Soms ben je al zo lang verslingerd aan een bepaalde schrijver dat de mogelijkheid dat er over diens werk ooit afwijzend zal worden geschreven niet eens meer in je opkomt. Maar met Exit Ghost gebeurde dat wel. En hoe.

Het opmerkelijke was dat vier grote artikelen in de Nederlandse pers mij er op hadden voorbereid dat Roth na Sabbath’s Theatre, American Pastoral en The Plot Against America opnieuw een meesterwerk had afgeleverd. Niet zo groots van opzet als de genoemde romans, en ook in thematiek ietsje bescheidener – maar toch: Exit Ghost is een juweel, aldus de vier Nederlanders. Michaël Zeeman prees in de Volkskrant ‘de superieure stijl, terloops en aanvallig, meeslepend en humaan’. In De Groene Amsterdammer roemde Graa Boomsma Roth’s jongleren met ‘waan en werkelijkheid, met lust en nuchter leven’. In Vrij Nederland was Stephan Sanders ook al vol lof, en in deze krant vroeg Marcel Möring zich af wanneer Roth nu toch eindelijk die welverdiende Nobelprijs zou ontvangen.

Maar dan de Amerikanen. De Philadelphia Inquirer: ‘Zuckerman of Roth? Beiden zijn voorspelbaar.’ De Houston Chronicle: ‘Voor wie, net als ik, al decennialang een bewonderaar is van Roth’s oeuvre, is Exit Ghost teleurstellend en frustrerend.’ The Independent: ‘Exit Ghost is krachteloos en eendimensionaal, en dat is nog zacht uitgedrukt.’ De Los Angeles Times: ‘Een roman die faalt (...) vooral de obsessie van Zuckerman voor de dertigjarige Jamie is puberaal neergezet.’ De genadeslag kwam van Christopher Hitchens in The Atlantic Monthly: ‘Roth voelt helemaal niets voor zijn karakters maar erger is dat hij minachting voor de lezer uitvent. Werkelijk álles in dit boek is een cliché, en op zijn best een flauwe echo van wat in eerdere romans van Roth echt allure had.’

Hoe kan dit? De vier Nederlanders hebben wel vaker over Roths romans geschreven. Uit hun recente stukken blijkt dat alle vier het hele of vrijwel het hele oeuvre tot in iedere vezel kennen. De vier zijn, om zo te zeggen, gecertificeerde Rothologen. Zijn zij in hun bewondering voor dat oeuvre dan blind voor de kennelijke tekorten van Exit Ghost? Of is het andersom en hebben zij oog voor wat de Amerikaanse critici massaal over het hoofd hebben gezien?

Exit Ghost is de negende van de romans waar Roth’s alter ego Zuckerman een rol in speelt, en in het bijzonder is het een vervolg op The Ghost Writer uit 1979. In The Ghost Writer ontmoette de toen nog jonge Zuckerman zijn oudere en bewonderde collega E.L. Lonoff. Deze Lonoff is in Exit Ghost lang en breed overleden, en Zuckerman krijgt te maken met een opdringerige biograaf van Lonoff die een blijkbaar schandalig detail uit diens leven wil bekendmaken.

Zuckerman walgt van deze aspirant-biograaf en zijn motieven. Het oeuvre van zijn voormalige idool mag niet besmet worden met biografische trivialiteiten. De nadruk op deze strikt poëticale kwestie maakt van Exit Ghost een sterk verliteratuurd werk, en juist dit aspect wordt door de Nederlandse critici geroemd. Zij waarderen Exit Ghost als roman ‘over het schrijven zelf, (...) over de gevaren die fictie bedreigen’ (Boomsma in De Groene). Belangrijker nog is dat de vier Nederlanders Exit Ghost nadrukkelijk in verband brengen met sommige eerdere ‘Zuckerman-romans’. Exit Ghost wordt door hun gewaardeerd als de paukenslag die de Zuckerman-symfonie completeert.

