Slimmer dan de juf

De Leonardoschool in Venlo helpt hoogbegaafden leren én overleven. Jacqueline Kuijpers

Over de vraag wat het leukste is aan hun nieuwe school hoeven Leonardo (8) en Merlijn (9) niet lang na te denken: geen pestkoppen meer. De jongens zitten sinds dit schoojaar op de eerste basisschool voor hoogbegaafde kinderen, de Leonardoschool in Venlo. De school is een langgekoesterde wens van Jan Hendrickx (63), voormalig directeur van de Andreasschool in Helden. Zijn fascinatie voor hoogbegaafden begon decennia geleden, toen hij een dictee in handen kreeg van een kind dat altijd tienen haalde. “Het kind had tien fouten gemaakt, in elke zin één. En elke fout was met een hoofdletter geschreven. Zo van ‘let op juf: ik doe dit fout’.”

Dit soort noodkreten heeft Hendrickx sindsdien vaker gezien. Sinds de start van de Leonardoschool krijgt hij wekelijks tientallen mails van ouders. “Die beginnen vaak met HELP!” vertelt hij. Zoals over een jongetje van vijf dat niet meer naar school wil en aan zijn moeder vraagt of je gelijk dood bent als je van een flat af valt. Hoe ver ouders gaan voor het welzijn van hun kind bewijst het verhaal van Leonardo (de naam is toeval): het gezin woont in Rotterdam, maar Leonardo verblijft doordeweeks met zijn moeder en jongste zusje in een vakantiehuisje bij Venlo. Kinderen in de knel, dus. Het laat Hendrickx duidelijk niet onberoerd. Hij vertelt dat meerdere van de 32 kinderen op de school een etiket hebben: Asperger, PDD-Nos of ADD. Dit schooljaar wil hij samen met een studente van de Universiteit Utrecht een onderzoek starten naar de vraag of dergelijke gedragskenmerken verminderen of zelfs verdwijnen als deze kinderen langere tijd op de Leonardoschool zitten. Met andere woorden: zijn het omgevingsfactoren of kindfactoren die leiden tot dit gedrag? Is passend onderwijs misschien de sleutel?

Volgens Sonja Visser wel. Zij is de moeder van Merlijn en Borus (5). “Op zijn vorige scholen leek Merlijn een oud mannetje: met zijn handen op zijn rug en ouwelijk taalgebruik. Hier is hij kind tussen de kinderen.”

De Leonardoschool (genoemd naar Leonardo da Vinci) is bestemd voor kinderen met een IQ van 130 en hoger (2 tot 3 procent van alle kinderen). De intake wordt gedaan door een gespecialiseerd Nijmeegs bureau. De huidige school heeft een midden- en bovenbouw. Zo’n 20 procent van de tijd wordt besteed aan de reguliere vakken (rekenen, taal, wereldoriëntatie), die in compacte vorm worden aangeboden. De rest van de tijd is voor verdieping en verbreding, met vakken als Engels, Spaans, science, filosofie, drama, schaken, leren leren (ontdekken van eigen leerstijl) en leren ondernemen. Naast de groepsleerkrachten, die volgens Hendrickx moeten kunnen accepteren dat hun leerlingen slimmer zijn dan zijzelf, maakt de school veel gebruik van gastdocenten.

De kinderen leren ook reflecteren op hun eigen gedrag en hun relatie met hun omgeving. Survival voor hoogbegaafden dus.Jan Hendrickx: “Van de hoogbegaafden krijgt de helft tot 80 procent problemen, variërend van onderpresteren tot suïcidaal gedrag. Dat geeft aan dat zij, net als zwakbegaafden, een speciale vorm van onderwijs nodig hebben.”

Daarom streeft Hendrickx naar erkenning als speciaal onderwijs, zij het dat hij de Leonardoscholen wil opzetten als een richting binnen het regulier onderwijs. Concreet betekent dit dat Leonardoscholen aansluiting zoeken bij reguliere basisscholen en daar ook gehuisvest worden – om het contact met andere kinderen niet te verliezen. Binnen vijf jaar hoopt Hendrickx zo een landelijk dekkend netwerk van Leonardoscholen tot stand gebracht te hebben. Momenteel voert hij gesprekken met twaalf gemeenten, waaronder Heerlen, Zwolle en Woerden.

In Venlo zit de Leonardoschool in één gebouw met twee andere basisscholen van schoolbestuur Fundare. Het bestuur springt financieel bij, want het Leonardoconcept kost circa 1.500 euro per kind meer dan het reguliere onderwijs. De school streeft ernaar dit tekort voorlopig te dekken door sponsoring vanuit het bedrijfsleven, subsidies en donaties en vrijwillige bijdragen van ouders (naar draagkracht).

Om te voorkomen dat de kinderen na de basisschool alsnog in een gat vallen werkt Hendrickx ook aan de ontwikkeling van Leonardo Colleges. Kenmerkend hiervoor zal zijn dat de leerlingen vanaf de vierde klas onderzoeksprojecten uitvoeren en stages lopen buiten school. “Het gaat erom de creativiteit en inventiviteit van deze jongeren aan te spreken. Als je weet dat maar 16 procent van alle hoogbegaafden een universitaire opleiding afmaakt, dan betekent dat toch dat we heel veel talent verspillen?”

Het is het oer-Hollandse ‘doe maar gewoon’ wat Hendrickx mateloos de keel uit hangt: steek je hoofd niet boven het maaiveld uit. “In Amerika mógen kinderen slim zijn. Waarom hier niet?” De Leonardoschool lijkt het tij mee te hebben. Excelleren is geen vies woord meer.

www.leonardoproject.nlwww.leonardoschool.nl