Straatmuziek

1416

In het tamelijk verre en stille oord waar ik mijn stukjes schrijf, blijf ik met de buitenwereld verbonden dankzij mijn laptopje dat voorzien is van een draadloze verbinding en een veerpont die iedere dag de Volkskrant van gisteren en de International Herald Tribune van dezelfde dag brengt. Zo weet ik dat het bij u eergisteren 12 graden met regen was, dat er om acht uur 66 files stonden en dat er weer een geweldige herrie is over de nationale identiteit. Volgens mij is geweldige herrie juist een onderdeel van onze identiteit. Lees maar eens een krant van een halve eeuw geleden. Toen gingen we de Papoea’s de democratie brengen en stuurden we het vliegdekschip Karel Doorman naar de andere kant van de wereld. Nu hebben we een militaire missie in Afghanistan. Ik wil niet zeggen dat het meer van hetzelfde is, maar ook toen: geweldige herrie.

Ik blijf nu even bij uw 66 files. Sommige psychologen hebben ontdekt dat het af en toe in de file staan een zegen is. Je komt tot rust, je telefoneert een beetje, je kunt eindelijk eens de hele Eine kleine Nachtmusik uitluisteren, je zwaait eens naar je buurvrouw/man. Het deed me denken aan Johnny Kraaikamp die ver terug in de vorige eeuw eens in Milaan in de file stond. Ook daar toen al files. Aan de andere kant van de weg ook een file. Kraaikamp en zijn tegenligger keken elkaar aan. Je krijgt dan een situatie waarin je iets moet zeggen. Kraaikamp: „M’n tante Greet heb een tulp in d’r reet.” De tegenligger: „Immer gerade aus.” Leuk? Het laat zien welke situaties er in een file kunnen ontstaan.

Er is ook een film, Coming Home, met in de hoofdrol Michael Douglas. Hij staat in de file die niet beweegt. In Los Angeles, geloof ik. Eind vorige eeuw. Opeens verdomt hij het verder, stapt uit en loopt het veld in. „Qu’est que c’est un homme révolté? C’est un homme qui dit non”, zei Albert Camus. Hij is van filestaander tot revolutionair geworden. In het vervolg van de film wordt dat nog op allerlei verrassende manieren bewezen.

En nu staat het snel welvarender wordende India voor de revolutie van de totale motorisering. De autofabriek Tata Motors komt binnenkort met de Aziatische volkswagen op de markt. Die gaat 2.500 dollar kosten. De concurrentie zit Tata op de hielen. Vraag een miljard mensen wat ze het liefst willen hebben, en 99 procent zegt: een auto! De deskundigen zijn het erover eens: volgend jaar zal India de snelst groeiende markt voor particuliere auto’s hebben. China ingehaald. Hebt u weleens foto’s gezien van een grote Chinese stad in het spitsuur? Die gigantische opstoppingen van stilstaand blik hebben ze in India natuurlijk ook al, maar nu daarbij de zekerheid dat het nog veel erger wordt.

Toen zag ik toevallig een advertentie van Chevron. De oliemultinational bekijkt het van de zonnige kant. Ieder jaar groeit de wereldbevolking met 70 miljoen. Daar boffen we bij, want geen wezen is inventiever, creatiever dan de mens. En, is de impliciete boodschap, er komt een ogenblik waarop de hele bevolking van de planeet – hoeveel miljard het er dan zullen zijn weten we nog niet – gemotoriseerd zal zijn. Waar halen we dan de brandstof vandaan?

Geen nood. Onder de aarde in het gebied van de Noordpool zijn nog onmetelijke hoeveelheden olie en gas. President Poetin heeft voor alle zekerheid op de pool onder water de Russische vlag laten hijsen, wat natuurlijk de boosheid van de andere wereldleiders heeft gewekt. In 1934 heeft Antoine Zischka een onthullend boek geschreven, De geheime oorlog om de petroleum. Het gaat over de intriges in het Midden Oosten. Hoe oliemagnaten, sjeiks, geologen, bandieten strijden om ‘het zwarte goud’, zoals de olie in die tijd werd genoemd. Ik las het toen ik een jaar of twaalf was, vond het een spannend boek.

De strijd heeft zich naar het noorden verplaatst en naar Kazachstan en de Kaspische zee waar de grootste vondsten van de laatste dertig jaar zijn gedaan. De strijd om de olie wordt vijandiger, meldt de Tribune (2 oktober). En het wordt ook steeds moeilijker, de bronnen te bereiken. Een bar klimaat, ontoegankelijke gebieden, moeilijk boren, de planeet biedt steeds meer weerstand tegen de mens die zich meester wil maken van de laatste bodemschatten, omdat hij, koste wat het kost, in de file wil staan. En één ding is zeker: de prijs van de benzine gaat verder omhoog. Het was alsof ik Zischka weer las.

En toen, terwijl ik de toekomst van het nageslacht zat te overdenken, gebeurde er een wonder. Uit de verte naderde mooie muziek. Een saxofoon en een gitaar en af en toe gezang. Het waren twee straatmuzikanten, keurige heren van middelbare leeftijd, en ze speelden als goden. Ik gaf een ruim honorarium waarop we in gesprek raakten. Ze kwamen uit Roemenië, waren ook in Venlo geweest en in Berlijn, ze deden heel Europa. Ze waren bereid tot een toegift. Les feuilles mortes. Applaus. „Mooie avond nog”, zei de oudste met een enigszins Limburgs accent en ze verdwenen in de schemering.