De Amerikanen lazen anders. Ook zij noemden de sterke verknoping met de vroege roman The Ghost Writer. Maar verder beoordeelden zij Exit Ghost als een zelfstandige roman. Niet de symfonie telde, maar de afzonderlijke sonate die deze roman in de eerste plaats wil zijn. En die sonate klinkt volgens de Amerikanen knerpend en krakend. Exit Ghost faalt als roman zozeer dat het bouwwerkje tijdens het lezen vergruizelt.

Stel dat ik een onbevangen lezer zou willen overtuigen van de grootsheid van Roth’s oeuvre. Zou ik dan aanbevelen om als eerste boek Exit Ghost te lezen? Nou nee. Begin met American Pastoral of Portnoys Complaint of Operation Shylock. Ik kan me voorstellen dat zo’n onbevangen lezer niet meteen enthousiast wordt van een roman die wordt aanbevolen als een „fantasierijk pleidooi (...) tegen het biografisch lezen”.

Zo’n pleidooi is leuk en aardig, maar daar heb je weinig aan als dat pleidooi verstopt zit in een slordig gecomponeerd verhaal over een 75-jarige zelfingenomen schrijver die, hoewel impotent, geilt op een slanke vrouw met grote tieten die bijna vijftig jaar jonger is dan hij – bent u daar nog?

Ik vrees dat die onbevangen lezer door Exit Ghost voorgoed wegrent voor het oeuvre van Roth. Doodzonde is dat. Bovendien zal zo’n lezer zich storen aan allerlei terzijdes en de losse eindjes in Exit Ghost. Zo staat middenin de roman gevuld met fictieve personages, ineens een essayistieke uitweiding over leven en dood van George Plimpton, voorman van het legendarische tijdschrift The Paris Review . Een mooi in memoriam, maar wat doet die passage in Exit Ghost? Dat blijft onduidelijk.

De Rothologen zullen zeggen: ja, maar dat is typisch Roth: hij laat allerlei opvattingen in de roman schuren met concrete passages in diezelfde roman. Inconsequentie is bij Roth altijd al een handicap geweest die hij juist weet om te vormen tot een reusachtige kracht die de roman voortstuwt.

Die Amerikaanse recensenten zullen antwoorden: ja, zo lusten we er nog wel een paar. Exit Ghost hompelt en trekkebeent. Het is redelijk flauw om vormtechnische onvolkomenheden te versluieren met hooggestemde uitlatingen over het zaaien van verwarring bij de lezer. Allemaal smoesjes. Compositorische onmacht blijft compositorische onmacht.

Een gewetensvraag. Strandde ikzelf óók in Exit Ghost? Nou nee. Ik zou mezelf niet snel een Rotholoog te noemen – maar een Rothomáán ben ik toch zeker. En ik moet bekennen dat ik net als de vier Nederlandse recensenten nogal heb genoten van Exit Ghost. Over die tekortkomingen las ik graag heen. Maar een Rothomaan is misschien een nóg ongeneeslijker liefhebber. Een Rothomaan gaat zover dat hij geniet van de redenen die Rothologen geven voor hun genietingen.

Soms predikt een roman prachtig voor eigen parochie, zonder dat de kans bestaat dat de vonk buiten de parochie overlaat. Want vóórdat zij aan Exit Ghost begonnen, hadden die vier Nederlandse recensenten natuurlijk al lang zo hun ideeën over die zogeheten ‘biografische lezing van fictie’. Met Exit Ghost kregen zij in fictievorm de opinie bevestigd die zij al lang en breed huldigden. Dat schiet natuurlijk niet op, maar voor Rothologen en Rothomanen is het prachtig om mee te maken hoe Roth aan de hand van die ideeën over feit en fictie hogere literaire wiskunde bedrijft.

Ik kon niet één van die Amerikaanse recensenten betrappen op vooringenomenheid of persoonlijke rancune. Zij waren oprecht teleurgesteld in Exit Ghost. Maar tegelijkertijd vormen die afwijzende reacties wel een aanwijzing voor het slinkend aantal Rothologen in de VS. Erg jammer is dat.

Los hiervan is het, óók voor niet-Rothologen, onbegrijpelijk dat de Nobelprijs nu al voor het zoveelste jaar niet is toegekend aan Philip Roth.